spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow Wie is Jezus voor mij (door ds. P. de Bres)
Wie is Jezus voor mij (door ds. P. de Bres) PDF Afdrukken E-mail


Preek 21 juni 2009, ds. P. de Bres

Wie is Jezus voor mij?

Lezen:
Genesis 1: 1-2
Marcus 4: 35-41

Gemeente,

Zonder twijfel kent u het logo van de wereldraad van kerken:
een scheepje, waarvan de mast een kruis is.
Het schip der kerk. U vind het ook op de liturgie.
En wie van de ouderen kent van vroeger niet het lied: Scheepke onder Jezus hoede…
Beeld van veiligheid, geborgenheid, redding.
 Al staat de zee ook hol en hoog
 en drijft de storm ons voort,
 wij hebben ’s Vaders zoon aan boord
 en veilig strand voor ’t oog.
Duidelijk een beeld ontleent aan ons Mc. – Evangelie.
Maar hoe mooi en troostrijk het ook is,
in ons Evangelie gaat het over iets anders.
Wie is Hij toch, vragen de leerlingen tot slot aan elkaar.
En Mc. heeft het verhaal zo geschreven,
dat wij die het horen, het antwoord mogen geven.
Ja, Wie is Jezus, Wie is Hij voor ons?
Daar gaat het vanmorgen over.

Jezus heeft aan de hand van gelijkenissen
de mensen geleerd over het Koninkrijk van God.
Aan het einde van de dag, het is al avond,
varen ze terug naar huis.
Het is donker en ze zijn nog niet goed en wel op weg
of er steekt een storm op.
Niet zomaar een storm, nee echt hevig.
De golven beuken tegen het schip,
water slaat over de boorden. Noodweer.
Redden we het wel; dadelijk vergaan we nog.
En Jezus slaapt.
Na een dag lang preken en leren is Hij moe.
Toch heeft dat slapen iets vreemds.
Het is de enige keer dat wij in het Evangelie horen dat Jezus slaapt.
Jezus is altijd present, aanwezig voor de mensen,
om te helpen, te leren, te genezen.
Heeft slapen niet iets dubbels?
Je bent aanwezig en tegelijk, omdat je slaapt, ben je er toch ook niet.
Zo ervaren die leerlingen het tenminste.
Meester, kan het u niets schelen dat wij vergaan?
Meer dan in het beeld van het Schip der kerk,
herken ik dit verwijt van die leerlingen.
Jezus die aanwezig is en tegelijk toch ook weer niet.
God in wie wij geloven, die we zoeken en tot wie wij bidden.
Maar hoe vaak lijkt het of wij geen antwoord krijgen op ons gebed.
En lijkt de God die beloofd heeft: Ik zal er zijn,
niet de grote afwezige.
Dat is hun ervaring en hun irritatie,
want in die vraag: kan het u niets schelen,
klinkt heel wat boosheid door.
Zo stelt ons verhaal eigenlijk 2 vragen.
De 1e: Wie is Jezus toch en tegelijk:
Hoe is Hij voor ons aanwezig.

Een wankel bootje in een donkere nacht.
De wind giert door het want; de golven slaan overboord,
zodat het schip dieper en dieper komt te liggen.
Luister eens naar ons Intochtslied, Ps. 107:
 God sprak en ontketende storm,
 hoog zweepte Hij de golven op.
 Ze stegen tot aan de hemel, vielen weer in de diepte,
 hun maag keerde om van ellende.
 Ze tolden en tuimelden als dronkaards,
 alle kennis baatte hun niets.
Al die beelden grijpen terug op het Scheppingsverhaal:
 In het begin schiep God de hemel en de aarde.
 De aarde was woest en ledig
 en duisternis lag op de vloed.
De chaos van voor de schepping.
Duisternis, water, geen plek voor een mens om te leven.
Pas als Hij het licht tevoorschijn roept
en het water zijn grenzen stelt, zodat er land ontstaat,
kan de mens in de tuin van Eden rondkuieren.
 In het begin lag de aarde verloren,
zongen we met en voor de kinderen.
Verloren, zo voelden de leerlingen zich.
Lijkt het niet alsof de wereld terugvalt in zijn ongeordende staat?
Alsof de God die wij als Schepper belijden
even zij gelaat afwendt?
Verloren; wij vergaan, gaan onder in de chaos.
In Zeeland heb ik boeren gekend, die als het stormde,
niet naar bed gingen, maar – jas bij de hand –
in angst de nacht doorwaakten.
Maar chaos overvalt ons bestaan niet alleen als natuurgeweld.
Ook als je huwelijk op de klippen loopt;
als je partner komt te overlijden;
als je bericht van de dokter krijgt dat je ernstig ziek bent.
Zeker de ouderen onder ons zullen daar iets van herkennen.

