|
Overweging uit de dienst van 5 juli 2009, door ds. G.J. de Bruin
Mensen als bomen
Lezen: Psalm 1 Marcus 8: 22-26
Bomen spreken. Bomen doen iets met ons, ze spreken tot onze verbeelding. We zien ze staan terwijl we een ommetje maken of een fietstocht… Soms staan bomen doodstil, in zichzelf verzonken, dan weer gebaren ze naar ons en gaan met hun takken heen en weer. De wind doet bomen een lied zingen, het is soms een geritsel van bladeren zonder eind. Fiets eens in Brabant door een populierenbos; zo'n bos is haast een symfonieorkest. Bomen zijn voor ons vreemde vrienden, hun boodschap kan ons soms niet ontgaan als we hen passeren. Ze zeggen ons: jij gaat voorbij en ik blijf, je bent een mens van jaren, ik draag eeuwen diep in mijn stam. Die bomen, hun wortels diep in de grond, hun takken reikend naar omhoog laten ons nadenken over onszelf, we gaan onze weg, we staan op de schouders van het voorgeslacht, het verleden is als het goed is niet alleen ballast maar ook een schat en ook ons verlangen, reikt net als de takken maar omhoog. Bomen spreken… Onuitroeibaar de neiging van mensen om zich met bomen te vergelijken. Het zit in de psalm die we zopas zongen: vromen staan bij de levensbron als cederbomen op de Libanon. Mensen als ceders, als bomen. Wat een uitdrukkingen in onze taal hebben we die het thema van vanochtend omspelen. Over hooggeplaatsten wordt gezegd: hoge bomen vangen veel wind. Van mensen op jaren heet het: je moet geen oude bomen verplanten. Voor iemand die na een crisis een nieuwe oriëntatie in z'n leven vond werd een lied gemaakt. De crisis maar ook de uitdagingen en levenslust na de crisis wordt in het lied, vind ik, prachtig verwoord: Uit staat en stand en wijsheid losgewoeld omgewaaid, ontwortelde plataan. Toen heeft hij licht onder zijn schors gevoeld een vlaag van knoppen die op springen staan. Wie van ons heeft zich op momenten niet als een ontwortelde plataan gevoeld? Zo is ons leven. We kijken naar elkaar en vragen: reik je naar omhoog, wat verlang je, hoe ben je vandaag verworteld, wat gebaren je takken me, sta je wat meer rechtop of juist krommer na wat je laatst meemaakte. Wat is het verhaal van de bomen om ons heen, horen wij hun lied en hun verzuchtingen? (gebed om ontferming) Mensen als bomen. Zoveel gedichten over bomen… Van Hans Andreüs zijn de woorden: 'Bij een boom staande moet ik wel ademen als een boom. Naar een boom ziende zie ik hemel en aarde in elkanders armen.' Wij komen onszelf tegen in de bomen om ons heen. En dat is iets wat voortdurend aan verandering onderhevig is. Voel ik me een boom in de lente, een vlaag van knoppen die op springen staan, een boom in bloei of een kale boom na een novemberstorm? Mensen als bomen… In trouwvieringen willen huwenden soms luisteren naar de woorden van Kahlil Gibran: 'Staat tezamen, maar niet te dicht bijeen, want de zuilen van de tempel staan ieder op zichzelf, en de eik en de cipres groeien niet in elkanders schaduw.' In sprookjes en fabels figureren mensen, soms vermomd als bomen. Zo'n fabel komen we tegen in het Richterenboek. Israël heeft de eeuwen door nogal wat bittere ervaringen met z'n koningen. Een goede koning is er één die het volk dient en gerechtigheid hoog in het vaandel schrijft maar dat willen die mannetjes nog wel eens vergeten als ze eenmaal op de troon hebben plaatsgenomen. Dan zijn ze opeens geen koning bij de gratie Gods, maar koning ter meerdere glorie van zichzelf en een kleine kliek van beschermelingen om zich heen. Aan een koning moeten we helemaal niet beginnen zegt de profeet. Maar u weet dat die profeet niet geëerd is in eigen land. Het gezeur om een koning verstomt niet, eeuw na eeuw en het zijn ook vaak de verkeerden die de troon ambiëren… In een fabel gaan de bomen een koning kiezen. Ze vragen het aan de olijfboom maar die bedankt feestelijk voor het koningschap. Sorry hoor maar olijven geven is mijn roeping… De vijgenboom schudt met z'n vijgenbladeren van nee. Ik vind het zo fijn om vijgenboom te zijn en jullie weten het hè… elk jaar vijgen. De wijnstok bedankt ook voor de eer om koning te worden. Elk jaar heb ik druiven voor klein en groot, je kunt mij ook drinken, maar wel met mate hè? En liever niet als je nog rijden moet. Olijfboom, vijgenboom en wijnstok kunnen wij verstaan, het onbegrijpelijke en schokkende is het slot van de fabel, als aan een doornstruik gevraagd wordt om koning te zijn. Zo'n waardeloze doornstruik waar je je aan kunt prikken, die geen vruchten geeft, die hoegenaamd geen schaduw geeft, waaronder je niet kunt schuilen als het regent. Als dan aan de doornstruik gevraagd wordt om koning te worden, zegt hij: ja hoor, ik wil koning worden. Gelukkig zijn zij die niet meegaan met wie kwaad doen - we gaan luisteren naar de woorden van Psalm 1. Korte overweging Bomen spreken tot ons, ze vertellen ons als we er voor opengaan over het leven, over ons eigen leven. Iemand die in dienst van de zending in Afrika werkte, kwam voor een verlofperiode naar Nederland. In Afrika voelt hij zich na enkele jaren nog steeds vreemdeling, in Nederland voelt hij zich niet meer thuis. Hij heeft een droom: er is een droge, hete vlakte