spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow Wij geloven (door ds. G.J. de Bruin)
Wij geloven (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail


Dienst zondag 6 september 2009 door ds. G.J. de Buin

Wij geloven (wie zeg jij dan ik ben?)

Impressies groepsgesprek

Het valt niet mee om direct een antwoord bij de hand te hebben op de vraag van Jezus: wie ben ik volgens jou. We zochten in een groep naar antwoorden en probeerden aan de hand van uitgestalde voorwerpen ons beeld van Jezus te verduidelijken. Er lag van alles op tafel: een nietmachine, een veiligheidsspeld, plakband…

Iemand pakte een klein houten vogeltje en moest denken aan hoe vogels hun vleugels kunnen uitspreiden. Onder die vleugels vind je beschutting. Er wordt over mij gewaakt.
Een ander greep naar een luciferdoosje. Je maakt droevige dingen mee, in de wereld gebeurt er veel dat niet goed is. Maar goddank, er schijnt licht in de duisternis. Jezus is dat licht, de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Meerderen van ons hadden het kompas op tafel willen pakken. De navolging van Jezus is niet om het even. Je kunt op alle mogelijke manieren verdwalen in het leven maar oriëntatie op Jezus helpt je aan richting, dan weet je beter waar je het zoeken moet.
Iemand toonde ons een batterij om antwoord te geven op die vraag van Jezus: wie ben ik? Geloven zet je in beweging, geeft je de broodnodige energie.
De voorwerpen kwamen ons te hulp, want een klip en klaar antwoord op Jezus' vraag heb je niet altijd bij de hand. Iemand pakte een klein doosje van tafel en vergeleek dit met zichzelf.
Om vrijmoedig je geloof te belijden en uit te spreken dat Jezus het ijkpunt in je leven is kan het ene moment heel gemakkelijk over je lippen komen en dan gaat het doosje makkelijk open, maar een volgend ogenblik gaat dat heel wat moeilijker en is er hulp nodig omdat je van binnen wel weet hebt,  maar het lastig vindt dit met de juiste woorden, die altijd te kort schieten, te uiten. Hulp krijg je door met anderen te praten over dingen die het leven de moeite waard zijn en ook over de zware perioden. Dan kan je ineens weer de leiding van God in je leven ervaren.

Nog twee voorwerpen tot slot die gekozen werden: een sleutel en een schroevendraaier. Jezus open deuren die gesloten leken. Hij trekt je soms over een drempel, je zet een stap die je niet verwacht had ooit te zetten. En hij wrikt ook deuren open die wij graag gesloten houden. Je wordt gebracht waar je niet naartoe wilt. Hij vraagt ons niet alleen hem te volgen, hij is ook onnavolgbaar…
Zo stonden we even stil bij de vraag van Jezus: wie ben ik volgens jou.
De voorwerpen hielpen enigszins een antwoord te formuleren,  maar er is nog zoveel meer met elkaar te overwegen en te delen om een antwoord te formuleren op deze indringende vraag.

==== = = =

Een brief van een grootmoeder aan haar kleinzoon

Lieve Julian,

Wat een verrassing hè, zomaar een brief van oma?
Je bent bijna twee jaar en oma wil graag een brief aan je schrijven. Dat is spannend voor oma maar ook voor jou. Ik hoop dat de brief bewaard wordt en jij hem eens zult lezen als je wat ouder bent.
Graag wil ik je vertellen hoe blij wij met je zijn. Hoe wij ons verheugd hebben op jouw komst. Ons eerste kleinkind. Samen met jouw papa en mama hebben wij  de groei van het ongeboren leven kunnen volgen. In boeken en op dvd. En wanneer je daarnaar kijkt, besef je dat het een groot wonder is: het ontstaan van nieuw leven. Het geboren worden, daar word je stil van.
Wanneer ik de beelden zie van het nieuwe mensenleven, moet ik altijd weer denken aan Psalm 139. Ik geloof dat God het is die ons en jou geschapen heeft en ons kent.
De dag dat je werd gedoopt was een heel bijzondere dag. Het was zo fijn  jou de kerk te mogen binnendragen en je in de armen van je papa te leggen. Dat jouw ouders ook de keuze hebben gemaakt om je te laten dopen. Jouw naam en de namen van je beide opa’s,  met Gods naam te verbinden. Zij beloofden jou te vertellen van God, de Here Jezus en te laten zien hoe een kind van Hem te zijn.

