| Antependia |
|
|
|
|
De gegevens over het gebruik van liturgische kleuren geven pas vanaf de negende eeuw enig inzicht daarin. Over de tijd daarvoor weten we weinig, alhoewel het zeker is dat kleuren al voor die tijd een rol speelden bij b.v de kleding voor de priesters en de doeken voor de altaartafel. In de twaalfde eeuw kwam in de kerk van het Westen een vaste ordening voor het gebruik van liturgische kleuren die vanaf de dertiende eeuw wordt gevolgd.ë In de kerken van de Reformatie werd ook wat kleur betreft grote soberheid in acht genomen. Alleen bij de viering van het Heilig Avondmaal wordt een wit kleed over de tafels gelegd waaraan de maaltijd gevierd wordt. In de twintigste eeuw komt daarin verandering. Met de ontwikkeling van de oecumenisch-protestantse eredienst (voor de Handwegkerk ‘het witte boekje’) groeit ook de aandacht voor de kleuren van het kerkelijk jaar. In veel reformatorische kerken komen doeken (antependia, letterlijk: voorhangsels) voor tafel, kansel en (eventueel) lezenaar. De kleuren daarvan zijn niet willekeurig, maar hebben een symbolische betekenis en sluiten aan bij de gang van het kerkelijk jaar, de feesten en het rooster van lezingen. Het is duidelijk dat b.v. de vieringen in de Stille Week: Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Paaswake en Paasmorgen elk een eigen karakter hebben. Dat wordt ook tot uitdrukking gebracht in de kleuren die gebruikt worden. In sommige kerken vindt in de Paaswake, de ‘overgangsviering’ tussen de Goede Vrijdag en de Paasmorgen, de wisseling van antependia plaats. De basiskleur is wit. Wit is de kleur van de doop. Vanaf de vierde eeuw werden nieuwe lidmaten, catechumenen, in de paasnacht ondergedompeld in een bad in het voorportaal van de kerk, waarna zij, in witte klederen gehuld, de kerk werden binnen-geleid om voor het eerst aan de Eucharistie te mogen deelnemen. Tot dan toe waren zij alleen bij de Woorddienst aanwezig. De kleur wit is vooral ontleend aan teksten uit het boek Openbaring en is verbonden met de grote feesten van Pasen en Kerstmis. Dan gedenkt de kerk in het bijzonder de grote daden van de Almogende HEM. Er zijn vier kleuren: Wit is de kleur van reinheid en zuiverheid. Paars is de kleur van boete, inkeer en rouw. Rood is de kleur van vuur (H. Geest) en van het martelaarschap. Groen is de kleur van hoop, verwachting en toekomst. De ‘inkleuring’ van het kerkelijk jaar is als volgt:
In de tijden van inkeer, advent en 40-dagen-tijd zijn er twee uitzonderingen. Op de derde zondag van advent en de vierde zondag van de 40-dagen-tijd is de kleur roze. Dat is een mengvorm van wit en paars. In de duisternis breekt het licht al even door. De reden daarvan is tweeledig. Enerzijds wordt daarmee aangegeven dat de grote daden van de Heer vooropgaan en dat de lijdensaankondigingen van Jezus evenzeer als opstandingsaankondigingen gehoord moeten worden. Anderzijds voorkomt het een al te zeer onder de indruk raken van onze eigen ingetogenheid en/of een dubieuze lijdens-mystiek, die b.v. in sommige liedboekliederen doorklinkt. De kleur rood komt weinig aan bod. Dat hangt samen met het feit dat het kerkelijk jaar een feestloze tijd kent, m.n. de zomer- en herfsttijd. Het is de vraag of dat goed is. Of het goed is dat de natuur de be-teken-is van het kerkelijk jaar mee bepaalt. Er zijn goede voorstellen gedaan om het kerkelijk jaar te verdelen in een paaskring, kerstkring en pinksterkring. Dan hoeft de kleur groen niet te verdwijnen, maar kan een andere betekenis krijgen dan de kleur voor de zondagen die niet wit, paars of rood zijn. Bij bijzondere gelegenheden kan gekozen worden voor:
