spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow Vergeef ons onze schulden.. (door ds. G.J. de Bruin)
Vergeef ons onze schulden.. (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail


Overweging uit de dienst van 17 januari 2009 (door ds. G.J. de Bruin)

Vergeef ons onze schulden zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.

lezen:
Mattheüs 18: 21-30
Lucas 7: 36-47

Vergeef ons onze schulden zoals ook wij anderen vergeven. Wat een wereld waait open door die paar woorden. Vergeving is voor ons besef immers een buitengewoon hachelijk woord. Niet om het woord in de mond te nemen, wel om te doen. Onmiskenbaar hoort vergeving tot de meest weerbarstige woorden van onze geloofstraditie.

In een boek schreef Simon Wiesenthal wat hij als gevangene in de tweede wereldoorlog meemaakte. Hij moest meestal binnen, maar soms buiten het concentratiekamp dwangarbeid verrichten. Op een dag wordt Wiesenthal aan het werk gezet in een ziekenhuis waar gewonde Duitse soldaten worden verpleegd. Hij wordt naar een kamer gebracht waar een jonge SS'er ligt, die niet lang meer zal leven. Deze soldaat vertelt aan Wiesenthal dat hij heeft deelgenomen aan een gruwelijke moord op 200 joden in Rusland. De herinnering aan die slachting speelt steeds op en de soldaat heeft berouw over zijn betrokkenheid bij die misdaad. Hij heeft in zijn stervensuur om een jood gevraagd. Zodoende raakt Wiesenthal bij zijn levensverhaal betrokken. De jonge soldaat wil zich uitspreken tegenover een jood omdat die, naar zijn besef, de enige is die hem kan vergeven. Wiesenthal is geschokt door het relaas van de SS'er, wil enkele malen weglopen maar weet het toch op te brengen om het verhaal ten einde toe aan te horen. Vervolgens gaat hij zonder iets te zeggen weg.

Na de oorlog blijft deze ingrijpende ervaring Wiesenthal achtervolgen. Hij vraagt zich af of hij toch niet wat had moeten zeggen. Anderen pogen zijn onrust te stillen door te zeggen: "Simon, denk jij dat je een woord van vergeving had moeten spreken? Dat zou je toch alleen maar kunnen doen uit naam van de slachtoffers, maar die hebben jou daar niet toe gemachtigd." Of vergeving ook een buitengewoon hachelijk woord is.

Tijdens haar verhoor voor de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie zei Winnie Mandela: "I'm sorry, I'm very sorry." Ze sprak die woorden tegen de moeder van het vermoorde jongetje Stompie. Mocht Winnie die woorden wel zeggen? Werd ze er niet te snel, te gemakkelijk toe gedwongen door bisschop Tutu? Het waren televisiebeelden die door merg en been gingen. Maar veronderstelt vergeving niet een heel proces, dat mensen met elkaar een weg willen gaan van vallen en opstaan? En dat de dader probeert te herstellen, wat er te herstellen valt. Dat is heel wat meer en moeilijker dan zeggen: I'am sorry.

Er is de laatste tijd op de televisie nogal eens een confrontatie te zien tussen een dader en een slachtoffer. Ik herinner me een ontmoeting tussen een politieman en een gevangene. De gevangene had bij een overval op de agent geschoten en hem levensgevaarlijk verwond. "Leer jij iets van deze periode in de gevangenis?", wilde de politieman weten. En hij voegde eraan toe: "Jij komt straks weer uit de gevangenis, dan ben je vrij. Maar weet wel wat je mij en mijn familie heb aangedaan. Ik heb levenslang!"

Hoe vaak moet ik vergeven, vraagt Petrus aan Jezus. Soms zou je willen dat Petrus die vraag nog wat venijniger had geformuleerd. Dat hij had gezegd: moet ik wel altijd vergeven? Is vergeving een must? Kan het spreken erover soms niet wat weg hebben van een stichtelijke dooddoener, een religieus doekje voor het bloeden? Wordt te vlug en te oppervlakkig spreken over vergeving niet een slag in het gezicht van de slachtoffers? Alsof er in een handomdraai wat op te lossen is, maar we weten toch dat het zo niet werkt, dat vergeving vaak een weg is waar maar geen einde aan lijkt te komen.

