|
Preek uit de dienst van 19 juni 2011 (door ds. L.C. van Drimmelen)
Gemeente van onze Heer Jezus Christus.
Voor ik echt van wal steek wil ik een paar opmerkingen vooraf maken. De eerste is deze: Het is vandaag zondag Trinitatis, de zondag van de Drie-eenheid. We zijn op de hoge kerkelijke feesten God tegengekomen als God de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest. En dat is verwarrend. Op vragen daarover heeft de kerk lang geleden een oplossing bedacht in de leer van de Drie-eenheid. En sindsdien is het gewoonte om daar (na de laatste van de hoge kerkelijke feesten) een aparte zondag aan te besteden. Vandaag is de kleur nog wit. Voor we de paaskring definitief afsluiten moeten we nog op een punt rekenschap, r-e-k-e-n-s-c-h-a-p afleggen. Hoe zit dat: Vader, Zoon en heilige Geest, deze drie, en toch is onze God een. Een tweede opmerking vooraf: Zoveel Joden als er vroeger in Amsterdam en omgeving woonden, zoveel moslims wonen er nu bij ons. Gelukkig zijn er ook nog steeds Joden. Maar noch met onze Joodse buren noch met onze Islamitische buren kunnen we praten over deze christelijke eigenaardigheid: de Drie-eenheid. Met Israel en met de Islam belijden wij dat er maar een God is, of beter: we belijden een God die een is. Maar Joden en Moslims kunnen ons echt niet serieus nemen, als wij praten over God de Vader, onze Schepper, God de Zoon, onze Verlosser en God de heilige Geest, die ons bezielt en ons leven op God en op onze medemensen afstemt. En geef ze eens ongelijk. We weten er toch zeker zelf ook niet goed raad mee? En dan in de derde plaats: In onze verlegenheid grijpen we naar de Bijbel. Want daar zal het toch zeker wel in staan. Maar ik moet u teleurstellen. Het woord 'Drie-eenheid' komt in de Bijbel niet voor. En zelfs het begrip dat we met dat woord aanduiden ontbreekt in de Bijbel. Er zijn wel een paar teksten waarin de Vader en de Zoon en de heilige Geest in een adem worden genoemd: denk maar aan het doopbevel: doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest; en aan de zegen van II Korintiers 13: de genade van onze Here Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen. Maar dat zegt toch niks? Als ik in een adem de Herengracht, de Keizersgracht en de Prinsengracht noem, dan maakt dat die drie grachten toch niet tot een gracht? Zo kan je aan de teksten die ik noemde toch niet ontlenen, dat de Vader en de Zoon en de heilige Geest samen de ene en enige God zijn? Nu gaat de preek echt beginnen. Die raadselachtige formule van de Drie-eenheid is opgekomen in de tijd, dat men worstelde met de vraag, wie Jezus Christus is, wat wij hebben aan Jezus, wat Jezus van Nazareth ons wáárd is. Want dat is de èchte vraag. Wie is Jezus Christus en wat hèbben we aan Hem? En bij het zoeken naar een antwoord op díe vraag laat de Bijbel ons níet in de steek. Jezus is de Zaligmaker. Jezus is de Heiland. God wijst ons in zijn Woord Jezus aan als de Messias, als de Christus. En ik haal nu maar geen Bijbeltekst aan, maar ik herinner aan een bepaalde situatie. Toen Jezus terecht stond voor het Sanhedrin, toen werd aan Jezus gevraagd: Bent u de Christus, de Zoon van God? Op die vraag heeft Jezus toen bevestigend geantwoord. Enkele uren later deden de leden van het Sanhedrin verslag aan Pilatus. Ze meldden Pilatus: Hij geeft zichzelf uit voor Zoon van God. En dat is godslastering. Want volgens de Joodse opvattingen is de Messias niet van God te scheiden. Dáárom draagt ook in de Joodse geloofsleer de Messias de titel: Zoon van God. En volgens diezelfde opvattingen zijn de Vader en de Zoon een. Want in de Messias is de Vader zelf aanwezig. In de Messias komt niemand minder dan God zèlf naar ons toe. En dat was nou juist onverdraaglijk voor de leden van het