spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow Jesaja 61:10-62:1-3 (door ds P. de Bres)
Jesaja 61:10-62:1-3 (door ds P. de Bres) PDF Afdrukken E-mail


Overweging uit de dienst van 27 december 2009 (door ds P. de Bres)

Lezen:
Jesaja 61: 10-11
Jesaja 62: 1-3
Lucas 2: 22-40

Gemeente,

De geboorte van Jezus vindt plaats in een roerige tijd. In Galilea was voor het eerst sprake van opstand: de guerrilla beweging van de Zeloten tegen de Romeinse onderdrukking. Er is wel eens gesuggereerd  dat Jozef en Maria daarom geen plaats vonden in Bethelehem. Alles vol? Ontzettend druk? U leest het nergens.
Maar stel, dat die Galileeer ook zo’n Zelotische opstandeling blijkt? Nee, die hebben we liever niet in huis. Hoe het ook zij, er zinderde iets in de lucht van: weg met de Romeinen. Zal God, die ons uit de slavernij van Egypte bevrijdde, Die ons uit de Ballingschap van Babel redde, ons ook nu niet, vandaag redden?
Is God vandaag en morgen niet Dezelfde als Hij vroeger was?

De tempel in Jeruzalem. Voor de 2e keer sinds Jezus geboorte zijn Jozef en Maria naar de tempel gekomen voor het reinigingsritueel na 40 dagen en het bijbehorende offer. Wat onzeker, wat onder de indruk van alles. Opeens staat er een man naast hen. Hij neemt het kind van Maria over en neemt het in zijn armen.
Hij slaat de ogen ten hemel: Dank Heer God, nu kan uw dienstknecht in vrede heengaan. Met eigen ogen heb ik uw redding, uw Messias gezien.
Wat gebeurt hier? Kennen Jozef en Maria hem? Simeon heet hij. Simeon, dat heeft met horen te maken. God heeft hem gehoord, verhoord.
Maar proeven we niet dat ook Simeon heeft gehoord? Zo begint de Joodse geloofsbelijdenis: 
     Hoor Israel, de Heer is onze God, de Heer is één;
     Je zult de Heer, je God liefhebben met heel je hart.
Simeon heeft daarnaar gehoord, heeft God liefgehad, en heeft zich aan zijn geboden gehouden. Simeon was rechtvaardig en vroom, horen we dan ook.
De 1e die in de Bijbel rechtvaardig genoemd wordt is Abraham. (Noach, die figureert in de Voorgeschiedenis, laat ik buiten beschouwing). Een rechtvaardige; een Tsaddiek, zegt men in de Joodse traditie. Simeon, een man die God liefheeft en daarom in zijn wegen gaat. Van zulke mensen heb je er nooit genoeg.
Maar helaas, dik gezaaid zijn ze niet. Een Joods verhaal vertelt dat er alle eeuwen door 36 rechtvaardigen zijn. Niemand weet precies wie het zijn. Zijzelf misschien het allerminst. Maar dankzij deze rechtvaardigen houdt God de wereld in stand.
Er is iets bijzonders met deze Simeon. Hij is altijd als oude man getekend, maar Lukas zegt dat niet. Oude mensen, hoe vaak heb ik ze in Zorgcentra niet ontmoet.
Mensen die vaak in het verleden leven. Ach, vandaag, alles is zo anders, het gaat allemaal zo snel, ze kunnen het niet meer goed bijhouden.
Ze vergeten ook veel, maar niet van hun jeugd, van thuis, vroeger; ah, dat was zo geweldig. Zo is Simeon niet. Hij verwachtte dat God Israel vertroosting zou schenken.
Vertroosting?  Voor het lijden onder Romeinse overheersing? Of dieper? Was Simeon geen Tsaddiek, een rechtvaardige, die leefde van Gods woord, die uitzag naar zijn vrede en gerechtigheid? Rustte de Geest van God niet op Hem?
Waar die Geest aan het werk is ontstaat toch altijd iets nieuws?
Was dat niet waarop Simeon wachtte, het nieuwe van het Rijk van God dat komen zou? Hij had de belofte gekregen dat hij de Messias van Israel zou zien.
De Messias die het Rijk van Gods vrede en gerechtigheid brengt. Simeon is geen mens die vanuit het verleden leeft, allerminst. Hij leeft vanuit de toekomst, vanuit verwachting. Hij is geworteld in het nieuwe, in wat komen gaat in Gods naam.

