spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow En breng ons niet in beproeving (door ds. G.J. de Bruin)
En breng ons niet in beproeving (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
En breng ons niet in beproeving maar red ons uit de greep van het kwaad.

(gelezen: Genesis 3: 1-9; Jakobus 1: 12-16)

Hoe komt het dat de wereld is zoals ze is? Waarom zijn er zoveel dingen niet goed? Waarom steeds weer ruzies, familievetes, brandhaarden, conflicten, oorlogen? Waarom zijn mensen zoals ze zijn? Heeft God ons gewild zoals we zijn?

Ik weet niet hoe het u vergaat maar een mens kan door al die beelden van aanslagen op de televisie, afgelopen vrijdag was het weer raak in Kaboel, afgestompt raken. Ik krijg de neiging om weg te kijken, om de paniek in de ogen van de mensen maar niet te hoeven zien en de hectiek rond de gewonden…

Een conclusie op grond van die beelden is niet zo gewaagd: wat zijn wij mensen ver van huis geraakt. Regelmatig wordt ons de laatste tijd verslag gedaan van bijeenkomsten van verschillende tribunalen, van rechtszittingen in Den Haag, Aken en München en elders. Misdaden van mensen en van bevolkingsgroepen worden meer en meer gedocumenteerd, eerder hadden we slechts onze vermoedens; maar nu horen we ooggetuigeverslagen die schokkend zijn en ons confronteren met diep insnijdende vragen. Wat daar is gebeurd, kan dat overal op aarde gebeuren? Wat mensen in de laatste oorlog in Nederland, in Sobibor of later op de  Balkan hebben gedaan, hoort dat ook tot onze mogelijkheden? Het zijn vragen die je kunnen verlammen. Het kwaad lijkt te gedijen. Zijn wij mensen niet of onvoldoende in staat ons tegen de zuigkracht van het kwaad te verzetten?

Het is een wereld om van wakker te liggen. Je moet uitkijken niet cynisch te worden of onverschillig. Ongefilterd komt het onze huiskamer binnen: mensen in de ban van de wraak, in de ban van vijandsbeelden. Moet je horen wat joden en Palestijnen over elkaar zeggen, na alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Kunnen we eigenlijk nog wel spreken van een menselijke beschaving? Toen Gandhi ooit naar de menselijke beschaving gevraagd werd, antwoordde hij: "Beschaving, dat lijkt me een uitstekend idee." Maar vooralsnog lijkt die beschaving niet veel meer dan een flinterdun vernisje.

Ik denk dat de vragen over het kwaad, over wat mensen elkaar aan kunnen doen, nooit tot rust komen. Je kunt er voor op de loop gaan maar vroeger of later gebeuren er dingen in je eigen leven waardoor je er onontkoombaar bij bepaald wordt. Het oude volk Israël was ook voortdurend met die vragen bezig en dat werd nog verhevigd tijdens de ballingschap. Waarom deze ballingschap, hoe is het mogelijk dat we zo ver van huis zijn geraakt? Waarom is het niet goed? Genesis drie, dat is het verhaal over ha 'adam, over de mens. Niet een historisch relaas over een zekere meneer Adam, maar een verhaal over iedere mens, over u en mij. Een verhaal over verleidingen en beproevingen die voortdurend op ons afkomen en over onze slappe knieën.

Vanwaar die verleidingen? Als je die zesde bede van het 'Onze Vader' hoort: breng ons niet in beproeving, dan ben je bijna geneigd om te denken dat God met die beproeving van doen heeft. Maar zou dan de Eeuwige het kwaad op ons pad sturen en het vervolgens gaan bestrijden? Dat zou toch hoogst merkwaardig zijn. Heeft Hij dan iets van een brandweerman of vrouw die eerst een brand aansteekt om vervolgens met groot materiaal uit te rukken om de brand te gaan blussen? De Jakobus-brief is glashelder. Beweer niet: de verleiding komt van God. De Eeuwige stelt niemand aan verleiding bloot. Wie probeert ons dan te verleiden? De bijbelse verhalen komen niet met sluitende theorieën over het kwaad. Het kwaad heeft iets raadselachtigs, iets ongrijpbaars. Daar komt bij dat het kwaad niet zozeer om een verklaring vraagt maar om bestrijding. En bestrijding begint met verbijstering over wat er gebeurt en die is in bijbelse verhalen met handen te tasten; er wordt niet gezwegen over de macht van het kwaad.

