spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow Molensteen (door ds. G.J. de Bruin)
Molensteen (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail


Overweging uit de dienst van 27 september 2009 (door ds. G.J. de Bruin)

Lezen:
Marcus 9: 38-48

Met een molensteen om je nek in zee geworpen worden, je hand afhakken - het evangelie van vandaag bakt geen zoete broodjes. Me dunkt, voor zo'n boodschap zijn we toch niet naar de kerk gekomen? Sommigen noemen Jezus wel eens wat onnadenkend onze lieve Heer maar hier ontpopt Jezus zich toch bepaald niet als een 'lief heertje'. De leden van de kerkenraad waren, toen we dit evangeliefragment lazen, een tikkeltje sprakeloos. En u die misschien niet wist wat er gelezen zou worden, kunt zich door dit evangeliefragment overvallen voelen. Moeten deze woorden over afhakken en uitrukken nu zo nodig, op deze zondag? Wat is dat voor een man, die zoiets zegt? Is die wel helemaal goed bij zijn hoofd… of bij zijn hart? Kan dit bijbelgedeelte nog wel evangelie, goede boodschap heten?

Al eerder heeft Jezus de leerlingen op hun nummer gezet. Met elkaar waren ze druk in gesprek geweest over de vraag: wie van ons is de meeste? Daar gaat het toch voortdurend om in hun en ons leven: wie is de grootste, de mooiste, de knapste, de vroomste? In de wedstrijd van elke dag gaan we voor goud. Maar Jezus plaatst een levensgroot vraagteken achter wat we zo gewoon vinden. Je hoort Jezus verzuchten: zal ik eens zeggen wat de maat is van het koninkrijk is? De leerlingen zwijgen... En dan roept Jezus een kind en plaatst dat in hun midden. Dat is, wat je noemt, aanschouwelijk onderwijs. Het laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Voor even zijn de leerlingen stil. Het schaamrood staat op hun kaken. Groot en klein, de meeste en de minste, dat is onze wereld maar in Gods rijk gaat het anders toe.

En dan ontstaat er alweer een volgende botsing tussen de leerlingen en hun Meester. Johannes, één van de zonen van Zebedeüs is de woordvoerder. Hij zegt tegen Jezus: wij hebben een buitenstaander iets zien doen wat wij zelf ook proberen te doen, namelijk demonen uitdrijven in uw naam. Maar die man is een vreemdeling, hij hoort niet bij onze groep. Hij doet wat onze opdracht is tijdens ons rondtrekken: mensen bevrijden van hun obsessies, als teken dat het rijk van God nabij is. Even tevoren konden de leerlingen iemand niet bevrijden van zijn kwelgeest en nu doet een buitenstaander waarin zij tekort zijn geschoten. Meester, we hebben hem in zijn werk geblokkeerd, want hij is geen volgeling van ons. Hij loopt niet mee in onze karavaan.

Hier stuiten we op de geslotenheid van een groep. Dat is niet alleen iets van toen, dat verschijnsel is van alle tijden. Iemand doet hetzelfde als wij, maar is geen lid van onze club. Iemand houdt een inspirerend verhaal maar hij is een humanist. Een ander is een toonbeeld van zachtmoedigheid, maar ze is boeddhiste. Dat kan toch eigenlijk niet. Afkappen. Iemand komt met een prachtig plan maar is van een andere politieke partij. Gauw afkappen. Een vrouw struikelt op de stoep, ze wordt opgeraapt door een asielzoekster uit Irak. Dat is toch opmerkelijk. Een Nederlandse man met autopech op weg naar Aalsmeer ziet z'n landgenoten doorrijden. Als er eindelijk iemand stopt, is het een Pool. Dat kan toch niet.
Elke cultuur trekt eigen grenzen. Elke groep heeft een eigen gedragscode. Dat zie je al als jongeren in de puberteit komen. De groepsterreur is enorm: dat is onze muziek, dat is onze kledingstijl, zo zijn onze manieren. O wee, als je je er niet aan houdt. Dan val je genadeloos buiten de groep.

Johannes en zijn makkers stuiten op een buitenstaander die iets goeds doet, die mensen bevrijd, maar ze willen er niet van weten. We hebben hem dwarsgezeten Meester, hij hoort  niet bij onze groep.
Jezus doorbreekt radicaal deze blokkade, heeft lak aan dit soort groepsdenken. Voor de zoveelste keer worden de leerlingen op hun nummer gezet. Jezus' opdracht is even kort als krachtig: belet het hem niet. Het zijn maar vier woorden, maar ze bevatten dynamiet om een einde te maken aan de afgeslotenheid van de groep. Jezus geeft drie redenen voor deze raad. Ten eerste: iemand die dezelfde werken doet als ik, iemand die mensen van hun obsessies afhelpt, zal niet gauw negatief over mij zijn. De tweede reden: wie niet tegen ons is, is voor ons. En de derde: wie jullie, als leerlingen van mij, onderweg een beker water geeft, is al in Gods Rijk. Wie de deur voor jullie opent, is al binnen. Jezus noemt voor mijn besef minimale vormen van meedoen maar ze tellen. Ze tellen volledig mee. Marginaal gedrag mag je dus niet afkappen. Wat is nou een beker water, ben ik geneigd te denken. Maar iemand die een zendeling aan de deur ontvangt met een beker koel water, komt met die beker linea recta in Gods Rijk. Zij of hij heeft geen doopwater meer nodig.

