spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Prekenarchief arrow 3 Koningen (door drs. R.J. Prent)
3 Koningen (door drs. R.J. Prent) PDF Afdrukken E-mail
‘Wat moet je daar nu nog over zeggen’, vroeg Maarten toen ik hem vertelde welke tekst voor vandaag op het rooster staat. Dat dacht ik zelf ook toen ik de Eerste Dag opsloeg. Herodes er maar bij nemen, dacht ik, dan heb ik in elk geval het contrast.
‘Tja, dan kun je Herodes er wel nemen, maar ja, het verhaal van de kindermoord,
word je ook niet vrolijk van’, klonk het door de telefoon. Nee, dat klopt, maar ik had wel een uitvoerig artikel over hem gelezen van een psychobiograaf. Dat is iemand die op grond van schriftelijke documenten zich een beeld vormt van een psyche van een persoon uit het verleden.

Het verhaal van  Eliëzer Witztum zet in met de bevestiging dat Herodes een wreed man was, .maar dat hij niet van zijn wreedheid genoot. Volgens hem vocht de koning – een getraumatiseerd lelijk eendje uit een gemengd Joods-Arabisch huwelijk - met zichzelf. Hij was een patiënt die leed aan een paranoïde persoonlijkheidsstoornis.. Witztum vindt dat Herodes zeker begrip en medelijden verdient en misschien wel sympathie en bewondering. ‘Dat heb ik bij de exegese niet geleerd’, dacht ik, snel verder lezen. Ik weet ook niet hoe zijn talloze slachtoffers daar over zouden denken, o.a. diverse familieleden, maar ik kan mij voorstellen dat die toch wat ongelukkig zouden zijn met dit posthume eerbetoon voor de wrede tiran. Boeiend is de vraag
of Matteüs anders over Herodes geschreven zou hebben als hij beschikt had over het rapport van de psychobiograaf. Ik denk -eerlijk gezegd- van niet, want in het Evangelie is het handelen van iemand doorslaggevend.

Herodes werd  40 v.Chr. in Rome tot koning gekroond en bleef dat tot zijn dood in
4 v.Chr. Hij voerde verschillende oorlogen, weerstond Joodse adellijke aanspraken op zijn troon en overleefde nogal wat familie intriges. Hij hield van megalomane bouwprojecten, was politiek slim, onderhield goede contacten met Rome en plaatste een romeinse adelaar boven de ingang van de tempel. Zijn bijnaam  was ‘de Grote’.
Volgens de psychobiograaf had hij een groot minderwaardigheidscomplex en een aantal traumatische ervaringen die hem een aan waanzin grenzende achterdocht bijbracht, waardoor hij eenzaam, agressief, impulsief en erg angstig werd. Het zal allemaal waar zijn, maar zijn slachtoffers worden er niet minder slachtoffer door.

In het voorbijgaan deelt de biograaf ook nog even mee dat Herodes de kindermoord van Betlehem niet op zijn geweten kan hebben, want toen was hij al dood. Nu, die mogelijkheid had ik wel al bij de exegese geleerd. Echter niet als zekerheid, maar als mogelijkheid. Als het zeker zou zijn, dan zouden we zeker moeten weten dat Jezus niet voor of in het jaar 4 v.Chr. geboren is. En dat weten we niet helemaal zeker.

