spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow De woorden van de Schrift (door drs. R.J. Prent)
De woorden van de Schrift (door drs. R.J. Prent) PDF Afdrukken E-mail
De woorden van de Schrift zijn woorden van mensen, uitgekristalliseerde diep doorleefde ervaring. Herkenbaar, niets menselijk vreemd aan. De bijbel leukt niet op, verdoezelt niet, maar laat zien wat gebeurt altijd weer. Tegelijk klinkt er uit de verhalen iets op dat dat alledaagse ook weer overstijgt, in een perspectief stelt, richting geeft, verheldert, openbaart. Woord van God, zeggen we dan, niet de letter op zich, maar de geestkracht die er uit spreekt, die aanspreekt en oproept, die troost en uitdaagt, die bemoedigt. Woorden van onszelf en tegelijk boven ons uit. De bijbel en het menselijk hart zeggen hetzelfde, zei de grote joodse filosoof Fr. Rosenzweig. Ik heb daar altijd weer moeite mee, heb nogal wat aarzeling bij het menselijk hart, dat berust niet alleen op zelfkennis, ook op enige kennis van de geschiedenis van toen tot nu. Tegelijk fascineert de uitspraak mij, stel toch eens dat …het zo zou zijn.

Luc. 11:27 Het geschiedt als hij dat zegt dat zomaar een vrouw uit de schare haar stem verheft en tot hem zegt: zalig de schoot die jou heeft gebaard en de borsten waaraan jij hebt gezogen. 28  Maar hij zegt: jazeker, zalig die het woord van God horen en erover waken.
Met onze protestantse oren horen wij Jezus een correctie aanbrengen op de zaligspreking van de vrouw. Zalig de schoot en de borsten, het zal wel. Maar … zalig die het woord van God horen. Het gaat niet om de natuur, het gaat om het Woord met een hoofdletter. De vertaling werkt er aan mee: Maar … het griekse woord kan echter ook vertaald worden met ‘en’ en hij sprak. Dan wordt de tegenstelling al een stuk zachter, als die überhaupt bestaat.

Maria is de patrones van de orde der dominicanen, de orde van de predikheren, de orde van het verkondigen van het Woord, van het uitleggen van de Schrift. Er zijn nogal wat beelden en voorstellingen van Maria met kind en een boek op haar schoot. Maria als de verkondigende, als degene die het Woord uitlegt aan Hem die geroepen is om het Woord van God te zijn in vlees en bloed, in volle natuur. Zoals in het boek Spreuken vrouwe Wijsheid haar kinderen de wijsheid onderwijst die aan de schepping ten grondslag ligt, zodat zij zich kunnen ontplooien zoals zij bedoeld zijn. Blijkbaar heeft de traditie in Maria een voorbeeld gezien van een vrouw die geroepen is om al de woorden door te geven. Zij die het Woord in haar schoot gedragen heeft, heeft het ook bezongen en doorverteld.

In de geboorteverhalen van Lucas gaat het om handelen van Godswege, om zijn interventies en om wat dat uitwerkt bij mensen. Hen met stomheid slaat zoals bij Zacharias of de lofzang doet zingen zoals bij Maria. Het heil komt van alzo hoge van alzo veer, dat is bij Lucas glashelder, maar het gaat niet buiten mensen om. Het komen van de Gerechte is genade, gave van de Geest, maar er is de menselijke bereidheid om te ontvangen, om deel te nemen aan, om in een schijnbaar dood- gelopen geschiedenis een teken te willen zijn van nieuw begin, draagster van een andere toekomst dan die voortvloeit uit het dorre heden.

Het is de grote kerkvader Augustinus die dat op majestueuze wijze vertolkt in zijn kerstpreken. Doordenkend op het God- en menszijn van Jezus, zonder concurrentie en zonder dat het één ten koste gaat van het ander, vat hij dat in zijn kerstpreken in de enige taal die geschikt is om het dogma te verwoorden, de taal van het poëtisch spreken, van het spreken op verhoogde toon:

Christus is geboren: God van de Vader, mens van de moeder.
Van de onsterfelijkheid van de Vader, van de maagdelijkheid van de moeder:
van de Vader zonder moeder, van de moeder zonder vader.
Van de Vader zonder tijd, van de moeder zonder kiem.
Van de Vader geboren is Christus het begin van het leven,
van de moeder het einde van de dood.
Van de Vader geboren geeft Hij aan elke dag zijn ordening,
van de moeder geboren geeft Hij aan deze dag zijn wijding.

Het is die moeder die optrekt naar Elizabeth en haar met eerbied groet, die groet brengt twee dingen met zich mee: het kind springt op in de schoot van Elizabeth en zij zelf wordt vervuld met Heilige Geest. Het is niet voor niets dat Lucas wel het evangelie van de Geest genoemd wordt, het is voortdurend de geest die inbreekt, ingaat, inspireert, in beweging zet. En het is de hoogbejaarde die tegen de gewoonte in de lof zingt van de jonge vrouw tegenover haar, die haar zalig prijst en het als een eer beschouwd dat Maria haar bezoekt. Niet om Maria op zich, maar om waartoe zij is geroepen en waarmee zij heeft ingestemd: moeder van de Heer te zijn. 