Vergeven is voor u en mij zwaar werk. Als die ander mij heeft bezeerd of genegeerd, als die ander mij in de hoek heeft gezet. En ik kom er vervolgens maar niet los van, ik moet er steeds weer aan denken. Geen mens die niet moet leven met lidtekens. Krassen zitten er op onze ziel. Niemand die ze meer weg kan poetsen. Want als je een ander al kunt vergeven, vergeten wat er gebeurd is kun je niet. Ja, hele volksstammen roepen: zand erover, we hebben het er niet meer over. Maar dat is een ondeugdelijke strategie. Als iemand vervalt in een oude fout wordt er gereageerd: zie je wel, had ik het niet gedacht. Je wil een pijnlijke herinnering onder het zand begraven, maar het blijkt niet te werken. Hoeveel mensen lijden niet onder wat ze vroeger hebben weggestopt, wat toen niet is uitgepraat?

Een radiokerkdienst kreeg als thema mee: moet ik anderen altijd vergeven? De predikant was onthutst over de reacties die hij na afloop uit het land kreeg. Hoe hij het toch in z'n hoofd haalde om de vergeving op die manier ter discussie te stellen. Voor de boze bellers was de vraag helemaal geen vraag. Vergeven moet! Maar anderen konden zich eindelijk eens uitspreken. Ze hebben het gevoel dat ze op de vraag: 'moet ik een ander altijd vergeven?' eigenlijk ja moeten zeggen, maar het lukt hen gewoonweg niet. Vergeving is toch niet iets dat afgedwongen kan worden? Is er wel een oprecht verlangen naar verzoening bij de dader? Weet de dader wel wat hij heeft aangericht?

Jezus spreekt over vergeving naar aanleiding van een vraag van Petrus. Tegen mensen die hij tegenkomt, heeft hij het niet voortdurend over vergeving maar zijn houding spreekt boekdelen: hij wil mensen niet vastleggen op hun feilen, hun fouten, hun mislukkingen, hij wil voor hen toekomst openen. God vertrouwt je het leven toe, maar de Levende verwacht dat je er iets mee doet, het is niet om het even wat we doen met wat ons te leen is gegeven. Maar als ons rekenschap gevraagd wordt, dan hebben we eigenlijk geen andere tekst dan die dienaar: heb geduld met mij… Wij kunnen ons wel mooier voordoen dan we zijn, maar één blik in de spiegel en we weten weer hoe het zit met ons. We staan in het krijt… In de gelijkenis scheldt de heer de dienaar alles kwijt.  Nou, u weet dat wij zulke heren in mensenland niet zomaar tegenkomen. Het zou opperste dwaasheid zijn, zo'n praktijk van kwijtschelding. Jezus heeft het dan ook niet over een aardse koning, hij spreekt over de Onzienlijke, over zijn hemelse Vader. Het kost de Eeuwige een vermogen maar de dienaar gaat vrijuit. Voor God is de mens blijkbaar belangrijker dan de schuld, belangrijker ook dan zijn geschonden vertrouwen. De mens mag weer opnieuw beginnen. Elke keer opnieuw ziet God ons in vertrouwen aan en verwacht hij wat van ons, van ons leven uit die mateloze vergeving.

In onze traditie ging het in het verleden zo vaak en zo uitgebreid over zonde en schuld dat de meesten onder ons er op een gegeven moment allergisch voor zijn geworden. Met als gevaar dat we doorslaan naar de andere kant, het er helemaal niet meer over hebben, doen alsof we moeders mooiste zijn. Terwijl het spreken over schuld, over wat er mis is gegaan juist ook heel bevrijdend kan zijn. Er verscheen laatst een boekje waarin artsen vertellen over hun missers. Er is eigenlijk maar één recept als een arts een fout heeft gemaakt en dat is te biecht gaan bij de patiënt, als die nog leeft en anders te biecht gaan bij de nabestaanden. Maar in dat boekje zeggen artsen ook dat  zo'n gesprek aangaan moeilijk is omdat je je zo schaamt voor wat er gebeurd is. Een slecht nieuws gesprek voeren is een hele opgave en het wordt een helse toer als je zelf dat slechte nieuws bent.

Om vergeving vragen, een ander vergeving schenken: het lijkt wel of de gelijkenis ons op het hart drukt, dat het nauwelijks tot de menselijke mogelijkheden hoort. De dienaar die door de koning met een schone lei mag beginnen, vliegt direct daarna een ander om een peulenschil naar de keel. Het wil ons maar niet lukken om voor elkaar zo barmhartig te zijn als de Eeuwige voor ons is.