De vertellers in ballingschap spreken over een slang. Die representeert het kwaad, waar de Eeuwige nee tegen zegt. De slang weet de mens te paaien. Dat is het ontluisterende, dat mensen door het gefleem van een slang verstrikt raken in de netten van het kwaad. Maar tegelijk laat de Eeuwige merken dat Hij z'n schepselen niet voor het kwaad in de wieg heeft gelegd, Hij heeft andere verwachtingen en daarom klinkt er die ontmaskerende vraag: Adam, mens, waar ben je? Waar zit je? Waag het niet om weg te duiken in het struikgewas van flauwe praatjes en misselijke smoesjes, je bent verantwoordelijk! Ik wacht op antwoord. God wil graag van de mens horen: hier ben ik. Het raadselachtige van het kwaad in de wereld doet geen afbreuk aan de menselijke verantwoordelijkheid.

Een roman zag het daglicht. De hoofdfiguur in het boek is een man wiens vrouw op een afschuwelijke manier vermoord wordt, nadat vele andere vrouwen in de buurt hetzelfde lot hadden ondergaan. De man vertelt de politie dat hij z'n huis was binnengekomen en toen nog net een glimp van de moordenaar had opgevangen. Hij had diens gezicht gezien in het raam tegenover de deur. Een politieagent vraagt hem: hoe zag de moordenaar er dan uit? Dat weet ik niet precies, zegt de man, het was het gezicht van het kwaad. Hoe kun je dat nu beschrijven?

Tijdens het politieonderzoek sterft de man. De politie moet het nu verder zonder zijn aanwijzingen doen. In het huis van het slachtoffer zoekt men naar het raam waar de man over sprak. Dat raam blijkt echter een spiegel te zijn. Wat blijkt: de man had zichzelf gezien, zijn eigen gezicht. Zijn gezicht was het gezicht van het kwaad. Hij bleek zelf de moordenaar. Had hij de rechercheurs door zijn verklaring op een dwaalspoor gezet? Had hij gelogen? Hij was de moordenaar en toch wees hij een ander aan. Was hij het nu wel of was het een ander? Ten diepste is dat allebei waar. Hij was de dader maar tegelijk was er iets dat bezit van hem nam, een kwade macht die de regie van hem overnam en hem dreef tot zijn daden. De waarheid van die man moet luiden: ik was het, maar ik was niet mijzelf.

Ik vind dit een onthutsend verhaal, vooral ook omdat je onmiddellijk weet dat je er niet buiten kunt blijven. We hebben van die momenten dat we onszelf niet kunt volgen. Dan vraag je jezelf af: wat doe ik nu in vredesnaam? Ik ben gewoon mezelf niet. Wat val ik mezelf tegen. Heel kernachtig heeft Paulus dat in een brief aan de gemeente in Rome verwoord. In grote eerlijkheid biecht hij op: ik begrijp mijn eigen daden niet. Ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat (Romeinen 7:15). Dat is een ontnuchterende ontdekking. Paulus bespeurt dat er iets, een kracht, in hem woont, die hem drijft. Een tegenkracht. ‘Een vijand’ noemt Jezus die tegenkracht in de gelijkenis van het onkruid tussen het graan. Demon of onreine geest wordt hij ook genoemd in het evangelie. Je doet niet alleen kwaad, je raakt er ook in verwikkeld. Het kwaad als een macht die over ons mensen heerst. Daar moet ik steeds aan denken als ik mensen wraakzuchtig hoor spreken over elkaar, als kinderen in een oorlogssituatie met haat ten opzichte van anderen opgroeien. Mensen die elkaar laten stikken of die genadeloos oordelen. De zuigkracht van het kwaad verslaat zijn duizenden. Is verzet tegen die macht mogelijk?

