spacer.png, 0 kB
Home arrow Blog arrow Doortje (door ds. G.J. de Bruin)
Doortje (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
Doortje

Er was eens lang geleden een koning die in een groot paleis woonde, midden in de stad, samen met zijn drie dochters. Die meiden verveelden zich in het paleis. Er was haast niks te doen in het paleis, ze moesten zich altijd maar netjes gedragen en elke warme maaltijd begon met koninginnensoep.

Op een goede dag zei de oudste dochter: pappa, ik houd het hier niet meer uit, ik ga op reis. Ze haalde haar paard uit de stal en reed de stad uit. Na een paar dagen ontmoette ze een prins op een wit paard. Ze ging met hem mee en samen waren ze gelukkig.

Een jaar later zei de tweede dochter: pappa, ik houd het in het paleis niet meer uit, ik ga op reis. Ze kocht een ezeltje en reed de stad uit. Ook zij kwam haar prins op het witte paard tegen. Het leidde toch een prachtige bruiloft, met een eenvoudige doch voedzame maaltijd, zonder koninginnensoep als voorafje trouwens.

De jongste dochter zat zich vreselijk te vervelen in het paleis. Toen haar grote zussen nog in het paleis woonden, was het nog niet half zo erg. Pappa zei ze, ik houd het hier niet meer uit, ik ga op reis. Ze nam een tentje mee en liep vrolijk fluitend het paleis uit. Ze heette Theodora maar wilde door iedereen Doortje genoemd worden.
Bij de stadspoort trof ze een oude, kromgebogen man aan. Zoekt u iets, vroeg Doortje. Ik zoek naar een stad waar mensen met elkaar willen delen, waar ze naar elkaars verhalen luisteren. Maar ik ben de weg kwijt. Weet jij welke kant ik op moet?
Nee, zei Doortje, maar misschien kunnen we samen gaan zoeken.

Zo gezegd, zo gedaan. Dag in, dag uit, liepen Doortje en de oude man langs akkers, door bossen, over heuvels, in regen en zonneschijn. Onderweg maakten ze vrienden met wie ze dan een stukje samen opliepen. Dat was gezellig. Overal vroeg de oude man naar de stad waar de mensen met elkaar willen delen. Maar niemand wist het precies.

Doortje werd er wel eens moe van… dan zat ze ’s avonds voor haar tentje en vroeg zich af: Waarom ben ik geen prins tegengekomen, net als mijn zussen. Maar als ze de oude man dan de volgende morgen zag, ging ze weer vrolijk met hem mee. Zo nu en dan schreef ze een brief aan haar vader in het paleis.
In de laatste brief kon haar vader lezen dat Doortje een huisje voor de oude man gevonden had omdat z’n benen steeds meer pijn gingen doen. Buren zouden een beetje op hem letten. Doortje was nu met andere mensen onderweg naar die goede stad, maar ze had de oude man beloofd regelmatig langs te komen. Toen Doortje van hem afscheid nam, had hij opgemerkt: Doortje, ik zoek mijn hele leven al naar die stad, weet je dat je een stukje van die stad voor mij hebt gebouwd. Dat vond ik zo lief, eindigde Doortje haar brief.

.


 
spacer.png, 0 kB