spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow Onze Vader in de Hemel (door ds. G.J. de Bruin)
Onze Vader in de Hemel (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail


Overweging uit de dienst van 25 oktober 2009 (door ds. G.J. de Bruin)

Onze Vader in de hemel

Lezen: Mattheüs 6: 5-8 en 1 Koningen 8: 27-30

In het evangelie lees je regelmatig dat Jezus de berg opgaat, of uitwijkt naar een eenzame plaats. Na de drukte van een dag temidden van mensen, is er de rust van een afgelegen plek. Momenten van afzondering, van stilte. Het zijn momenten waarop Jezus als het ware. thuiskomt, kind aan huis bij wie hij zijn Vader noemt. Momenten die Jezus nodig blijkt te hebben om steeds weer te beseffen wat hem te doen staat, om trouw te blijven aan zijn roeping.

Zijn meest nabije vrienden weten van die momenten van gebed. Ze zien hoe Jezus zijn weg niet alleen met hen maar ook met de Eeuwige gaat, hoe Jezus de moeite en vreugde, de zorg en verrukking van het leven weet te delen met Israëls God. Dat wekt hun verlangen: wat zou het fijn zijn als hun eigen biddend leven aan inhoud won; tegelijk realiseren ze zich dat dát gemakkelijker gezegd dan gedaan is en zo komen ze bij Jezus aan met die ontroerende vraag: Leer ons bidden.

Er zal wel niemand onder ons zijn die díe vraag, leer ons bidden, niet herkent. Want bidden, dat is iets wat je steeds weer moet leren. Aan onszelf overgelaten zou het droevig gesteld zijn met het gebed. Als ik dat  zeg, parafraseer ik Paulus die tegen de christenen in Rome uitroept: wij weten niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen (Romeinen 8:26). Hij voegt er wel iets aan toe: maar de Geest pleit voor ons.
Heer, leer ons bidden, vragen de discipelen aan Jezus, kom onze zwakheid te hulp. En Jezus zegt: bid dan Onze Vader in de hemel...

Ik weet niet hoe dat bij u overkomt - dat het gebed des Heren met 'Vader' begint? Het kan zijn dat het u eigenlijk nooit zo is opgevallen; het kan zijn dat u zich met dat begin heel vertrouwd voelt, die eerste twee woorden: Onze Vader...
Iemand schreef een boek met als titel; 'Spreken over God als Vader'. De ondertitel luidt: hoe kan het anders. Dat is expres een dubbelzinnige uitroep. De één zegt: God 'Vader' noemen, dat is nogal logisch. Hoe kan het ook anders. God wordt toch regelmatig 'Vader' genoemd in het bijbels Verhaal. Terwijl een ander met een bedenkelijk gezicht opmerkt: spreken over God als Vader - zou dat alsjeblieft anders kunnen?  Er zijn zoveel ándere woorden en beelden die we voor Israëls God kunnen gebruiken. Wat de één vanzelfsprekend en aansprekend vindt, is voor een ander allerminst vanzelfsprekend, eerder problematisch.

Het zou zomaar kunnen dat die beide geluiden in ons midden leven, wie geen moeite heeft met het spreken over God als Vader, is wellicht geïnteresseerd waarom anderen afhaken als dat woord 'Vader' gebruikt wordt. Laat ik enkele bezwaren noemen die de ronde doen.

Er zijn er die vaderschap associëren met de wet, met gezag. Voor sommigen heeft het te maken met heerschappij of nog krasser: met dwingelandij. Vaders wil is wet. Het gaat hier natuurlijk om wat er leeft in mensen, om concrete ervaringen. Er zijn vaders in soorten en maten: de autoritaire baas, de betrokken ouder, de aardige man die weet dat moeders wil wet is en om nog een variant te noemen: de vaak afwezige vader, druk met de carrière, bijna nooit thuis en als hij thuis is, moeten de kinderen hem zo min mogelijk storen. "Sssst, pappie heeft belangrijke zaken aan z'n hoofd."
Mensen die niet uit de voeten kunnen met Gods vaderschap, hebben nogal eens minder goede ervaringen met aards vaderschap.

Schept de naam Vader ook niet een te mannelijk beeld van God? Daarmee raak ik aan de kritiek van vrouwen en mannen op de mannenmaatschappij. We kunnen toch niet beweren dat gelijkwaardigheid tussen vrouwen en mannen al gerealiseerd is in onze samenleving. Dat merken we bv. als een bedrijf een vrouwelijke directeur krijgt, als een vrouw voorzitter wordt van één of andere club of vereniging. Is het niet opmerkelijk dat ons land nog nooit een vrouwelijke premier heeft gehad? Alleen dat simpele feit laat al zien hoezeer vrouwen nog op achterstand staan. De eeuwen door hebben mannen de dienst uitgemaakt. Je kunt moeilijk zeggen dat het in de kerk beter was en ook vandaag vind ik dat er nog wel wat te doen is in de kerk, wil er van echte gelijkwaardigheid sprake zijn. Dan heb ik het niet alleen over de katholieke kerk die vrouwen maar niet kan geven waar ze recht op hebben. Pijnlijk gevolg is dat competente pastoraal werksters lijden aan hun kerk. Maar ik heb het ook over de protestantse kerken.