Sanhedrin. Want, als Jezus gelijk had, en als Hij inderdaad de Zoon van God was, dan betekende dat, dat de God van Abraham, Izaäk en Jakob zich, met voorbijgaan van de priesters en de schriftgeleerden tot het volk gewend heeft in: Jezus van Nazareth. Dat zat de leden van het Sanhedrin ongelooflijk dwars, dat was voor hen onverteerbaar. En die frustratie maakte het voor hen zo moeilijk om op het beslissende moment helder de keus te zien, waar ze eigenlijk voor stonden. Als Jezus zich ten onrechte Zoon van God noemde, dan konden ze Hem alleen maar wegens godslastering ter dood veroordelen.. Maar als Hij gelijk had, dan konden ze alleen maar in aanbidding op de knieen vallen, omdat de Heilige, geprezen zij zijn Naam, zelf in hun midden was verschenen........ Maar dat kan alleen door het geloof. Zoals het geval was met Thomas, bij wie pas een week na Pasen de ogen open gingen, toen hij, anders dan de leden van het Sanhedrin, voor Jezus op de knieen ging en in aanbidding uitriep: Mijn Heer en mijn God! Hetzelfde kunnen we zeggen over de Heilige Geest. Want we geloven niet alleen in de Zoon van God. We geloven ook in de Geest van God. En de brandende vraag is dan: wie is de heilige Geest? Wat hebben we aan de heilige Geest?. Wel, als we in de Zoon van God te maken hebben met God zelf, dan hebben we ook in de Geest van God te maken met God zelf. En daarom wordt in de Bijbel ook de Geest beleden als Heer. Dus het waren heus niet zulke vergezochte kunstgrepen van de kerk, toen de leer van de Drie-eenheid werd geformuleerd. Er werden alleen maar oorspronkelijk Joodse gedachten opnieuw uitgesproken en in een hand genomen. Want God is een. En in de Zoon is God zelf aanwezig en daarom sprak Jezus: Ik en de Vader zijn een. En de Geest van God is Heer, dezelfde, de ene Heer. Niet dat we het nu allemaal begrijpen. Laat staan dat we het nu kunnen verklaren. Het is ook niet iets om te begrijpen. Het is alleen maar iets om te geloven. En als de Heer Jezus bij zijn hemelvaart de Vader en de Zoon en de heilige Geest in een adem noemt, dan mogen we hen op die manier met elkaar in verband brengen: Hoor Israel, de HEER is onze God, de HEER is een. En de Vader en de Zoon zijn een. En ook de Geest is die ene Heer. Wat schieten we daar nu mee op? Wat is het belang van deze wonderlijke belijdenis? Ik ga nu wat persoonlijker worden. Christus is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden. Daar horen wij ook bij. Heil en vree wordt gebracht aan een wereld verloren in schuld. Jezus neemt de zondaars aan. Maar als dat dan ook daadwerkelijk gebeurt, dat Jezus u en mij als zondaars aanneemt, dan is het ook helemaal goed. Want, zegt Jezus: Ik en de Vader zijn een. We hoeven dus ook nooit bang te zijn dat er toch nog iets tussen God en ons kan blijven zitten, als het Jezus is, die ons aanneemt. Want die eeuwige God, de Schepper van hemel en aarde heeft ons zelf in zijn ontferming aangenomen op hetzelfde moment dat Jezus Christus ons heeft gered. Want, de Vader en de Zoon zijn een. En de Heer nu is de Geest. Dat is de Geest die door God gezonden is om mensen, die geestelijk dood zijn, weer tot leven te roepen. Die Geest, die door God gezonden is om zondaars op te roepen tot bekering. Die Geest, die door God gezonden is om over de hele wereld het Evangelie te verkondigen. Die Geest, die werkt in het werk van de kerk en van de bijbelgenootschappen en in het werk van de zending. Die Geest, die zorgt dat de kerk leeft en dat wij als leden van de kerk geloven. Die Geest, die de schepper is van de onlosmakelijke band met de Heiland, die geest is niet een van God onafhankelijk werkende onzichtbare mysterieuze kracht, maar die Geest, .......... die Geest is God zelf. Waar de Geest werkt, daar werkt God