spacer.png, 0 kB
Home arrow Blog arrow Johanns 8:1-11 (door ds. G.J. de Bruin)
Johanns 8:1-11 (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail


Overweging uit de dienst van 11 oktober 2009
(ZWO-dienst, door ds. G.J. de Bruin)

Lezen: Johannes 8: 1-11 (ook gelezen: Ezechiël 34) 

Steeds horen we, als Jezus mensen ziet, dat hij met ontferming bewogen is. Hij wordt niet bepaald afgeschilderd als een mensenkind dat verbergt wat er in hem omgaat. Jezus loopt niet voortdurend op zijn onderlip te bijten. Bij het graf van Lazarus is hij in tranen. Hij laat zich tijdens een mannenmaaltijd rustig zalven door een vrouw en spreekt geen kwaad woord over haar uitbarsting van emotionaliteit, terwijl zijn tafelgenoten als door een wesp gestoken toekijken. Ook z'n woede houdt Jezus niet verborgen. Tafels en stoelen vliegen op een gegeven moment over het tempelplein. Dit huis van gebed, je maakt er een roversnest van…

Jezus wordt omringd door zijn makkers en door verdwaasden, zoekers en opgejaagden. Hij wordt bejubeld en verguisd. Als je speurt naar een constante in die veelheid van verhalen over Jezus, als je tast naar zijn geheim, dan moet je zeggen: hij hoort bij iedereen. Niet dat hij kleurloos is en bang is om een conflict aan te gaan. Hij bekent voortdurend kleur, maar dat gaat nooit ten koste van mensen. Nooit horen we dat hij iemand afwijst. Positief gezegd: hij heeft een onnavolgbare openheid. De woorden uit het profetenboek Ezechiël over herderlijke omgang zijn hem op het lijf geschreven. Niemand is te veel of te weinig, te gek of te min, te slecht of te schuldig voor hem. Dat maakt hem tot zo'n  bijzonder iemand. Op onze beste momenten worden wij geraakt door zijn bewogenheid en willen we hem navolgen. Op die momenten zien we wat en wie hij zag: de meest kwetsbaren en weten we wat ons te doen staat: dat hen recht gedaan wordt. Dat er meer is dan alleen je eigen belang, dat het te weinig is om alleen je eigen zusters en broeders te groeten, dat het niet aangaat om stenen te werpen naar een ander.

Daarmee zitten we midden in dat fragment uit het Johannesevangelie en raken we aan het thema van deze viering over kwetsbare mensen, ten prooi aan mensenhandel. Elena en de vele duizenden in onze wereld zijn niet helemaal te vergelijken met dat meisje dat naar Jezus wordt gebracht. Maar er zijn overeenkomsten tussen haar en al die vrouwen die vandaag geronseld worden, op allerlei manier bedrogen en dan gedwongen in de prostitutie terecht komen.

Het kan zijn dat het meisje al op jonge leeftijd gekoppeld is aan een man die haar onbekend is. Maar ze is in zee gegaan met een jongen die haar hart op hol heeft gebracht. Waar die jongen is, vermeldt het verhaal niet. Ontspringt hij de dans? Is dat een voorbeeld van de dubbele moraal, een meten met twee maten? Zo van: jongens doen maar, als meisjes maar kuis zijn…
 
De vrouw wordt in het midden gezet. Ze wordt te kijk gezet… voor de ogen van velen. Niet dat haar iets gevraagd wordt. Wat moet er in haar omgaan? Hoe vernederend is de situatie waar ze zich nu in bevindt. Ik moet denken aan wat er vroeger in onze kerken gebeurde, mensen die moesten trouwen en dan voor het front van de gemeente te kijk werden gezet. Een schuldbelijdenis en publique. Wie erbij was, kreeg voedsel voor zijn of haar betere ik. Die vrouw in de tempel wordt eveneens aan de schandpaal genageld. Ze is een naamloze met een eigen verhaal, zoals de vrouwen die vandaag verhandeld worden een eigen verhaal hebben. Met mooie beloftes gepaaid, dromend van een beter leven in het rijke westen, hoopvol in het vliegtuig stappen maar dan al snel in het beloofde land achter een raam belanden. En o wee, als de vrouwen in opstand komen; de dreigementen zijn niet van de lucht.
Een vrouw vertelde laatst: 'Ik herinner mij dat ik na een boodschap terugkwam in mijn peeskamer en Saban aantrof. Hij zat op de rand van het bed met een knuppel in zijn hand. Ik kon niet weg want een bewaker stond bij de deur. Voor ik het doorhad, knuppelde hij me kapot. Mijn gezicht bloedde en ik wist niet wat ik had misdaan. Hij wel: ik had te weinig verdiend.'
Een relaas om koud van te worden. En alle heisa rond Saban B. kan niet verhullen dat er nog zoveel meer 'Sabans' zijn.

