spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow Pinksteren 12 juni 2011 (door ds. M.J. Aalders)
Pinksteren 12 juni 2011 (door ds. M.J. Aalders) PDF Afdrukken E-mail


Preek uit de dienst van zondag 12 juni 2011, voorbereid door ds. M.J. Aalders, die kort voor het weekend ziek werd, de preek niet kon voltooien en de kerkdienst niet kon leiden.
De preek werd, onvoltooid en wel, uitgesproken door de ouderling van dienst G. Drost.


Gemeente van de Heer,

Het zijn en blijven vreemde verhalen, de beide verhalen die we vanmorgen hebben gelezen. Wij leven in een andere wereld. Deze verhalen voeren ons een betoverde wereld. Dat is niet meer onze wereld. Een beetje vreemd zien we om ons heen. Wat moeten we hiermee?

Wonderlijke verhalen uit een betoverde wereld, die niet langer de onze is. Althans, zo ziet de buitenkant eruit. De buitenkant die vertelt van het ontstaan van de talen. De Fransen spreken Frans, de Engelsen Engels en de Friezen spreken Nederlands, en daar in Genesis kunnen we lezen hoe dat zo gekomen is. In Handelingen lezen we vervolgens dat er ooit een moment is geweest waarop die taalbarrières er eventjes niet waren. Maar, nogmaals, het zijn wonderlijke verhalen uit een betoverde wereld die niet langer de onze is. De taalbarrières keerden terug. Volgende geslachten hebben weer hun Latijnse en Griekse thema's moeten leren, hun Duitse voorzetsels moeten stampen, hun Engelse lesjes moeten leren, omdat dat maar voor even was.

De buitenkant, die is wat wonderlijk, niet alledaags. Maar dat laten we nu even zo. Want verhalen hebben niet alleen een buitenkant, ze hebben ook een binnenkant, en die is veel interessanter. Het is met veel Bijbelverhalen als met een sinaasappel: ik kan hem u duizend keer beschrijven, maar wat een sinaasappel is, dat weet alleen degene die hem gepeld en geproefd heeft. Zo is het ook vaak met Bijbelverhalen. Ze moeten gepeld en geproefd worden. Wij blijven vaak aan de buitenkant staan, en zolang we dat doen, zullen we ze nooit begrijpen, hoe ons wereldbeeld ook is. De kunst van het Bijbellezen is dat we in het verhaal stappen, op de plek die ons het beste past. Bijbelverhalen gaan niet over het land van ooit, over vroeger. Bijbelverhalen gaan over het hier en nu. Ze gaan niet over mensen van voorbij, ze gaan over mensen zoals wij, over ons, en daarom worden we uitgenodigd in het verhaal te stappen, en onze rol op ons te nemen.

Welaan, zo klinkt het in Genesis 11, welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.

De buitenkant zegt ons: rare jongens, die Babyloniers, ze geloven dat ze een toren tot in de hemel kunnen bouwen. Dat wisten ze natuurlijk ook wel, dat dat niet kon. Ze waren niet op hun achterhoofd gevallen. Het is een zegswijze, een manier van spreken. Ze brengen de hemel naar de aarde en de aarde naar de hemel. Ze bouwen een toren tot in de hemel, en ze gaan als het ware zelf op de troon van God zitten. Zij bepalen, daar gaat het om, zij bepalen voortaan wat goed is en wat kwaad is. God had gezegd dat de mensen zich over de aarde moesten verspreiden. Wordt talrijk, en onderwerpt de aarde. En dat is wat de mensen niet doen: ze worden wel talrijk, daar hebben mensen nooit zo'n moeite mee gehad. Maar zich verspreiden over de aarde, dat doen ze niet. Ze kruipen bij elkaar, ze willen niet over de aarde verstrooid raken, en als het zo zou blijven, zou het grootste deel van de aardbodem zal niet in cultuur gebracht worden.

Wat hier beschreven wordt is niet bedoeld als een beschrijving van het ontstaan van de verschillende taalgroepen en talen. Wat hier beschreven wordt, is dat er chaos ontstaat wanneer mensen zich van God en zijn geboden afkeren. Chaos, en verwarring. Mensen verstaan elkaar niet meer als er geen gezamenlijk oriëntatiepunt meer is. Ze verdwalen in een wildernis, ook al hebben ze er voor hun eigen besef een pracht van een stad van gemaakt. Daar gaat het om, in dit wonderlijke verhaal, dat als mensen zich in hun leven niet op God en zijn geboden richten, ze niet alleen God, maar ook elkaar kwijt raken.

En dan dat andere verhaal. Ook daarin kunnen we een wonderlijke buitenkant aanwijzen. Tongen als van vuur. Ze doen ons denken aan de brandende braambos, van waaruit Mozes door de Eeuwige werd aangesproken, terwijl de bladeren niet verteerd raakten. Of aan de vuurkolom, die de Israëlieten des nacht de weg wees door de donkere woestijn. We lezen dat het huis vervuld wordt van een windvlaag. Is het woord voor wind in het Hebreeuws niet hetzelfde als het woord voor Gods Geest? Is dat niet het wezen van de mens, dat ons de levensadem wordt ingeblazen, en dat we mensen worden? En dan: mensen van verschillende herkomst en met een verschillende taal kunnen elkaar plotseling weer verstaan.

Is het een wonderlijke buitenkant? Zeker. Net zo wonderlijk als het verhaal over de torenbouw van Babel. Maar ook nu weer gaat het om de binnenkant. Om een kern. En die kern, die vinden we in het gebod van Jezus op de dag van de hemelvaart. Jezus gebood hun, zo vertelt Lucas, Jezus gebood hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader.

Jeruzalem niet verlaten. Jeruzalem, dat de profeten dood en stenigt wie haar liefhebben, Jeruzalem, daar waar Jezus gevangen is genomen en gekruisigd en gestorven. Jeruzalem, stad waarin de leerlingen zich bij elkaar verscholen uit angst voor het woedende geweld van de vijanden van Jezus. Maar Hij gebood hun Jeruzalem niet te verlaten. En te wachten op de belofte van de Vader. Tongen als van vuur. En de wind die heel het huis vervulde. En dan, ja, dan gebeurt het dat als de belofte vervuld wordt, mensen met een verschillende landstaal elkaar plotseling verstaan.

Het ene verhaal stamt uit de oertijd, behoort tot de mythologie, zeggen sommigen, en niet tot de geschiedenis. Het andere stamt uit de eerste eeuw van onze jaartelling. Maar beide verhalen stammen uit een betoverde wereld. Maar ze hebben alles met elkaar te maken. Ze sluiten naadloos op elkaar aan, en ze zijn ontzettend modern.

Een cultuur die zijn oriëntatiepunt verliest, gaat aan een gigantische spraakverwarring ten onder, een cultuur die wacht en verwacht en gehoorzaamt aan het gebod van de Heer, die ziet het wonder van een wederzijds verstaan, en van ontmoeting.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Amen.

 
spacer.png, 0 kB