Daar staat hij in de tempel. Heeft de Geest hem daarheen gebracht?
Opeens: als of een lichtflits uit de hemel hem treft. Hij hoort, ziet, het kind, de Messias. Hij weet, God heeft mijn gebed verhoord. Het kind neemt hij in de armen, zonder protest van de ouders. Dit kind: de Messias van Israel; dit kind: Gods belofte van vrede en gerechtigheid. Dit kind: Gods koninkrijk, zijn toekomst, liefde en genade.
Hij opent zijn mond: hij roept, zingt:  Nu laat Gij Heer uw dienstknecht gaan in vrede.
Wat bedoelt hij? Dat hij het moede hoofd te ruste kan leggen? Dat hij nu bereid is zijn aardse leven los te laten? Zo is het altijd geïnterpreteerd en daarom noemde men Simeon oud, al staat dat, in tegenstelling tot Hanna, niet in de tekst.
Nu laat Gij Heer uw dienstknecht heengaan. Het woord dat gebruikt wordt voor heengaan, heeft nooit de betekenis van overlijden. Letterlijk staat er losmaken, losmaken van wat knecht. En slaat die dienstknecht op Simeon of op Israel, dat in het OT zo vaak de dienstknecht van God wordt genoemd? Simeon had gehoopt, gewacht op het moment dat God  Israel vertroosting zou schenken en niet specifiek aan hem.
In dit kind, weet hij, is dat vervuld, is Gods redding onder ons. Gods heil, Gods Koninkrijk, zijn liefde en genade, vrede en goedheid. Nu kan Israel in vrede verder gaan. Nee, nog groter, niet alleen Israel wordt gered, maar alle volkeren Dit kind, Licht van God voor de volkeren die Israels God niet kennen.

De woorden van Simeon zijn groot en ze buitelen over elkaar heen. Iets nieuws in dit kind; bevrijding en redding van God, Vrede en Koninkrijk van God, Licht van God voor heel de wereld, zodat iedereen de weg van vrede weer ziet.
Geen wonder dat de ouders van het kind verbaasd, verbijsterd zijn. Maar voor we weer op adem zijn, staat er weer iemand bij het kind. Een vrouw, Hanna, een profetes; haar familiegeschiedenis horen we in het kort. Heel oud is ze voor die tijd: 84 jaar. Na 7 jaar huwelijk overleed haar man, nu is ze al meer dan 60 jaar alleen.
Waarom krijgen we dat te horen? Omdat zij van verdriet en pijn weet, van eenzaamheid en zorg in die wereld zonder sociale wetgeving.
Had zij, vanuit eigen verdriet, niet een groot inlevingsvermogen
voor het verdriet, de pijn, maar ook de hoop van anderen? Want waar vind je troost in je verdriet, waaruit put je hoop? Waar mensen zo snel jouw verdriet vergeten zijn,
vind je daar geen troost bij God?
Is Hij niet je enige hoop? Dat leer je als je lang alleen bent. Mensen zijn vriendelijk, best bereid te helpen, althans soms. Want tenslotte kiezen ze toch altijd voor zichzelf. Dat is haar ervaring.
Niet voor niets horen wij dat zij dag en nacht in de tempel was. Nee, God bleek haar hoop en haar troost en daarvan heeft ze de mensen verteld; ze wordt immers profetes genoemd. Laten we dat on-Bijbelse idee van de toekomst voorspellen nu eindelijk eens los laten. Een profeet voorspelt niet, een profeet is iemand die het volk, die mensen weer bij God brengt. Als Israel God vergeet en de Baäl naloopt,
brengt Elia het volk weer terug bij de God van Israel. Als David, met de Batseba-affaire, God en zijn geboden in de wind slaat, is het de profeet  Nathan die hem weer bij God terughaalt. Zo was die oude Hanna dag en nacht in de tempel.
Een trouwe ziel. Dicht bij de Heer was haar thuis. Daartoe zocht ze het gebed, zoals Jezus later ook zou doen. En mensen, met al hun pijn en vragen, bracht zij weer bij God. Met allen, vertelt Lukas, sprak zij over dit kind. Met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem; met allen die hoopten op Gods Rijk van vrede en gerechtigheid.