De vraag is dan ook niet of Herodes verantwoordelijk is voor de kindermoord, er blijft genoeg over, maar waarom Matteüs hem als zodanig tekent in zijn evangelie. Daar valt wel iets over te zeggen zonder al te veel speculatie. In hem wordt het dictatoriale koningschap uitgetekend. Ik zal mijzelf handhaven d.m.v. intrige, chantage en moord. In de Schrift wordt terughoudend omgegaan met het koningschap, de argwaan is groot. Het hebreeuwse woord voor koning ‘Melech ‘ ligt dicht bij ‘Moloch’, de god
van het kinderoffer. Bij de Herodes van Matteüs gaan ze naadloos in elkaar over.
Zo wordt hij het tegenbeeld van de koning van Psalm 72, de psalm die de kerk op
het feest van Epifanië zingt. Het feest van de verschijning van de Heer, gevierd op
6 januari en tamelijk overwoekerd door het kerstfeest. ‘Verschijning’ klinkt subtieler dan geboorte, maar epifanië is in de westerse traditie verschoven van het verschijnen
van de mensenzoon naar die van de drie koningen en hun geschenken.
In de katholieke versie van ‘Nu sijt wellecome’ verschijnen ze in het laatste couplet:
D' heilige drie Koon'gen uit zo verre land …, De reformatie kon het niet nalaten om te verbeteren: Wijzen uit het Oosten, uit zo verre land,

Hoe wijs ze waren weten zelfs protestanten niet, magiërs waren het, uit het Tweestromenland, bestudeerders van stand van zon, maan en sterren, hoeveel het er waren weten we ook niet.  Drie zegt de traditie, vanwege de drie geschenken die aangeboden worden. In de middeleeuwen staan ze voor vertegenwoordigers van de drie continenten, één komt uit Tarsis (Spanje, Europa), één komt uit Arabië (dat wordt aangeduid als Azië) en één, de zwarte koning, komt uit Ethiopië (Afrika). Zo zijn in hen alle vorsten der aarde en alle toen bekende werelddelen tegenwoordig.

Zij krijgen namen en zij vertegenwoordigen de levensstadia van mensen. De oudste is Melchior, hij knielt, legt zijn kroon af en biedt goud aan, zo wijst hij naar  het koningschap van Christus. Caspar is van middelbare leeftijd, hij biedt wierook aan, dat gebruikt wordt bij offers in de tempel en verwijst zo naar de goddelijke natuur van Christus. Balthasar, de zwarte koning biedt mirre aan, waarmee vooraanstaande doden gebalsemd werden, zo verwijst hij naar de menselijke natuur van Christus, naar zijn lijden en sterven.

Dat mag legende zijn, het laat wel zien hoe zwaar er getild werd aan de goddelijke en menselijke natuur van Jezus, die precies op grond daarvan de waarachtige koning kon zijn. De meesten van ons, vermoed ik, tillen niet zo zwaar aan die dubbele natuur, vinden dat voornamelijk interessant voor dogmatici. Maar er is wel een reden dat daar in de vierde en vijfde eeuw hard over gestreden is. Het ging n.l. om de vraag naar de kracht van de verzoening in en door Christus.

 Want, zei men, als hij niet waarachtig God is, hoe kan door Hem dan de vergeving van Godswege plaatsvinden En als Hij niet waarachtig mens is, hoe kunnen we er dan zeker van zijn dat Gods vergeving op mensen betrekking heeft. En als Hij niet werkelijk onverdeeld en onveranderd, ongemengd en ongescheiden, God en mens is, hoe kan Hij dan de vervulling van het verlangen zijn naar de waarachtige koning zoals dat in psalm 72 wordt bezongen. Wij hoeven niet per definitie te redeneren zoals de kerkvaders en hun opvolgers dat deden. Maar wij moeten wel weten waar het hun om ging.

Naast de aandacht voor de gaven, was er ook aandacht voor het geven. De wijzen stonden voor de heidenen en het heil in Christus moet tot de uiteinden der aarde. Deze heidenen gaan naar het heil toe en voegen zich eerst in in het oude bestel.
In Jeruzalem onder de knoet van Herodes, vragen zij naar de pasgeboren koning van de Joden, maar vervolgens zij voeren hun opdracht maar ten dele uit.
Het laatste deel van hun route wordt gezien als het begin van hun bekering, de gave van de geschenken als de overgave aan Christus en het teruggaan langs andere weg als teken dat zij niet terug willen vallen in hun oude gedrag. De keerzijde van
de aanbidding van  Jezus is de ongehoorzaamheid aan Herodes.

