Home Blog Jesaja 65, (door ds. M. Bogaard)
|
Jesaja 65, (door ds. M. Bogaard) |
|
|
|
Gemeente van Christus,
Hard hadden zij gewerkt. Met eigen handen hadden ze samen een bedrijf opgebouwd in het land waar zij thuis waren, in Congo. De vulkaangrond in Zuid-Kivu was vruchtbaar, en hun inspanningen leken beloond te worden. Een huis om te wonen, een gemeenschap om hen heen, de opbrengst van het land. Het was genoeg om vredig te leven.
Toen kwam de oorlog dichterbij. En nog dichterbij, tot hij ook hen bereikte. Soldaten en rebellen plunderden het dorp. Zij verwoesten het bedrijf en vermoorden haar man. Haar namen ze mee het oerwoud in. Sindsdien kan zij geen kinderen meer krijgen. Nageslacht zal voor haar een droom blijven. Thuisgekomen trof zij enkel chaos aan.
Hoeveel vrouwen in Afrika kennen een dergelijke ervaring, in verschillende variaties? Hoeveel mannen hebben het werk van hun handen te gronde zien gaan? Hoeveel vrouwen en mannen elders in de wereld zagen hoe hun garantie voor de toekomst, hun bedrijf, hun kinderen, hen ontnomen werd?
Het verhaal uit Congo dat centraal staat in deze ZWO-dienst, en waarvoor wij straks ook zullen collecteren, is niet alleen het verhaal van één vrouw. Het is het verhaal van velen die aan den lijve hebben ondervonden dat lijf en goed van je geroofd kunnen worden.
Het is het verhaal van mensonterend onrecht, dat eigenlijk te groot is om te bevatten. Je ziet het op televisie, maar je kunt in alle gruwelijkheid nooit peilen wat dergelijke gebeurtenissen met mensen doen. Hoe immens de wanhoop moet zijn. Er zijn geen woorden voor. Hoogstens af en toe een World Press Foto die het lijden vangt in beeld.
Dit is een deel van de realiteit van onze wereld. Van Gods schepping. Onvoorstelbaar is het, maar wel waar. De aarde, bedoeld om te bewerken en te bewaren, om leven voort te brengen, wordt soms een plaats waar de dood heerst.
In een ander werelddeel, in de context waarin de Bijbelse verhalen zich afspelen, hebben de profeten van Israël eeuwen geleden al woorden proberen te vinden voor deze zwarte keerzijde van de werkelijkheid. Voor de nood die mensen treft en voor het onrecht dat mensen elkaar aandoen.
Want ook daar leden mensen aan het bestaan. In het eerste deel van het boek Jesaja lezen we bijvoorbeeld hoe het volk bedreigd wordt door vijanden van buitenaf en misstanden van binnenuit. Jesaja profeteert tussen hoop en vrees, temidden van oorlog en verlangen naar vrede.
De politieke omstandigheden resulteren echter in ballingschap. Vrouwen en mannen worden weggevoerd van hun land. Huizen worden verwoest, wijngaarden moeten worden achtergelaten. Mensen sterven voortijdig.
In die situatie staat er anderhalve eeuw later een tweede Jesaja op. Hij vult de profetie van zijn grote voorbeeld als het ware aan, en schrijft verder…… Deze Jesaja, zelf ook een verdrevene, ziet hoe de mensen lijden en hun geloof in de toekomst zijn verloren.
“Troost, troost mijn volk” zijn de eerste woorden die we van hem kennen in hoofdstuk 40.
Hoe houd je de hoop vast in zo’n situatie, die bepaald wordt door uitzichtloosheid? Het lijkt de kernvraag te zijn van het gesprek tussen Jesaja en zijn volk, met als achtergrond het gesprek tussen Jesaja en de Eeuwige.
Zoals in onze tijd mensen als Desmond Tutu in Zuid Afrika de hoop hebben geprobeerd levend te houden dat er een ander wereldbeeld mogelijk is, dat niet geregeerd wordt door geweld en onrechtvaardigheid, zo probeert de profeet de mensen perspectief te blijven bieden.
Hoogstwaarschijnlijk komt er daarbij ook nog een derde Jesaja aan het woord in de laatste hoofdstukken. Als de vrouw uit Congo zijn de ballingen dan inmiddels teruggekeerd naar hun land van herkomst. Maar wat treffen zij daar aan? En hoe bouw je in vredesnaam een verwoest land weer op? Hoe leef je, als mens en als gemeenschap verder met de opgelopen trauma’s?
Het is dan dat de woorden aangeheven worden die wij vandaag lezen: “Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”. Jesaja spreekt niet alleen over een nieuwe fase in het bestaan van Israël, hij spreekt over een nieuwe schepping! De woorden waar de Bijbel mee begint, ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’, worden herhaald en geactualiseerd.