De afbeeldingen op de antependia van de Handwegkerk en hun betekenis Naast de kleur is ook de applicatie (afbeelding) op een antependium bepalend voor de uitstraling die zo’n doek heeft. Het groene doek (voor de zondagen tussen kersttijd en 40-dagen-tijd en de zomer- en herfsttijd) Op de afbeelding zien we tegen de achtergrond van een vierkant kruis de voorstelling van vijf broden en twee vissen. Daarmee wordt het verhaal van de ‘wonderbare spijziging’ verbeeld. Dat verhaal vindt in de liturgie een voortzetting in het Avondmaal, ook daar is de afbeelding een herinnering aan. Het vierkante kruis heeft z’n oorsprong in het kruis van Jeruzalem. Het doek wordt m.n. in de z.g. feestloze periode gebruikt, voor de z.g. gewone zondagen. De zondagen in de tijd van het ‘al-reeds volbrachte werk’ van Christus en het ‘nog-niet’ van de definitieve doorbraak van het Rijk van God. Die zondagen staan dicht bij het z.g. gewone leven. Bij vroegere misdienaars in de RK-kerk heeft een spreekwoord bestaan: ‘Is de kleur groen, dan valt er in de kerk niets te doen’. Maar gewone zondagen bestaan niet, altijd trilt er iets in door van de daden van de Almogende omwille van zijn mensen en daarom tekent elke zondag de dagen van de week en daarom is het gewone leven zo gewoon niet. In zijn Tambacher rede van 1919 zei Karl Barth ‘In het gewone leven ligt een zegen’, en Miskotte noemde zijn commentaar op het boekje Ruth, een kleinood over leven door de dood heen, over de gave van de vruchten van het land en over liefde van mens tot mens, Miskotte noemde zijn commentaar ‘Het gewone leven’. Dat laat ons zien dat wij niet leven om naar de kerk te gaan of om liturgie te vieren, maar dat wij naar de kerk gaan en liturgie vieren om te leren leven in alle hoogte en diepte, in alle vreugde en in alle smart. Juist op de ‘groene’ zondagen zijn we daar dicht bij en terecht is de kleur groen is, de kleur van de hoop, van het gespannen vooruitzien naar een toekomst die nog uitstaat, de belofte van overvloed en leven voor velen. Het paarse doek Het antependium voor de tijden van inkeer. Op de afbeelding zien we tegen de achtergrond van een vierkant kruis de voorstelling van het christus-monogram, de letters chi en ro weergegeven. Het zijn de beginletters van het griekse woord christos, dat letterlijk ‘gezalfde’ betekent. Het monogram wordt in elk geval al in de derde eeuw gebruikt. Het paarse doek (Advent) Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste is de liefde. Eén van de meest bekende uitspraken van de apostel Paulus. En hij heeft gelijk, want vertrouwen en verwachting zijn belangrijk in een mensenleven, maar niets is meer concreet en materiëel dan de liefde. Het is echter niet meer dan een klein verschil, het is de vraag of er liefde kan zijn als er geen vertrouwen en geen verwachting is. Als die twee doven, dooft ook de liefde. Hoop en verwachting zijn in vergaande mate bepalend voor de manier waarop wij ons leven verstaan. Paars is een wat sombere kleur, niet direct te verbinden met hoop. Het is de kleur van advent, van het begin van het kerkelijk jaar. Van de verwachting van de Komende ‘van alzo hoge, van alzo veèr’ en daarom een tijd van voorbereiding en inkeer. In de kleur ligt het accent op de inkeer, op de boete en het berouw, het is de kleur van Johannes de Doper. Maar de afbeelding op het antependium verwijst naar Christus, de chi en de rho, naarde gezalfde die komt in de naam van de Heer. Advent is ook de tijd van verwachting, van uitzien naar. Die verwachting is iets anders dan naïef optimisme, Op indrukwekkende wijze krijgt het gestalte bij de profeten. Zij die Israël de waarheid zeggen, die weten van de noodzaak tot omkeer en van menselijk tekort, zij zijn ook degenen die op de dieptepunten van het bestaan van Israël tegen