De jonge vrouw op het tempelplein heeft haar eigen verhaal maar vooralsnog komt er geen woord over haar lippen. De schriftgeleerden zijn niet geïnteresseerd in haar. Het gaat hen om Jezus in verlegenheid te brengen. Ze denken dat hij door hun spitsvondigheid klem komt te zitten. Als Jezus Gods thora serieus neemt, ontkomt hij niet aan een veroordeling van die vrouw. Maar als hij voor haar kiest, wordt hij ontrouw aan de geboden. Ze denken Jezus gevangen te hebben. Wat hij ook zegt, hij kan alleen maar een verkeerd antwoord geven.

Die mannen in de tempel leven in een andere wereld, maar hun mentaliteit is springlevend. Hou aantrekkelijk om jezelf te kunnen rekenen tot de betere mensen. Maar de achterkant van de preoccupatie met jezelf is de veroordeling van een ander die anders is. De schriftgeleerden zijn van alle eeuwen omdat morele verontwaardiging van alle eeuwen is. Weg met die ander, met haar of zijn afwijkend gedrag, afwijkende mening. Die houding wil maar geen verleden tijd worden.

Wat doet Jezus om mensen uit die duivelscirkel van hun eigen gelijk en hun morele verontwaardiging te bevrijden? Hij doet bijna niks, hij zwijgt, hij schrijft, achteloos haast, met z'n vinger op de grond. Hij zegt slechts één kleine zin: wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen… Eén zinnetje dat een enorme uitwerking heeft, woorden die pijnlijk aankomen bij de mannen. En één voor één druipen ze af.

't Is toch frappant dat het beslissende gebeurt in de stilte, dat die paar woorden hun werk doen. Wie zonder zonde is… Eén blik in de spiegel en daar ga je met je betere ik. Opeens sta je niet meer boven, maar naast die ander. Er zit iets hoopvols in de afgang van de mannen. Dat ze afdruipen, laat zien dat hun hart niet helemaal van steen is, onder hun morele verontwaardiging zit toch nog bewogenheid.

Jezus' doen en laten is een aanslag op onze vanzelfsprekendheden. Wat wij gek vinden, is voor hem de normaalste zaak van de wereld en hij plaats vraagtekens bij wat wij gewoon vinden. Het verhaal is ontmaskerend en bevrijdend, ontmaskerend voor wie het niet laten kan met een vinger naar anderen te wijzen, die met Gods heilig boek begint te zwaaien. Tegelijk bevrijdend voor wie daar slachtoffer van dreigen te worden. Aan ons de vraag met wie we ons willen identificeren.
 
Jezus blijft alleen met de jonge vrouw achter en dan komt het toch nog tot een gesprek. Heeft niemand je veroordeeld? Eindelijk iemand die haar aanspreekt. Die haar aanspreekt op haar verantwoordelijkheid, maar haar niet wil vastpinnen op wat er is gebeurd. Hij wil toekomst voor haar openen.

Hoe zal de vrouw zijn weggegaan van het tempelplein? Het kan toch haast niet anders of ze is zingend huiswaarts gekeerd nu ze haar leven van die vreemde rabbi heeft teruggekregen. En straks zal zij tegen haar familie en bekenden rondbazuinen, met een blos van opwinding op haar gezicht: Hoor toch eens, door de liefde in de ogen van die vreemde man, weet ik mij een kind van 't licht.
Is dat niet prachtig? Dat een mens zo gekend wordt, zo in de ruimte gezet wordt. Jezus heeft haar op het hart gedrukt heeft, dat ze ervan verzekerd mag zijn dat niets haar zal kunnen scheiden van de liefde van God. Een mens is niet te koop, is niet het lijdend voorwerp van anderen met boze bedoelingen, een mens is oneindig kostbaar. Om zo weer op je voeten gezet te worden, op weg gezet…

Wat een diaconale uitdaging voor elke gemeente. En zelf worden wij iedere viering ook  weer op weg gezet, wordt ons adem in de neus geblazen… En gaan we van hier, al of niet met het rood van de opwinding op onze wangen, sommigen van ons misschien met wat overgewicht, maar wij allen tegelijk als een kind zo licht (verwijzing naar Schriftlied). Geloofd zij Messias Jezus.

 
spacer.png, 0 kB