Wat Jezus zegt, is zo anders als wat onder ons gangbaar is. Hij komt met een wezenlijke doorbreking van de eigen kring. Wij zijn voortdurend in de weer met voorwaarden. Wil iemand bij onze geloofsgemeenschap horen, dan moet zij onze taal spreken, ons gedrag navolgen, dan moet hij ons credo nazeggen, onze manieren verstaan. Maar het lichaam van Christus is groter dan onze beperkte ogen kunnen zien. De waarheid kan niet worden opgesloten in de eigen groep.

Lang gelden heeft iemand me een kerk laten zien, wees me op de ramen en zei toen: waren wij mensen maar als ramen. Een uitspraak die me is bijgebleven. Ramen laten het licht door. Of de ramen nu klein of groot zijn, al of niet gekleurd: het licht schijnt er doorheen. Ramen stellen geen voorwaarden aan het licht. Ramen zeggen niet: ik ben maar van een onbekende glazenier of juist: ik ben een raam van Chagall. Ramen ontvangen het licht en geven het door. Stel dat wij zouden zijn als ramen. Dat we het leven in alle openheid zouden ontvangen. Open zouden zijn voor ieder ander. Door ieder ander kan er licht komen in ons leven. Ontvang dat licht, dat kleine gebaar, die glimlach, dat helende woord, laat het toe, geniet ervan. Stel alsjeblieft geen voorwaarden. Wie niet tegen is, is al voor. Laat nou eens die maat los, waarmee je voortdurend meet. Vergeet het nou toch eens... dus geen intelligentie of rijkdom, geen geslacht of huidskleur, geen karakter, geen leeftijd en ga zo maar door... Stel geen voorwaarden.

En dan wordt Jezus een moment ongemeen fel. Fel tegen wie maar bezig is met voorwaarden en steeds concludeert: jij hoort er niet bij. Zo iemand moet met een molensteen om de nek in zee worden geworpen. Wie randfiguren buitensluit, sluit zichzelf buiten. Wie de deur dichtdoet voor buitenstaanders in de geloofsgemeenschap, staat zelf buiten.

Waar Jezus aanvankelijk elke grens relativeert, trekt hij nu scherpe grenzen. Je denkt dat de bedreiging van buitenaf komt, maar kijk nou eens naar jezelf, wat zijn je eigen hindernissen? Het zijn harde woorden. Op een olifantshuid en zeker op een olifantshuid van een groep kun je niet scherp genoeg schieten. Maar zouden de leden van de groep ook wakker worden? Morgen koester ik weer mijn waarheden. En u misschien de uwe. Jammer voor al die anderen... Wat nou met een molensteen om de nek in zee gegooid worden? Iemand zei tijdens de kerkenraadsvergadering met zoveel woorden: als zou gebeuren wat Jezus als waarschuwing uitte, dan zouden de oceanen te klein zijn om alle gedoopte christenen te bevatten. En er zou geen molen meer in bedrijf zijn. Het geldt trouwens voor elke godsdienst. Iedere geloofstraditie cirkelt om eigen gelijk dat aan alle kanten afgegrensd wordt. Je ziet het gebeuren in het christendom en niet minder in het jodendom en in de islam.

Jezus doet er nog een schepje bovenop. Als jij mensen buiten jouw kring denkt te kunnen afkappen, niet wilt rekenen tot het lichaam van Christus, doe dat dan eerst eens bij jezelf. Pak jezelf eens aan, hak iets af, bv. je hand. Als je voet je blokkeert op je voettocht naar Gods Rijk, hak hem af. Maar zet je niet af tegen een minimumlijder in jouw ogen, iemand zonder geloof of met een verkeerd geloof, die gewoon vriendelijk is en je een beker water geeft. Zij of hij is al in het Rijk, waar jij alleen maar over spreekt. Gemeente, dit klinkt grof en dat is het ook. Maar hoe kun je anders de terreur bestrijden van de eeuwige gelijkhebber?

Kunnen wij opbreken uit die duivelscirkel van afgrenzen en buitensluiten? Dat kan alleen als we terugkeren naar de bron van ons bestaan. Als we ons weer realiseren dat we het leven ontvangen hebben. Voor ons leven hoefden we niets te doen. De Eeuwige blies ons de adem in de neus, gunt ons het leven en stelt geen voorwaarden. Hij laat zijn zon opgaan over iedereen, laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. God is onvoorwaardelijk goed. Wij zijn allen te gast in het huis van de wereld. Maar voor we er erg in hebben, denken we in termen van wij en zij.
Dat de Barmhartige niemand buitensluit, is nauwelijks te begrijpen. Wat een gelukkig toeval dat we vanochtend de Maaltijd van de Heer vieren. Die Maaltijd straks is de onderstreping van het 'ruige' evangelie van vanochtend. Ja, Schrift en Tafel als taal en teken van Gods onvoorwaardelijke goedheid. Halleluja!

 

 
spacer.png, 0 kB