En niet alleen zij, ook het kind in haar schoot verheugt zich, springt op. Dat woord klinkt ook bij Jacob en Esau in de schoot van Rebecca en bij David dansend achter de ark. Het gaat niet alleen om de begroeting van twee vrouwen, ook twee nog ongeborenen ontmoeten elkaar. Het kind van Elizabeth dat toekomst is waar geen toekomst meer leek te zijn en nieuwe belofte voor een geschiedenis die doodgelopen was, begroet het kind van Maria, dat naar het woord van de engel ‘heilig’ zal zijn, apart gesteld en ‘kind van de Almogende’ op bijzondere wijze.

Toekomst begroet toekomst, want een nieuw begin is mooi, maar er moet een perspectief zijn. Dat is gelegen in het kind dat Maria draagt, dat goddelijk Woord in vlees en bloed. Door de woordkeuze is de begroeting liturgie, lofprijzing en zoals zo vaak in de Schrift geldt ook hier de omkering van oudste en jongste. Tegen het gangbare in gaat de jongste voorop. Er is in het Evangelie wel sprake van spanning tussen de beweging van Johannes en die van Jezus. Maar het is volstrekt helder dat Johannes de voorloper en wegbereider is, de verwijzende.

Zoals Elizabeth de hoogbejaarde, de onvruchtbare begenadigde, verwijst naar de jonge vrouw tegenover haar en haar zalig spreekt. Tweemaal wordt Maria zalig gesproken  in het ev. van Lucas. Zij het éénmaal via haar schoot en haar borsten.

In Betlehem beheren Franciscanen de melkgrot waar enkele druppels gemorste melk van Maria als een witte uitslag zijn te zien. In de kerk verrichten Franciscanessen de altijddurende aanbidding van het lichaam van de Heer. Voor vrouwen die moeilijk zwanger kunnen worden is het een geliefd bedevaartsoord. En overal ter wereld zijn relieken met daarin enkele druppels melk uit de borsten van Maria. In  het DOM-museum in Wenen is een tentoonstelling van Maria lactans, de zogende Maria. Vanaf de 12e eeuw een geliefde voorstelling in Europa. Maria met haar kind op de arm en haar linker- of rechterborst ontbloot om haar kind  te voeden. Vanaf  de 16e eeuw verdwijnt de voorstelling weer grotendeels omdat men het dan niet meer netjes vindt om de moeder van de Heer met ontblote borst af te beelden en haar kind al drinkend te laten zien. Maar dat laat onverlet dat in de afbeelding Maria staat voor het moederschap dat leven geeft en behoedt.

Dat vloeit voort uit datgene wat zij geantwoord heeft op het woord van de engel: Mij geschiede naar jouw woord. Of zoals Elizabeth zegt: Zalig zij die heeft geloofd dat er voleinding zal zijn van al wat tot haar gesproken is vanwege de Heer. Zij draagt het woord, zij baart het woord en zij voedt het woord. Zo wordt het woord dat haar is aangezegd door haar beaamd, bevestigd en behoed. Zo verbindt zij op voorbeeldige wijze maagdelijkheid als beschikbaarheid met moederschap dat het leven behoedt. Luc. 11:27 Het geschiedt als hij dat zegt dat zomaar een vrouw uit de schare haar stem verheft en tot hem zegt: zalig de schoot die jou heeft gebaard en de borsten waaraan jij hebt gezogen. 28  Maar hij zegt: jazeker, zalig die het woord van God horen en erover waken.

Gaat het om een tegenstelling of om een bevestiging? Want Maria is bij uitstek degene die het Woord hoort, er op in gaat, het draagt in haar schoot, het bevestigt in haar lofzang en het behoedt in haar moederschap.

Zo wordt zij de voorbeeldige, Willem Barnard zegt: zij is geen mevrouw, zij is de vrouw bij uitstek. Zij leeft als persona, als figura. D.w.z. dat anderen dan het meisje van Nazaret mede deel hebben aan haar bestaan. Anders gezegd: Door de wijze waarop zij wordt uitgebeeld wordt in haarde gemeente voorgehouden waar het heel de gemeenschap om moet en mag gaan.

Het is daarom dat de gemeente Maria bij uitstek mag zien als voorbeeldgestalte van en voor de kerk. Het gaat niet om maagdelijkheid op zich, noch om moederschap op zich. Maar in Maria als beeld, als voorbeeldige in het evangelie, wordt duidelijk dat toewijding aan God en zorg voor het leven op aarde elkaar veronderstellen.

Dat messiaans leven dat leven is waar wijding en zorg elkaar ontmoeten, tot eer van God, ten dienste van de naaste, als teken van de tijd die nog niet is maar wel moet komen, waarvan we nu alleen nog maar kunnen zingen en dat dan ook maar moeten doen: God lof nu is gekomen, Gods aangename tijd.
En zo moge het zijn.
 
spacer.png, 0 kB