Maar soms hoor je verhalen waarin vergeving volop aan de orde is en waar je stil van wordt. Iemand vertelde dat hij schuldig was geweest aan een ongeluk waarbij een man omkwam. Echtgenote en twee jonge kinderen bleven achter, het gezin ontwricht. "Wat ik toen heb meegemaakt", zei die man. "Ik ben naar het huis van die vrouw gegaan, drijfnat van het zweet, me steeds afvragend wat ik moest zeggen. Ik stond voor de deur. Ik kon maar niet op de bel drukken en zeggen: ik heb het gedaan. Toen ging de deur open, zonder dat ik had aangebeld. Die vrouw stond in de opening, een kind op haar arm. Ze keek me aan met ogen vol pijn en ze zei: Wat zult u de afgelopen dagen door een hel zijn gegaan. Die vrouw, van wie de toekomst in duigen lag, wist op dat moment zoiets te zeggen… waar ik alleen maar heel stil van kon worden. Zij is voor mij in de jaren daarna een geschenk van God geweest want hoe kan een mens verder leven met zo'n schuld?"
Enkele jaren geleden las ik in één adem het boek van Hank Heijn uit, de vrouw van de vermoorde Gerrit Jan waarin zij vertelde dat haar leven niet stil was komen te staan door de ontvoering van en moord op haar man, zij ertoe gekomen was de moordenaar te vergeven.

Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij die ander hebben vergeven. Woorden die u en ik niet zomaar onder de knie hebben. Zo versta ik die twee gelezen evangeliefragmenten. In een zeer royale bui vraagt Petrus: zevenmaal vergeven? Nee, zeventig maal zeven maal antwoordt Jezus. Maar die mateloosheid is toch niet van deze wereld? De dienaar die zelf vergeven wordt, kent voor een ander geen pardon. Heb geduld met mij, vraagt die ander vergeefs. Zo is onze wereld: mensen die elkaar gevangen zetten in claims, keiharde eisen. Genadeloos. De ontvangen vergeving heeft de man niet veranderd, het heeft hem niet mild gemaakt.

Heel anders is het in het tweede verhaal. Er is een vrouw die een 'mannenmaaltijd' verstoort door Jezus te zalven met olie. Zie toch eens hoe zij uit de ontvangen vergeving leeft. Haar leven is totaal veranderd, zij voelt zich herboren. Ze is bij Jezus volkomen op haar gemak. De boze blikken van zijn tafelgenoten kunnen haar niet deren. Haar gedrag is een gevolg van wat Jezus tegen haar en tegen zovele andere, mislukte, verdwaalde, in angst gevangen mensen heeft gezegd: je mag opnieuw beginnen, steeds weer. Kijk niet naar wat achter je ligt, dan ben je niet geschikt voor het koninkrijk, maar volg mij. Die vrouw weet zich de koning te rijk. Ze hoort bij die vreemde koning, die zo anders rekent dan anderen en zelf de schade lijdt.
Zo onveranderd en onbarmhartig de knecht, zo veranderd en vrij die vrouw. Haar zonden zijn haar vergeven zegt Jezus, getuige haar grote liefde. Maar zo kan Simon het niet zien, wil hij het niet zien. Zolang Simon nog in z'n vooroordelen gevangen is, heeft hij er geen oog voor dat die vrouw en hij het béiden moeten hebben van vergeving.

Vergeef ons onze schulden bidden wij week na week in dit huis. Zoals ook wij vergeven... Niet dat vergeving áltijd tot onze mogelijkheden behoort. Soms is de schade te groot, de kwetsuur te diep. En is de dader tot geen enkel gesprek bereid. Maar toch leert Jezus ons deze woorden bidden. Om de ruimte die het ons kan geven. 't Is toch niet vreemd om om vergeving te bidden als je je eigen leven tegen het licht houdt? Eeuwige, ik doe een beroep op uw grenzeloze barmhartigheid. Vergeef me. Vernieuw mijn leven, zodat ik weer verder kan met u, met anderen weer verder kan. Zodat ik in die ander naast me een mens leer zien, die het net als ik van vergeving hebben moeten.

 
spacer.png, 0 kB