Maar terug naar de zee van Tiberias
en dat bootje in de storm.
Meester we vergaan.
Jezus, wakker geworden, bestraft de wind.
Als een macht, die zijn door God gestelde grenzen te buiten gaat,
wordt de wind bestraft.
De wind gaat liggen, het meer komt helemaal tot rust.
Ikzelf denk dat op dat moment de zon van de nieuwe dag weer opging.
Stilte, rust, licht; alleen de zachte plons van een ijsvogel.
Na het donker en de woeste dreigende krachten van de chaos,
krijgt die rust iets paradijselijks.
Opnieuw goede aarde, die vriendelijk voor de mens is.
Wie is Hij toch,
dat zelfs de wind en de zee hem gehoorzamen?
Ik leg Ps. 107 er nog even naast.
 God bracht de storm tot zwijgen,
 de golven gingen liggen.
 Het verheugde hen dat de zee tot rust kwam.
 Hij bracht hen naar een veilige haven.
Wie is Jezus toch?
Als je Gen.1 en Ps. 107 naast ons Evangelie legt
is het antwoord niet moeilijk meer.
In Jezus ontmoeten wij God zelf.
God, de Schepper, de Heer der machten.
Bij Jezus vinden we dezelfde goddelijke autoriteit.
Ook Hij blijkt over de machten te heersen.
De God die wij uit het O.T. kennen
als Schepper en Bevrijder,
als Degene die zijn schepping vasthoudt en redt,
ontmoeten wij ook in Jezus.
Wie is Hij toch, Jezus?
Er is geen ander antwoord mogelijk
dat wij in Hem de God ontmoeten,
die ons van chaos bevrijdt, want daarvoor zijn wij niet bestemd.
Ik keer nog even terug naar dat korte gesprek
tussen Jezus en de leerlingen.
Hun bozige vraag: trekt U het zich niet aan dat wij vergaan?
In hun boosheid klinkt onzekerheid mee:
Jezus, Hij is er wel, maar – slapend – tegelijk ook weer niet.
Herkennen wij dat zelf niet, vroeg ik eerder?
Als de chaos van het bestaan ons overvalt,
lijkt God dan ook voor ons niet vaak afwezig?
Of ligt die ervaring van afwezigheid misschien wel aan onszelf?
Waarom hebben jullie zo weinig moed, vraagt Jezus.
Ik ben toch bij jullie.
Geloven jullie nog steeds niet?
De diepste kern van geloven is vertrouwen.
Vertrouwen ze werkelijk op Jezus?
Hebben ze hun bestaan echt aan Hem toevertrouwd?
Maar waarom dan zo weinig moed, vraagt de Heer.
Je kent Mij toch, weet Wie Ik ben.

Is dat niet het punt waar het aan schort?
Echt helemaal je vertrouwen op de Heer stellen,
in Wie God zelf reddend en beschermend op ons toetreedt?
Daar roept Marcus ons toe op:
Hij heeft ons laten zien Wie Jezus werkelijk is.
Stel je vertrouwen dan ook op Hem, zegt hij met dit verhaal.
Wie kan je bestaan anders beschermen,
zodat het niet wegzinkt in chaos, angst en zorg?
Vertrouw je maar aan Jezus toe, helemaal,
met alles wat je bent en hebt
en je zult rust vinden en vrede, zoals ons verhaal eindigde.

Amen.

 
spacer.png, 0 kB