spacer.png, 0 kB
Home arrow Blog arrow Jacobs droom.... (door ds. P. de Bres)
Jacobs droom.... (door ds. P. de Bres) PDF Afdrukken E-mail
Jacobs droom over de ladder tussen hemel en aarde,
vind ik een van de mooiste Bijbelverhalen.
Maar vreemd, ik heb er nog nooit over gepreekt.
Waarom raakt dit verhaal mij zo?
De ontkerkelijking gaat nog steeds door;
maar inmiddels hebben wij ontdekt dat het niet betekent
dat mensen minder religieus zijn geworden.
Velen zijn op zoek naar zingeving in hun bestaan,
naar houvast en troost, naar een innerlijk gevoel van vrede.
Als je leven problematisch is, moeilijk, verdrietig,
als je zelf maar nauwelijks overeind blijft,
als je er bijna onderdoor gaat,
waar vind je dan een adres waar je aan kunt kloppen?
Daar gaat ons verhaal volgens mij over.
Laten we maar eens naar Jacob kijken.

Jacob is op de vlucht voor zijn broer, die het op zijn leven voorzien heeft.
Op de vlucht betekent; los van alles wat je vertrouwd is,
van wat je lief is, losgescheurd van je wortels.
Waar is troost, waar vind je een beschermende arm?
Het gevoel dat je geleid wordt, niet alleen bent.
En mensen vragen naar God.
Maar waar vind je Hem?
Waar is een plaats waar je Hem ontmoeten kunt?
Ook kerkmensen kunnen met die vraag worstelen.
Is het niet een van de meest wezenlijk menselijke vragen?
Waar vind ik troost, vertrouwen
in deze vaak zo dreigende en ingewikkelde wereld?
Daar gaat de droom van de ladder tussen hemel en aarde over.

Jacob. Toen ik jonger was mocht ik hem niet erg: een ordinaire bedrieger.
Nu mijn levenservaring gegroeid is, wordt Jacob mij ook sympathieker.
Het bestaan is niet altijd rechtlijnig.
Hoevaak voel je je geen pion in wat er om je heen gebeurt?
Word je meegesleurd in een gebeuren waarvoor je nooit gekozen hebt?
Is Jacob geen pion tussen vader en moeder?
Hij weet van Gods belofte aan hem en Ezau dan?
Net als de meesten van ons is hij geen held;
hij zegt dan  ook geen nee tegen het voorstel van zijn moeder.
Zo wordt hij deelgenoot in het bedriegen van zijn vader.
En brengt hij zichzelf flink in de knoei,
want Ezau is razend, voelt zich bestolen
en roept in zijn boosheid: ik vermoord je.
En daar gaat Jacob, op de vlucht voor zijn broer.
Losgescheurd van het gezin, van wat vertrouwd en geliefd is.
Zonder bescherming van de clan.
Letterlijk en figuurlijk terecht gekomen in de woestijn.
Hoe overleef je dan?
Tegen de avond zoekt hij een plaats om te slapen.
De Bijbel: hij kwam bij een plaats en bleef daar overnachten.
Een plaats; maqom in het Hebreeuws.
Mokum, de Jiddische naam voor Amsterdam,
is een verbastering van dat hebreeuwse maqom.
DE plaats waar de Joodse vluchtelingen welkom en veilig waren.
Die benaming  een plaats (we horen het tot drie keer in ons verhaal)
doet je dus je oren spitsen.
Er is – in dit verband – nog iets opmerkelijks.
U weet misschien dat Joden de Godsnaam niet uitspreken.
Hoe kunnen wij kleine, zondige mensen, die Heilige Naam in de mond nemen.
Zij spreken dus over de Heer, of over de Koning van de wereld,
geprezen zij zijn Naam.
Een van die namen voor God is ook: de Plaats.
Bij  en in God vinden aarde en hemel immers een plaats.
In de Schrift gaat het niet zozeer om de vraag
of er in onze wereld plaats voor God is.
Nee, de Bijbel is het verhaal dat bij God plaats is voor mens en wereld.
Dat alles speelt nog niet door Jacobs hoofd.
Hij zoekt gewoon een veilige slaapplaats. Moe van het lopen
en nog vermoeider van alle emoties.
Toen kreeg hij een droom.
Een ladder die op de aarde stond en helemaal tot in de hemel reikte.
Daarlangs stegen engelen omhoog en daalden af.
Een droom waarin hemel en aarde elkaar raken.
Waarin engelen komen en gaan.
Engelen, reisgenoten, bescherm- en bewaarengelen, nu Jacob naar den vreemde trekt.
Een droom waarin God zelf aanwezig is en Jacob aanspreekt.

De beelden van de droom zijn ontleend aan de culturele wereld van zijn tijd.
U kent het verhaal van de torenbouw van Babel.
Zo’n toren, een ziggurats was een traptoren met bovenop een kleine tempel.
Het was ahw. een ladder naar de hemel.
De beelden van de droom zijn dus bekend, maar gaat het niet om de inhoud?
Bij de tempeltoren klimmen mensen zelf omhoog naar de hemel
om het geheim te kunnen grijpen.
Bij Jacobs droom horen we:
ook zag hij de Heer bij zich staan.
God zelf daalt via die ladder naar die verwarde vluchteling af,
staat wakend bij hem en stelt zich zelf voor:
Ik ben de God van je vader Abraham en Izaak.
Na deze godservaring zal de Naam van de Heilige voortaan zijn:
de God van Abraham, Izaak en Jacob.
Deze God ziet Jacob in zijn droom beschermend naast zich staan.
Heel dit land dat je nu ontvlucht geef Ik jou en je nakomelingen.
Als het stof van de aardbodem, zo talrijk zullen zij zijn.
Ik zelf ben met je, Ik zal je beschermen waar je ook gaat
en naar dit land terugbrengen.
De ladder als de uitgestoken hand vanuit de hemel, die vertrouwen aanreikt,
die hemel en aarde aaneen weeft.
Die de zekerheid geeft dat God jou nabij is, dat Hij je ziet,
je zorgen en problemen kent en met je meegaat.
Zo vind je veiligheid, kracht en toekomst.
Je wordt over je angsten en negativiteit heen getild: Ik ben er voor jou.
Ondanks de soms immense verlatenheid, ben je niet alleen.
Ondanks gevoelens van zinloosheid, blijkt er een weg te gaan.
Ondanks de woestijn schemert er beloofd land.