Ik hoop dat de bijbelverhalen veel voor je zullen gaan betekenen, net zoveel als zij voor oma betekenen. Toen ik klein was hebben mijn papa en mama mij de verhalen voorgelezen, mij versjes geleerd, met en voor mij gebeden. Nu ik ouder ben geworden besef ik wat ik vanaf mijn kindertijd heb gehoord en geleerd en wat mijn ouders mij hebben meegegeven, mij nog steeds boeit, blij maakt, mij nog steeds tot steun kan zijn. Ik hield niet van de sprookjes, die waren eng, zo onwerkelijk en ze hadden een dubbele bodem. 
Heel bewust heb ik gekozen God bij mijn leven te betrekken. Natuurlijk heb ik mijn vragen gehad, net als iedereen. En ik had ook wel eens geen zin om naar de kerk te gaan en zo.
Maar… dáár ontmoet ik wel mensen die van God willen weten. Daar  wordt mij aangereikt hoe wij met elkaar moeten omgaan, wordt er met elkaar gebeden en gezongen en zo veel meer. Daar krijg ik de zegen mee. Het is fijn er te zijn. Dat wil ik niet missen!

Jezus is mijn grote voorbeeld. Wanneer je naar Hem kijkt en je probeert Hem na te volgen, dan is het minder moeilijk anderen lief te hebben. Het is niet altijd makkelijk over je geloof te spreken en met God te praten. Maar wees daarin vrijmoedig.  Dat probeerde ik onze kinderen mee te geven.
Oma hoopt wat jouw papa en mama hebben meegekregen en waardevol voor hen is geworden, zij dat weer aan jou willen doorgeven. Weet dat God altijd bij ons is.  Hij is er ook voor jou, jij mag er zijn! Dat je dat mag uitstralen naar de mensen op je weg. Ga met God lieve Julian, het is de moeite waard. Ik wens je de liefdevolle zegen van God toe op je levensweg.

Dikke kus en liefs van oma Jany


Overweging (gelezen Marcus 8: 27-35)
In het gesprek tussen Jezus en zijn leerlingen is Jezus degene die vraagt. Hier is een leraar die vragen stelt aan zijn leerlingen. Al te gauw ben je geneigd te denken dat de leraar met de antwoorden komt. Maar het is anders. Meesterschap toont zich in het stellen van vragen, niet in het geven van antwoorden. Mooi als dat besef wat meer zou leven in de christelijke gemeente: we zijn een koor van vragenden… we hebben legio vragen bij de antwoorden die uit de wereld op ons toekomen. Jezus vraagt. Wie zeggen de mensen dat ik ben? Waarom zou hij eigenlijk zo geïnteresseerd zijn in wat mensen van hem vinden? Maakt hij zich met deze vraag niet erg afhankelijk van wat de mensen vinden of denken? Voelt hij zich onzeker over zijn identiteit? Kan hij niet zelf zeggen wie hij is en wat hij als zijn opdracht ziet?

De antwoorden die Jezus krijgt lopen nogal uiteen. Herodes denkt dat hij Johannes de Doper is, er zijn er die hem houden voor Elia, die ooit terug zou komen, anderen denken aan één van de grote profeten, Jesaja of Jeremia. Het gemeenschappelijke in al die antwoorden is dat Jezus in de ogen van de mensen iemand anders is dan Jezus. Zij zoeken een rol voor hem. Merkwaardig dat Jezus zich niet verzet tegen die antwoorden en zijn vrienden corrigeert. Maar als je daar nog eens over doordenkt, is dat misschien toch minder vreemd. Wij leven namelijk in de ogen en in de harten van anderen, van degenen die ons dierbaar zijn. Misschien is er wel geen betere spiegel dan het gelaat van de mens die mij aankijkt. In de antwoorden die wij elkaar op de vraag 'wie ben ik' geven, krijgen we een rol aangereikt. Dat is de dagelijkse praktijk. We noemen elkaar: dokter, zuster, broeder, moeder, vader, juf of meester, burgemeester of agent…

Dan neemt het gesprek een wending. Het wordt nog persoonlijker: wat zeggen jullie? Ik vermoed dat Petrus achteraf versteld staat van zijn eigen woorden. Dat hij zich na die spontane reactie afvraagt: wat heb ik nou toch gezegd, hoe kom ik er eigenlijk op? Dat kan ons ook overkomen, dat je iets zegt, wat eigenlijk te groot voor je is. Je schrikt bijna van de waarheid van je woorden. Wat Petrus over Jezus zegt, steunt nauwelijks op enige werkelijkheid. Petrus ontdekt de Messias in een jongen uit Nazareth, een zoon van een timmerman. Hij gedraagt zich als rabbi maar hij heeft niet in Jeruzalem gestudeerd, niet aan de voeten van Gamaliël gezeten. De geest moet wel heel erg vaardig geweest zijn over Petrus om zo naar Jezus te kunnen kijken.

