|
Papa Wouter (door ds. G.J. de Bruin) |
|
|
|
Jezus vertelde eens een parabel waarbij hij een vader schildert die op de uitkijk staat, eindeloos wachtend op zijn kind. In mensenland komen we het omgekeerde ook tegen: een kind dat op de uitkijk staat, wachtend op de komst van haar vader…
Er was eens een man die heel hard werkte. Elke dag ging hij naar een groot gebouw, noem het een kantoor of een ministerie. Hij was er 's morgens al heel vroeg en 's avonds ging hij altijd als één van de laatsten weg. Zijn kinderen lagen nog in bed als hij van huis ging en waren 's avonds al naar bed als hij thuis kwam. Die man had het zo druk dat er bijna nooit tijd was om een spelletje met de kinderen te doen.
Op een dag loopt de man aan het einde van de middag na snel een broodje in het restaurant, terwijl hij al weer aan het bellen is, langs een portiersbalie. Z'n oog valt op de scheurkalender die aan de muur hangt. Elf maart staat er op. Zeg, hoe zit dat, 't is toch geen elf maart hè, vraagt hij. Op de kop af meneer, antwoordt de portier. Laat mij maar scheuren, ha ha... Donders nog aan toe, roept de man terwijl hij z'n mobieltje nog aan z'n oor heeft. Hij is vroeger netjes opgevoed en zegt haast nooit lelijke woorden. Wat stom, sist hij. Het is de verjaardag van zijn dochtertje. Job, hoor je dat, nou vergeet ik toch nog de verjaardag van mijn dochter. M'n vrouw heeft me er gisteren aan herinnerd. Je bent toch wel op tijd thuis hè, vroeg ze.
Nu moet alles snel. De man rent de gang door, vliegt de trap op. Beng, daar struikelt hij. Hij belandt midden in de grote plantenbak op de overloop. Die rot bloemen mompelt hij, terwijl hij de aarde van z'n jasje slaat. Opeens krijgt hij een idee. Hij begint wat te graven en trekt een deel van de blauwe bloemetjes uit de plantenbak. Met die kluit bloemetjes rent hij naar de uitgang en vraagt z'n chauffeur hem snel naar huis te brengen. Als hij thuis afgezet wordt, ziet hij de jarige Lieke voor het raam staan, haar neus zowat tegen de ruit gedrukt. Een tel later komt ze naar buiten en vliegt hem om z'n hals. Ik heb een hele tijd op je gewacht, pappa. Sorry Lieke, dat ik wat laat ben. Kijk eens wat ik voor je heb meegebracht... Deze bloemetjes heten vergeet-me-nietjes… Wat leuk pap, hoe kom je erop? Ach, ik val gewoon op die bloemen, antwoordt hij. Er ligt een glimlach op z'n gezicht. Ze zijn schitterend hè? Terwijl ze naar binnengaan, zegt hij tegen Lieke: ik bedacht net in de auto dat ik morgenmiddag vrij ben. En het weekend ben ik ook vrij. Dan gaan we met z'n vijven iets leuks doen. Waar heb je zin in, Lieke. Voordat ze antwoord kan geven, wordt haar vader door haar moeder omhelst. Welkom thuis, Wout, hoor ze haar moeder zeggen. Welkom thuis, dat heeft ze haar moeder nog nooit tegen hem horen zeggen…
|