Wat een droom. Hadden wij ook maar zulke dromen.
Bijna te groot voor een mens. Huiver bevangt Jacob.
Op deze plaats is de Heer aanwezig, zegt hij.
Dat besefte ik niet.
Nee, hijzelf zocht God niet, God vond hem.
Wij bedenken dat niet altijd, maar God zoekt ons mensen veel intenser, dan wij Hem.
Wat een ontzagwekkende plaats, dit is niet anders dan het huis van God,
dit is de poort van de hemel.
En Jacob geeft die plaats de naam: Bethel: huis van God.
De steen die als kussen diende, richt hij op blijkt dus aanmerkelijk groter
dan aanvankelijk gedacht.
Hij wijdt die steen door er olie over te gieten, als een offer,
zodat de plaats door de opgerichte steen herkenbaar is
als een plek waar God aanwezig is.
Een opgerichte steen; een eeuwenoud teken.
In Europa noemde men dat een menhir.
Zo wijdden mensen plaatsen waar zij de ervaring hadden gehad
dat hemel en aarde elkaar raakten
en dat God aan het leven van mensen raakte.

Ik kijk even terug naar die dia van de ladder op de toren van de kerk van Bath.
Alsof de bouwers wilden zeggen dat je juist op deze plek, hier in de kerk,
die ervaring dat God aan jouw leven raakt, kunt vinden.
 Dat je van hier mag gaan, wetend dat je zijn zegen meedraagt.
Hebben ook wij die ervaring niet, dat je juist in de kerk,
zingend en biddend, in stilte of luisterend of in je lied,
die hemelladder naast je ziet staan,
de verbondenheid van hemel en aarde ervaart, voelt dat God aanwezig is voor jou
en zo vertrouwen en kracht vindt en troost en vrede.
Die hemelladder op de toren van de kerk van Bath vind ik ontroerend.
Toch is hiermee nog niet het diepste, het laatste gezegd.
Daarvoor sla ik het Johannes Evangelie open.
Een verhaal over de roeping van leerlingen
en van de ontmoeting tussen Jezus en Nathanael,
die Jezus een echte Israëliet, een mens zonder bedrog, noemt.
Nathanael repliceert met: U bent de zoon van God, de koning van Israel.
Dan grijpt Jezus terug op dat beeld van de Jacobsladder:
jullie zullen de hemel geopend zien
en de engelen van God zullen omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.
Jezus zelf is de ladder tussen hemel en aarde.
Hij is de Plaats waar God zelf tegenwoordig is: het Huis van God.
Die plek - waar je God kunt vinden en ontmoeten,
waar je zijn zegen deelachtig wordt, waar je vertrouwen vindt -
is niet langer Bethel, het huis van God uit Jacob ervaring.
Het is niet meer Jeruzalem, de tempel, de plek
die God zelf zich als woonplaats had gekozen.
Toen Jezus aan het kruis stierf scheurde het voorhangsel van de tempel,
dat die woonplaats van God voor ons oog verborgen had gehouden.
Voor ons is er maar 1 plaats, of liever 1 mens, waar wij God ontmoeten: Jezus.
Hij is voor ons de ladder die hemel en aarde verbindt.
In Hem is God zelf tegenwoordig.
In Jezus komt God tot ons en Hij spreekt ons
over liefde en vrede voor jou en mij.
In Jezus smelten hemel en aarde zo ineen
dat wij de contouren van het Godsrijk gaan zien.
In Jezus reikt de hemel ons de hand,
wordt onze immense eenzaamheid doorbroken
en ontdekken wij dat er een weg te gaan is,
zelfs te midden van de chaos en eenzaamheid van de wereld.

De hemelladder op die toren te Bath heeft iets diep ontroerends
en zeker, in de kerk zoeken en vinden wij zondag aan zondag
 iets van Gods goede aanwezigheid.
Mogen wij onszelf steeds weer als zijn geliefde kinderen herkennen
en vertrouwen vinden dat ons leven leidt
en in het licht van goedheid en schoonheid zet.
Maar de echte Godontmoeting vinden wij pas in Jezus,
die Gods Gezalfde en Zoon van God wordt genoemd.
Hij is de ladder, de trap waarlangs God tot ons komt.
Dat zou ik willen zeggen tegen alle zoekers op onze wereld;
tegen ieder die snakt naar houvast en troost.
Die verdwaald is in deze ingewikkelde, vaak harde,
pijnlijk vreemde wereld.
Jezus, Hij is de ladder langs welke God tot ons afdaalt.
Daarom eindigen wij met een loflied:
    O Jezus, hoe vertrouwd en goed
    klinkt mij uw naam in ’t oor.

Amen.






 
spacer.png, 0 kB