In een mannenwereld van eeuwen was God al te vanzelfsprekend een 'Hij'. Helaas nam de nieuwe bijbelvertaling geen afscheid van de eenzijdige godsnaam 'Heer'. In het hebreeuws staat helemaal geen Heer, er staan vier onvertaalbare letters J H W H. Als God mannelijk wordt gezien, krijg je bijna automatisch dat mannelijk en goddelijk met elkaar verbonden worden. Het moet ons toch te denken geven dat veel mensen, gevraagd naar hun beeld van God, spreken over een oude mán. Ik heb nog nooit iemand gehoord die zei: een oude vrouw. Beide beelden vind ik trouwens eenzijdig. 
Er komt nog iets bij: in de relatie tot de hemelse Vader zijn de gelovigen vaak vastgelegd op afhankelijkheid en kinderlijkheid. Maar het bijbels Verhaal is veel rijker: afhankelijkheid is niet het enige, er is ook onze verantwoordelijkheid die we gekregen hebben als mondige, volwassen mensen. Het is goed joods om je te realiseren dat je aangesproken wordt op het doen van Gods wil. Bidden is niet het afschuiven van eigen verantwoordelijkheid. Bewaar en behoed  mijn aarde, zingt het lied van de schepping.

De bezwaren, ook als ze door u niet gedeeld worden of maar gedeeltelijk gedeeld, laten zien hoeveel er in het beeld van een vader samenkomt. Het kan uitdrukking zijn van macht, van onderdrukking, afstand maar ook uitdrukking van aandacht, betrokkenheid, behoedzame zorg. Wat bedoelde Jezus toch toen hij sprak: Onze Vader in de hemel? Door die toevoeging 'in de hemel' is in ieder geval duidelijk: deze Vader onttrekt zich aan elke menselijke greep, de Eeuwige gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Deze God is niet maar een vader zoals aardse vaders.

Bij de inwijding van de tempel spreekt koning Salomo een gebed uit. Staande bij het nieuwe onderkomen vraagt Salomo zich af: zou God werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan u niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor u gebouwd heb (1 Koningen 8:27). De Eeuwige gaat ons begrip te boven. Aardse vaders zijn dus niet een voorbeeld voor God maar het is andersom: God is echt Vader en zo een voorbeeld voor ons.

Op niet mis te verstane wijze zijn de aardse vaders door Jezus van hun troon gehaald. Noem niemand op aarde vader want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Dat is het dynamiet van de christelijke traditie, de kritiek op menselijke heerszucht, op wie zich verheven achten boven anderen, kritiek op rangen en standen, op hoog en laag. Het dynamiet van de traditie dat onschadelijk gemaakt wordt als wij geïmponeerd zijn door de 'mannetjes' van onze eeuw, in welke gestalte die ook verschijnen, als wij buigen voor de baasjes, strak in het pak, die hun weetjes weten. Laat het zó niet zijn onder u. En projecteer dit soort 'bazigheid' ook niet op Israëls God die Jezus zo heel anders schetst.
Ik herinner u aan de vader van de verloren zoon, met behulp van die gelijkenis maakte Jezus duidelijk: mijn Vader is geen potentaat, niet een autoritaire figuur die z'n schepselen hun vrijheid misgunt. Integendeel. "Jongen, als jij van huis wilt gaan, jouw wil geschiede!" Maar hoezeer bleef die vader, toen die jongste zoon wegging, in gedachten met hem bezig. U herinnert zich nog wel hoe het verder is gegaan met die jongen en zijn vader. Het gaat mis met die jongen. Maar als hij schuldbewust op zijn schreden terugkeert, staat zijn vader op de uitkijk, hij is al die tijd met hart en ziel verbonden gebleven met zijn kind. Wat een warme, betrokken vader.

God als Vader. Voor de één de kortste samenvatting van het evangelie, onopgeefbaar; voor de ander is het toch een minder inspirerende metafoor. Een boek bij mij thuis in de kast heeft als titel: 'God heeft wel honderd namen'. Zo is het maar net. En daarom vraag ik in kringen en groepen soms: als je God aanroept, welke naam gebruik je dan? Misschien enkel 'Gij' zal iemand antwoorden. Anderen zullen antwoorden: God is voor mij als licht, als water of als een herder. God is de Barmhartige, de eeuwig Trouwe. Voor weer anderen is God de Onnoembare, de Onzienlijke. Ach, zoveel namen... Welk woord gebruikt u? Vader, bent u geneigd te antwoorden. Moeder zegt iemand naast u, met een beroep op de profeet Jesaja. Ik hoop dat u elkaar verstaat. Zelf gebruik ik graag de Levende, de Eeuwige of de Barmhartige als godsnaam, maar ik besef dat de namen die je zelf kiest voor anderen van minder betekenis kunnen zijn.

God als vader, God als moeder? U hoeft zich die keuze niet te laten opdringen. Bij mij dringt zich beeld van een ouder op, gebogen over een ziek kind dat alleen nog maar fluisteren kan; een ouder die haar of zijn oor vlak bij de mond van het kind legt om maar geen woord te missen. Die moeder of vader, die óuder als een afspiegeling van God die op ons betrokken is, die één en al oor is om te horen wat er in ons omgaat. Halleluja.

 
spacer.png, 0 kB