zelf. Waar de Geest stuurt en leidt tot de Heiland, daar stuurt en leidt God zelf. En waar de Geest trekt, daar trekt God zelf verloren zondaars tot behoud. En harten waar Gods Geest in woont, daar woont God zelf, daar wordt zijn heil verkregen. Als de Geest zijn beslag op je legt, dan ben je d'r ook. Want de HEER, onze God, de HEER is een. Als de Geest zijn vleugels over ons uitspreidt en als Jezus de Heiland ons ontvangt in zijn sterke armen, dan opent God zelf zijn Vader-armen en neemt Hij ons zelf op in zijn erbarmen. En dan is het ook goed! Dan is het helemaal goed! Dit mogen we geloven. Dit mogen we geloven, ook al kunnen we er met ons verstand niet bij. Maar ook al is er reden om het niet te geloven omdat we het maar niet kunnen begrijpen, er is nog meer reden om het wel te geloven, omdat God zich zelf zo aan ons presenteert in zijn Woord. De Vader is God. De Zoon is God. En de heilige Geest is God. Sámen zijn zij de ene enige waarachtige en eeuwige God. Dit mogen we geloven. En dit zullen wij belijden. Dit zullen wij belijden samen met heel de christelijke kerk. Deze belijdenis is oecumenisch en wereldwijd. Hier liggen de grenzen van het christendom. Dit mogen wij geloven. En dit zullen wij belijden. En dit mogen wij ook beleven. Dit mogen wij beleven, omdat de leer van de Drie-eenheid geen theorie is, die indertijd door een stelletje wereldvreemde theologen is uitgedacht. Als het door slimme theologen was uitgedacht, zou het er allemaal wel wat logischer en begrijpelijker hebben uitgezien. Maar nee: het is zo door de christelijke kerk geformuleerd als antwoord op allerlei geleerden, dwaalleraars en ketters die het juist allemaal wel begrijpelijk wilden maken en daardoor de kern van het evangelie aantastten. Inderdaad, we kunnen het niet begrijpen. We kunnen het alleen maar geloven. Een belijden. En beleven. Hoe beleven we dat dan, wat we geloven en belijden omtrent de drie-enige God? Door naar de drie-enige God te luisteren als Hij tot ons spreekt in zijn Woord. En door ons aan Hem ondergeschikt te maken, aan die drie-enige God. Niet alleen aan de Vader, maar ook aan de Zoon en ook aan de Heilige Geest. Door ons aan die drie-enige God te onderwerpen. Door ons te laten leiden door de Geest van God. Door ons te laten redden door de Zoon van god. En door ons leven te leggen in Gods vaderhanden. En dat is een handeling, een overgave, een capitulatie. Want de Vader en de Zoon en de heilige Geest zijn een. Dit geloven wij, luisterend naar het Woord van God. Dit belijden wij, samen met heel Gods kerk. Dit beleven wij, elk persoonlijk, en sámen. Als kìnd van God en als kerk van God. Dat belijden wij als wij samen hier zijn in dit kerkgebouw. En dat beleven wij in ons werk. Totdat wij het niet alleen geloven en belijden en beleven, maar het ook zien! Dan zien wij dat onbegrijpelijke, waar wij nu alleen nog maar van kunnen zingen. In al die liederen over de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Dat zijn er nogal wat. In ons liedboek kunt u zien hoe de kerk alle eeuwen door in allerlei toonaarden de Drie-eenheid heeft bezongen.. Want waar het denkvermogen te kort schoot, en waar de grens van het begrijpelijke werd overschreden, daar ontsprong aan onze geest het loflied. Want ons praten over de Drie-eenheid werd stotteren, totdat we er over gingen zingen. Ere zij de Vader en de Zoon en de heilige Geest. En dat zingen loopt keer op keer uit op aanbidding. Want de leer van de Drie-eenheid is geen poging tot verklaring maar een uitnodiging om te aanbidden. Aanbidt de Vader in het Woord, aanbidt de Zoon aan 't kruis doorboord, aanbidt de Geest uit beiden. Van zijn gemeenschap zijn genade, zijn liefde en trouw, halleluja, zal ons geen schepsel scheiden! A M E N.
|