Als je het van de inzet van mensen alleen zou moeten hebben zou het een onzekere geschiedenis blijven. Menselijkerwijs zijn omstandigheden soms inderdaad weinig hoopgevend, hoeveel goede wil er ook is.
Maar hier gaat het om een grootsere inzet. Hier gaat het om de belofte van Hem die schept uit het niets. Die uit chaos en duisternis leven kan doen opbloeien. De God van Israël is de Schepper van hemel en aarde. Hij die niet loslaat de werken van zijn handen.
Er komt een tijd, profeteert Jesaja, dat Gods hernieuwde betrokkenheid op zijn volk alles in een ander perspectief zal zetten. Degenen die tot Hem zijn blijven roepen, om Hem zijn blijven bidden, zullen voorbij mogen leven aan wat vroeger was. De schepping wordt zoals zij zou moeten zijn, en Jeruzalem, eens een verwoeste stad, zal het middelpunt zijn van de vreugde.
Niets zal dan meer tevergeefs zijn: ieder zal zijn jaren voltooien. Onbegrijpelijke gebeurtenissen als het sterven van een kind zullen niet meer voorkomen. Wat vloekt met dit mensenbestaan, vroegtijdige dood en vergeefse arbeid, zal er niet meer zijn.
Wie een huis bouwt hoeft niet langer toe te zien hoe een ander het confisceert……. Wie een akker of een wijngaard heeft hoeft de oogst niet af te staan……..
Waar de dienaar van de Eeuwige in hoofdstuk 49 nog zegt dat hij zich tevergeefs heeft afgemat, klinkt nu de belofte dat zij die God dienen zich niet tevergeefs zullen afmatten, en dat hun kinderen zullen delen in de geschonken zegen.
De kracht van dit visioen is dat je zo ontzettend zou willen dat het waar was. Niet alleen toen en ooit, maar vooral ook nu. In Congo bijvoorbeeld en elders in Afrika, waar een heleboel kinderen niet ouder worden dan vijf jaar. Op plaatsen waar bezittingen van mensen worden geroofd en zij verjaagd worden van hun woonplek. En daar waar kinderen gebaard lijken te worden voor de oorlog en als kindsoldaat hun jeugd verliezen.
Kunnen wij anders dan dwars tegen al die onmenselijkheid in dit goddelijke visioen beamen? Geloven dat het eens waar zal worden is een belijdenis van waar het in Gods schepping werkelijk om gaat: om leven dat in vreugde en vrijheid gevierd wordt. Om mensen die recht wordt gedaan.
Zo gezien is het beeld van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde niet alleen een toekomstdroom. Dat is het ook: een belofte dat de machten en de krachten van de dood uiteindelijk niet het laatste woord zullen hebben. Omdat de Schepper die zich met deze wereld heeft verbonden haar tot haar bestemming zal brengen.
Maar net zo goed houdt deze profetie een oproep in. Wie aan deze hoopvolle woorden houvast ontleend, wie er troost in vindt, kan niet om de vraag heen hoe deze hoop levend kan worden gehouden en door kan worden gegeven, juist ook daar waar dat het hardste nodig is.
Wie er ook maar iets van gelooft wordt aangesproken op zijn verantwoordelijkheid voor de menselijkheid in deze wereld…
Tja, zult u zeggen, maar wat hebben wij nu te maken met de situatie in Congo? Of in Zuid Afrika. Wat kunnen wij eraan doen dat elders op aarde mensen het recht wordt ontnomen op leven? We zien het op TV, maar wij hebben geen enkele invloed. Sterker nog, we voelen ons vaak machteloos.
Wat voor zin heeft het om ons ermee bezig te houden? Is het niet realistischer de lijn te volgen die we nu terugzien in de politiek en ons vermogen alleen te besteden als dat relevant is voor ons eigen beleid? Hebben we onze handen niet vol aan onszelf? Aan het bouwen aan onze eigen onderkomens? Aan het rouwen om onze eigen geliefden?
Toch geloof ik dat we het daar profetisch gezien niet bij kunnen laten, hoe belangrijk die zaken ook zijn. Werkelijk serieus kun je de prachtige woorden van Jesaja alleen maar nemen als je probeert de mensvisie en het wereldbeeld die daaraan ten grondslag liggen voortdurend te vertalen.
Dat betekent: in vertrouwen op Gods bedoelingen met ons mensen tot hun recht laten komen, waar zij ook maar wonen. Door hun verhalen te horen en onze ogen niet te sluiten wanneer dat recht wordt geschonden. Door te blijven zien hoe godgeklaagd het is wat er nog al te vaak op aarde gebeurt.
En door er waar mogelijk aan bij te dragen dat anderen voorbij het aangedane onrecht kunnen leven. Als is het maar door te collecteren voor Esperance in Zuid-Kivu.
Niet omdat we de wereld daarmee kunnen herscheppen. Het gaat in de Bijbel niet om vooruitgangsoptimisme. Maar wel omdat we ons daardoor voor ogen mogen houden waartoe
|
|
|