Jezus wil ons met deze bede leren dat de Eeuwige in alle beproevingen onze bondgenoot is. Dat we God mogen aanroepen om kracht, om bevrijding: red ons uit die wurgende greep van het kwaad. Jezus zelf heeft zich van meet af aan teweer moet stellen tegen de beproevingen. Direct na zijn doop komen de aanvechtingen in de woestijn op hem af, is er die duivelse stem die hem influistert z'n roeping vaarwel te zeggen. Gerechtigheid volbrengen… je weet niet waar je aan begonnen bent. Geef het toch op, met dat Koninkrijk wordt het nooit wat. Het is een stem die ageert tegen ons vertrouwen dat wij gekend en bemind zijn door de Eeuwige.

Jezus heeft heel zijn leven gestreden met die duivelse tegenkracht. Hij wordt omringd door boze geesten, het is alsof hij al die kwade krachten in mensen provoceert om ze vervolgens te ontmaskeren als vijanden die op de terugtocht zijn.  Vol geloofskracht treedt hij die vijandige machten tegemoet. Tegen zijn vrienden zegt hij: heeft de Eeuwige ons geen macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen? Of we ook machtig zijn… Maar Jezus weet hoezeer zijn leerlingen worden verzocht om de droom van het koninkrijk op te geven en bijna aan het eind van z'n weg, vlak voor z'n arrestatie zegt hij tegen drie van hen: waakt en bidt dat jullie in de verzoeking niet bezwijken. De geest is wel gewillig maar het lichaam is zwak (Mattheüs 26:41).

Als illustratie van dit laatste denk ik aan een hulpverlener die iemand op het rechte spoor probeert te brengen. Ondanks alle gesprekken gaat het steeds weer mis. Collega's die er niet meer in geloven zeggen: "Joh, we wisten dat het niks zou worden, hou er toch mee op." Maar die hulpverlener wil daar niet van horen. De ander gaat hem ter harte. Wat z'n collega's over opgeven zeggen, beschouwt hij als een duivelse influistering. Niets is onmogelijk, geen vijand is onoverwinnelijk. Jezus heeft vlak na z'n doop, in de woestijn gehoord: geef toch op.  Maar hij is voor die stem niet bezweken. Hij blijft geloven in de zaak waar hij voor staat. Het visioen van het koninkrijk wordt hem niet uit handen geslagen.

En wij? Kunnen we de droom van het koninkrijk koesteren? Onze samenleving is de laatste jaren verhard, er heerst een bittere sfeer, bij nogal wat mensen leeft boosheid. Soms worden in een politiek debat mensen tegen elkaar opgezet. Het gaat soms zo ver dat mensen niet meer als mensen worden gezien, maar als aanhangers van een verderfelijke religie. Velen die veroordeeld worden ondanks hun bijdrage aan het welzijn in ons land.

Kunnen we ons ertegen teweer stellen? De bede uit het 'Onze Vader' die Jezus ons leert, is een tegengif. Red ons uit de greep van het kwaad bidden we. Het is een gebed tegen cynisme en onverschilligheid, een gebed om onze bevrijding. Want zo snel raken we in ademnood. Daarom bidden we: Eeuwige, al die beproevingen die op ons afkomen, wapen ons er tegen. Behoed ons voor de verschrikkelijke zuigkracht van het kwaad, bevrijd ons ervan. Beziel ons met uw Geest, want zonder uw inspiratie redden we het niet.

 
spacer.png, 0 kB