met in het midden een kale boom zonder schaduw. De boom heeft geen bladeren meer - die zijn verdord door de felle zon. In z'n dagboek schrijft hij erover: ik zou zo graag die boom willen zijn, maar dan één die schaduw geeft. Ik ben zelf die boom in de vlakte. Enkele weken later komen er weer beelden: het gaat over een man en een grote mangoboom. Die man zit dagen, weken bij die boom en wacht totdat die éne mangovrucht in z'n schoot zal vallen. De verlofganger aanvaardt het als zijn opdracht om tijd te nemen, om geduldig te zijn. Tegelijk zijn er momenten dat hij het gevoel heeft zelf die mangoboom te worden. Dat bezorgt hem vreugde. In die aanvankelijk dorre, bladerloze boom blijkt nu leven te zitten. Een treffende illustratie van het thema dat zich vanochtend opdringt: mensen als bomen. Of bomen ons ook een tale kunnen spreken, om Guido Gazelle enigszins te citeren. Soms wil iemand weten hoe onze boom eruit ziet. Als we psychologisch getest worden kan het zijn dat we een boom moeten tekenen. Hoe ziet die eruit? Bescheiden? Imponerend? Kaal of groen? Wie mag schuilen, wie vindt beschutting onder onze boom? Het volk Israël verstond zichzelf als een wijnstok. Een wijnstok die door de Eeuwige in Egypte werd uitgegraven en overgebracht om wortel te schieten in het beloofde land. Zorg voor uw wijnstok, voor de stek van uw rechterhand bidt het volk in één van de psalmen. In dat spoor is een zoon uit dat volk wijnstok genoemd. Over Jezus zingt het evangelie: hij is de ware wijnstok. En waar is een wijnstok als hij vruchten geeft. Op een dag ontmoet Jezus een mens die als kind gezien heeft, maar nu niets meer ziet, blind is voor z'n omgeving. Jezus probeert dat mensenkind terug te roepen naar het land der levenden, naar de bewoonde wereld. Hij strijkt speeksel over de zieke ogen van de man, het is haast of er een kind na een lelijke val even wordt geknuffeld. En als Jezus vraagt: zie je iets? dan antwoordt hij: ja, ik zie de mensen, het zijn net bomen. Iemand die weer begint te zien en nu mensen ziet als bewegende bomen. Mensen die in het gewone leven niet alleen steunend maar ook bedreigend kunnen zijn, want ze kunnen je onderuit halen, kleineren, pijn doen. Waren mensen maar als bomen! Want dan zijn ze niet gevaarlijk voor elkaar, dan vormen ze geen bedreiging. Een boom geeft immers beschutting, onder een bladerdak kun je schuilen. Een boom vertegenwoordigt iets van onze droom, heeft iets van het paradijs. Hoe anders zou het leven van die blinde mens zijn geweest, als de mensen in zijn omgeving wat meer op bomen hadden geleken. Maar die laatste opmerking komt als een boemerang bij ons terug. Waar lijken we op? Durft u dat van uzelf te zeggen: ik ben als een boom of wellicht iets bescheidener: ik ben een boompje? Voor de dichter van psalm 1 is dat geen vraag! Wie leeft met de thora, met de woorden en aanwijzingen van de Eeuwige is als een boom aan stromend water. Als twee mensen bijeenzitten, bezig met de thora, rust de Geest van de Eeuwige op hen. Als drie mensen aan één tafel gegeten hebben en over de thora gesproken hebben, dan is het alsof ze bij de Eeuwige aanzaten. Het is volstrekt het tegengestelde van degenen die geen respect hebben voor de meest kwetsbaren, degenen die niet terugdeinzen voor misdadig gedrag, degenen die snoeven, zich in grootspraak verheffen boven anderen, de leeghoofden die alleen zichzelf willen zien en horen. Wat een belofte bergt het in zich als wij ons, individueel en vooral ook met elkaar buigen over de thora, de wet van de Levende. Wij horen zo gauw iets benauwds in die wet, zien onszelf al zitten in een auto op de weg, verderop nadert een politieauto, zeg maar de wet, en onmiddellijk gaat onze blik naar de snelheidsmeter… je zal maar te hard rijden… Zou dat de wet zijn? Gaat het om allemaal regels, alles wat niet mag, wat moet… Hoe kan het Joodse volk dan dansen met die thora? Dat komt omdat de thora niets met benauwdheid te maken heeft, de thora is als honing, als een vakantiereis, als een bruiloft van twee mensen. Wat een belofte als we ons bezinnen op de verhalen in de Schrift, we worden aangesproken, tegengesproken, uitgedaagd. De eeuwen door zijn er kringen van mensen geweest die de traditie hebben bevraagd met oog op het leven van elke dag, met oog op de vraag hoe te handelen. Als we ons daarbij laten betrekken, dan blijven we niet langer wie we zijn, maar worden er andere mensen van, zegt de psalmdichter. We worden, 't is haast niet te geloven… we worden als een boom aan stromend water. Prachtige omspeling van wat een vruchtbaar leven mag heten, waarbij ik er in één adem aan toevoeg dat vruchtbaar nog iets anders is dan succesvol. Wie Gods woord is toegedaan wordt een boom. Of gaat er nu door u heen: nou, nou, overdrijft die psalmist niet een beetje? Is het niet moeilijk om als een boom te zijn? Dat zou u, als dat nu in uw opkomt, eigenlijk eens aan een boom moeten vragen. Boom, is het moeilijk om boom te zijn? Die boom begrijpt vast niets van uw vraag. Zo is ook het geluk van een leven met de thora, met Gods woord onbegrijpelijk vanzelfsprekend. Laat het u dan nog eens gezegd zijn: u bent als een boom!
|