Zo staat koning tegenover koning. Toen de kerk rijkskerk werd, moest dat verhaal uiteraard anders worden ingekleurd. De koningen werden voorbeeldig voor de koningen en keizers van West en Oost. Ook die dienden (symbolisch) hun kroon
en staf en lauwerkrans neer te leggen aan de voeten van het Christuskind.
Rond 1160 worden de relieken van de magiers door Frederik Barberossa naar Keulen gebracht en daar in een vorstelijke schrijn ten toon gesteld. Rond 1900 geeft de toenmalige kardinaal van Keulen een deel van de relieken terug aan de kardinaal van Milaan.

In de middeleeuwen krijgt het driekoningenfeest zo hier en daar carnavalsachtige trekken. Kinderen en armen spelen vol overgave de rol van koning. Ventielzeden
die de orde niet bedreigen, maar in feite bevestigen. Luther nam de vrijheid om een eigen invulling te geven aan de betekenis van de gaven en benoemde ze als teken van geloof (goud), hoop (wierook) en liefde (mirre). Dat laatste lijkt vreemd, maar in
het Hooglied speelt mirre een niet onbelangrijke rol. Varianten daarop zijn erbarmen, gebed en reinheid en wijsheid, gebed en afsterven aan begeerte, u kunt kiezen.

Wat betreft dat laatste kan een voorbeeld genomen worden aan Maria. Het zal duidelijk zijn dat de heilige familie de geschenken goed kon gebruiken, goud was kostbaar, de wierook kon dienen om de stank van de dieren te verdrijven en mirre was uitstekend bruikbaar als babyzalf. Maar de legende zegt dat Maria na het vertrek van de wijzen gedecideerd alle geschenken aan anderen schonk.

Nu vertel ik dit niet om u objectieve informatie te verschaffen over de legendes rond Herodes en de wijzen. Ik wil u in vogelvlucht laten zien hoe die tot ons gekomen zijn. Hoe mensen daar hun eigen verhaal van gemaakt hebben, ook als dat gedaan wordt op een manier waarvan wij nu zeggen: zo moet het maar niet.

In het evangelie wordt Jezus geboren uit een maagd. Dat ligt in het verlengde van de geboorte van o.a. Izaak en Samuel die plaats vinden uit kracht van het onmogelijke, uit een gesloten schoot, als symbool voor het gebrek aan toekomst, die geschapen wordt door de Levende zelf. In het verlengde daarvan wordt die onmogelijkheid geradicaliseerd in de verwekking in de schoot van een maagd. Zo laat de Schrift zien dat heilsgeschiedenis niet vanzelfsprekend  is en ook niet direct in het verlengde ligt van onze geschiedenis.

In de (ten dele apocriefe) verhalen rond heilshistorische figuren van Israël wordt ook aan het licht gebracht dat het nieuwe leven direct onder de dreiging van de doods- machten van het oude bestel komt te staan. Dat neemt Matteus over in de manier waarop hij Herodes tekent. Hij laat ook een contrast zien tussen Herodes  en de wijzen. Twee manieren van omgaan met het heil dat gekomen is. Aanbidding en overgave tegenover de moord op onschuldigen. Dat doet hij niet om ons objectieve informatie te verschaffen of enkele (on)aardige legendes mee te geven.

In het verlengde van wat hij doet ligt een existentiële vraag naar de gemeente:
hoe gaan wij om met het getuigenis van kerstmis en epifanie. Met die weerloze en kwetsbare verhalen die vragen om vertrouwen om het er mee te wagen. Om ze te bewaren en te behoeden in leerhuis en liturgie, in lied, gebed  en gebaar, door de tijd heen, elk geslacht weer, opdat ze ooit voltooid worden in de nieuwe werkelijkheid van het enige Rijk dat daaraan gewaagd is, het koninkrijk der hemelen dat niet is, maar wel moet komen. En zo moge het zijn.

 
spacer.png, 0 kB