Of Simeon oud was, weet ik niet. Hanna wel. In de Advent heb ik een goed woordje voor Maria gesproken, die heel bijzondere vrouw. Nu een goed woord voor onze ouderen. De kerkbevolking bestaat voor een steeds groter deel uit ouderen, met een accent op vrouwen. Vaak even trouw als Hanna. Onze samenleving, snel, altijd veranderend, met alleen respect voor wie een economische inbreng heeft, heeft moeite met ouderen. Jong en dynamisch, daar gaat het toch om. Ouderen houden al die veranderingen maar moeizaam bij. Maar ouderen hebben een andere, diepere deugd, die jongeren vaak over het hoofd zien: levenservaring en in de kerk: geloofservaring. Ouderen zijn vaak even trouw als Hanna; ik kan ze hier met m’n vinger aanwijzen. Kunnen ook zij niet als profeet/ profetes fungeren?
Jonge mensen - die in onze pluralistische en seculiere maatschappij dikwijls grote moeite hebben geloof en maatschappij bijeen te houden – de weg naar God te wijzen. Als zij maar de kans krijgen ipv. afgeschreven te worden.
Onze maatschappij is snel en uitdagend, dynamisch en spannend. Maar ook uiterst ingewikkeld en vaak kil en humaniteit staat te vaak onder druk. Het laatste decennium staat geloven in de openbare ruimte onder zware druk van de politiek, de VVD voorop. Wees eerlijk: zo geweldig is onze wereld niet.
Het lijkt tenminste nog op geen kanten op het Koninkrijk van God. Waar vinden we heil, vrede, gerechtigheid voor iedereen? Teveel rafelranden, te velen die uit de boot vallen. Altijd dreiging en geweld, overal stille armoede. Te weinig inspiratie, geest, geloof en weten van toekomst. Hebben ouderen vanuit hun levens- en geloofservaring niet meer antwoorden dan jongeren? Vreemd, maar ik ken geen kerk die over deze vragen eens met ouderen hebben gesproken, over hun mogelijke rol hier. Vreemd, het meest trouwe deel van de kerk, lijkt vaak afgeschreven. Maar ouderen, mogen, net als Hanna, hun plaats hebben. Houdt hen in ere, zoals Lukas dat ook doet.

Simeon en Hanna: 2 heel verschillende mensen. De een Tsaddik, een rechtvaardige als Abraham; hij houdt zich aan Gods geboden, die een mens op de weg ten leven leiden. Staat Simeon niet voor Gods wet, voor de Torah. Hanna, de profetes, verwijst naar de profeten van het OT. Samen, Simeon en Hanna, verwijzen naar Wet en Profeten, zoals Jezus ons OT noemt. Zo zegt Lukas: alleen lezend in het OT herkennen wij het kind Jezus. Van zijn kant heeft Jezus, daarin lezend, de weg ontdekt die Hij moest gaan.

Simeon en Hanna, beide bijzondere mensen, omdat zij weigeren vanuit het verleden te leven, maar – ondanks hun leeftijd – leven vanuit Gods toekomst.
Simeon leefde vanuit Gods toekomst: hij verwachtte de vertroosting van Israel:
Gods Rijk van vrede en gerechtigheid, waar mensen weer kunnen zijn waartoe God hen bestemd heeft: thuisgekomen, zichzelf geworden in het licht van Gods goedheid.
Leven vanuit die toekomst, dat is wat ik ouderen en jongeren toewens. En het kan, is mogelijk geworden: het kind Jezus is gekomen, heeft onder ons gewoond en heeft zijn bestaan voor ons geven, zodat wij kunnen leven.

Leven vanuit de toekomst is iets anders dan leven naar de toekomst toe. Dat doet ieder mens vanzelf; de ene dag volgt immers de andere op. Dat is volkomen onze natuur: trouwen, kinderen krijgen, werken. Maar ligt daarin de diepste kern van ons bestaan? Jongeren: hopen op een betere baan, de nieuwste mobiel of elektronisch speeltje kopen, mee willen doen, er bij horen, belangrijk zijn. Laten we ook dat maar snel relativeren. De Bijbel wijst in Jezus een andere weg.
In het kind, rond wiens wiegje we nog maar kort geleden stonden, herkennen we God, die ons uitnodigt vanuit Zijn toekomst te leven, die ons zo hoop geeft, uitzicht op zijn goedheid en vrede, zonder de pijn van dit bestaan, de tranen , ziekte en dood. Nogmaals wijs ik naar alle Hannas, de ouderen in ons midden, trouw in hun kerkgang, die hun leven diep lieten wortelen in Gods huis’ en zo een plaats openhouden waar God herkend en gekend wordt.

 
spacer.png, 0 kB