de duisternis in spreken en zeggen dat het de heerlijkheid van de Eeuwige zal zien. Het paarse doek (40-dagen-tijd) De 40-dagen-tijd is een tijd van inkeer, nu is de kleur paars zeer op z’n plaats. Wij volgen de Heer op zijn weg naar Jeruzalem, waar Hij zijn exodus zal voltooïen. Waar Hij als een politieke onruststoker aangeklaagd wordt, waar Hij verrraden wordt en door een gelegenheidspact van Joodse en Romeinse overheden tot de dood op het kruis veroordeeld wordt. Als één van de velen, maar als alleen dat gezegd wordt, dan wordt te weinig gezegd. Deze kruisiging bewerkt op een unieke wijze heil voor velen. Daar valt veel over te zeggen, maar niet hier. Wat helder is, is dat in die weg een mens geheel getrouw is aan wat Hij als zijn opdracht heeft verstaan; getuige te zijn van een Rijk dat komt. Omwille daarvan ging Hij de weg die Hij gegaan is. Het is die weg die ons stil maakt, tot bescheidenheid dwingt, die tot omkeer oproept, ons laat zien waarin wij tekort schieten zonder ons te kleineren, die oproept tot navolging wat iets anders is dan imitatie. Van die navolging zei Tom Naastepad: “Navolging van Hem, dat doe je allereerst met je vingers langs de regels van de Schrift …”. Het rode doek (Pinksteren) Op de afbeelding zien we de uitstorting van de Heilige Geest die neerdaalt in de vorm van een duif. De duif herinnert aan de doop van Jezus, waar kunstenaars de neerdaling van de Heilige Geest weergeven door het neerdalen van een duif. Drie vlammetjes herinneren aan Handelingen 2:3,4a: ‘En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden en het zette zich op ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest’. Het is een vurig doek, hoe zou het anders kunnen.Een doek dat getuigt van Geest, geestdrift en geestkracht. De geest zet ons in vuur, doet ons ontvlammen, maakt los, geeft energie. Geest, adem, wind, is kracht tot leven.De Geest doet ons opademen, is hartstocht voor gerechtigheid, gloed van ontferming, bron van leven. Kom schepper geest, zingen wij, en dan gaat het om die geest die zweefde over de chaos en dan gaat het om de Geest die op Jezus neerdaalde bij zijn doop in de Jordaan Het witte doek (Kersttijd) Op de afbeelding zien we een stralende ster boven de huisjes van Betlehem. Het doek is van een iets andere kwaliteit dan de andere doeken. Dat is goed, want kerstmis (van christus-mis) is van een iets andere kwaliteit dan de overige feesten. Het is een laat feest, in de vierde eeuw werd in Rome 25 december, dag van de zonnewende, gekerstend tot geboortefeest van Christus. In de oosterse traditie heeft het feest duidelijk minder gewicht. Niet kerstmis, maar pasen is het feest bij uitstek. We weten het, maar diep in ons heidense hart … Het is goed dat dat alles herkenbaar is in het antependium dat wij voor deze tijd gebruiken. Het witte doek (Paastijd) De opwekking van Jezus van Nazaret is principieel onafbeeldbaar. De evangelisten vertellen van een leeg graf, van getuigen en van verschijningen, van de Opgewekte, maar niet van de opwekking zelf. Wit is de kleur van zuiverheid. De afbeelding tegen de achtergrond van het kruis is abstract en uitgevoerd in rood en goud. Kruis en opstanding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zoals bij de verschijningen de doorboorde handen en voeten van Jezus herinneren aan het kruis, zo herinnert de kleur rood aan zijn vergoten bloed.De kleur goud wordt gebruikt om het ‘belang’ aan te geven van pasen. Het voornaamste feest vraagt om een voorname kleur en deze kleur geeft ook aan dat niet wij de opstanding kunnen belichten, maar dat de opstanding licht uitstraalt.Licht dat doet leven, licht dat heel de geschiedenis in een nieuw perspectief plaatst
R.J. Prent |