Zou Petrus de mogelijke gevolgen van zijn belijdenis al overdacht hebben? Dat is niet het geval. Even later is er al kortsluiting als Jezus begint te spreken over zijn lijden. Petrus is bevreesd. Bang voor het lijden, voor het verlies van zijn leermeester. Bang om zelf meegesleept te worden in deze ondergang. Wie zou een Messias willen volgen die lijdt? Nee, je kunt Petrus moeilijk ongelijk geven als hij protesteert. Meester, dat lijden waar je over spreekt, daar komt niks van in.

Maar Jezus laat zich niet inkapselen door zijn goede vriend. Op de messiaanse weg is het lijden niet te vermijden. Vandaar dat grove geschut: ga terug satan, hinderaar. Petrus, je bent gevangen in wat mensen willen, probeer eens met God mee te denken, om op het spoor te komen van wat God wil.
In elke tijd, ook in onze dagen woedt er een beeldenstorm. We moeten steeds afrekenen met de beelden die we van elkaar hebben. We zeggen bij herhaling tegen elkaar: ik ben toch anders dan je denkt. Dat zegt Jezus ook tegen ons: ik ben anders dan jullie denken.

De eeuwen door klinkt zijn vraag 'wie ben ik'?. Steeds worden er nieuwe antwoorden geformuleerd. Maar ook die antwoorden worden door de tijd ingehaald. Hét antwoord op de vraag bestaat niet. De vraag is immers persoonlijk: wat zeg jij... Kom nou niet met de Jezus van professor zus of zo, kom niet met de Jezus uit dat boekje dat je laatst las, of de gepresenteerde Jezus uit dat recente televisieprogramma… Nee, jij, wat zeg jij?                   

==== =

Gedachten van een nieuwkomer
Het is alweer vijftien maanden geleden, dat mijn vrouw Gerry en ik hier voor het eerst binnenkwamen. Er is sinds die tijd een hoop gebeurd. De meesten van u komen hier al heel lang. Velen van u hebben het geloof van huis uit meegekregen. Ik wil als nieuwkomer graag  even stilstaan bij mijn beleving van het geloof en hoe ik zover ben gekomen.

Ik keek als jonge jongen veel naar de sterren en de planeten. Samen met een vriendje, die een telescoop had, heb ik heel wat waarnemingen gedaan. Als ik door het bos fiets en de bomen en bloemen zie en ruik, vind ik dat heerlijk. Als ik iemand hoor zingen, of een instrument hoor bespelen, kan ik daar intens van genieten. Is dat alles er toevallig? Is dat alles vanzelfsprekend? Dat kun je je zomaar afvragen. Ik werd nieuwsgierig naar de vraag of er een hogere macht is, die verantwoordelijk is voor dit alles. Met mijn ouders heb ik hier nooit over gesproken. Mijn moeder is wel gelovig opgevoed, maar zij is mijn vader en mij helaas vroeg ontvallen. Ik heb er nooit met haar over kunnen praten. Dat betreur ik nu. Bij het huwelijk met mijn vrouw was het als vanzelfsprekend, zij geloofde, ik niet. Dus zijn wij toen alleen voor de burgerlijke stand getrouwd. Maar de twijfel werd groter. Dus ging ik over het geloof lezen. Er was een bijbeltje in huis, de vertaling uit 1966. Sommige verhalen vond ik wel spannend, andere niet om door te komen. Dus ben ik er wat meer over gaan lezen, ook in een nieuwe bijbelvertaling. Want er knaagde toch iets. En toen ben ik er met mensen over gaan praten. Met mijn vrouw natuurlijk en met een bevriende dominee. En in de loop der tijd met meer mensen. Gaandeweg raakte ik er van overtuigd, dat er een hogere macht is die de wereld om ons heen heeft geschapen. Eén die de mens wel vrijlaat, waardoor er helaas ook veel ellende in de wereld is.

Toen het mijn vrouw duidelijk was, dat het mij menens was, hebben we samen besloten naar de Kerk te gaan. Eerst maar naar de dichtstbijzijnde en dat was de Handwegkerk. Daarna zouden we wel weer verder zien. Maar we zijn nooit verder gekomen, zo goed werden wij ontvangen. Alsof de Heer ons zelf die weg had gewezen. Inmiddels heb ik catechese gevolgd, ben ik gedoopt, hebben mijn vrouw en ik samen belijdenis gedaan en hebben wij ons verbond voor het oog van God en zijn gemeente herbevestigd.
Ik heb er nu een rotsvast vertrouwen in dat God bestaat en dat de Here Jezus mij de weg wijst. Maar ik besef volledig dat ik zelf mijn problemen moet oplossen. Gelukkig weet ik nu dat dit kan met een steun van de Heer in mijn rug en een hand van de Heer boven mijn hoofd.

 
spacer.png, 0 kB