spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow De Mensenzoon (door ds. L.C. van Drimmelen)
De Mensenzoon (door ds. L.C. van Drimmelen) PDF Afdrukken E-mail


Preek van 14 juni 2009, ds. L.C. van Drimmelen

Mensenzoon aan Gods rechterhand 

Lezen:
Openbaringen 4: 1-11
Handelingen 6: 1-13
Handelingen 7: 53-60


Gemeente van onze Heer Jezus Christus.

Na Pinksteren komen we Stefanus tegen. U weet wel, de eerste martelaar, die om het geloof in Jezus Christus ter dood werd gebracht.
Het heeft er veel van weg, dat Stefanus daar zelf op aan gestuurd heeft.
In zijn toespraak tot het Sanhedrin was hij veel feller dan Petrus en Johannes.
Om te beginnen wreef hij het Sanhedrin aan dat grote profeten het altijd moeilijk gehad hebben. Dat is niet de manier om mensen voor je in te nemen.
Vervolgens beweerde hij dat de tempeldienst maar van betrekkelijk belang was. En daarmee trapte hij de leden van het Sanhedrin op het hart.
En toen hij hen ook nog eens beschuldigde van moord op de Messias was de maat vol.
Ze konden niet meer het geduld opbrengen om voor een doodvonnis naar de Romeinse stadhouder te gaan. Ze namen het recht in eigen hand en ze brachten Stefanus buiten de poort. En daar is hij op traditioneel Joodse wijze gestenigd.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen met Stefanus?
Wel, daar kan ik wel wat van zeggen.
Stefanus was in de kring van christenen in Jerusalem typisch een man van de tweede generatie. Stefanus heeft de Here Jezus niet persoonlijk gekend. Met Pasen was hij er nog niet bij. Hij is pas door Pinksteren christen geworden En de tweede generatie van een nieuwe beweging is vaak veel fanatieker dan de mensen die aan het begin staan.
Bovendien behoorde hij tot  een groep die door de christenen, die de Here Jezus persoonlijk hadden gekend, niet helemaal voor vol werd aangezien. Hij was een man van buiten Jerusalem. Hij las de Heilige Schrift niet in het Hebreeuws maar in het Grieks. En hij was van huis uit niet gewend om vaak naar de tempel te gaan, want hij had zijn godsdienstige opvoeding gehad in een synagoge  buiten het heilige land. Zo was er een hele groep.
Toen die groep er over ging klagen dat ze er maar wat bij hing en dat ze overgeslagen werden bij het uitdelen van de liefdegaven, zijn de apostelen zo wijs geweest om een aparte gemeente voor hen te stichten. Zo deed men dat in Jerusalem. Daar had je naast de Aramese synagogen aparte synagogen voor de Joden die Grieks spraken. Zo kwam er naast de christelijke gemeente die Aramees sprak een aparte gemeente voor christenen die Grieks spraken.
Stefanus werd met zes andere mannen aangewezen om leiding te geven aan de Grieks sprekende gemeente. Want ook een Joodse synagoge had in die tijd een bestuur van zeven mannen.
Al die omstandigheden kunnen aanleiding geven om te laten zien dat je in overtuiging en ijver niet onder hoeft te doen voor de eerste generatie.
Als we dat bedenken kunnen we het optreden van Stefanus beter begrijpen.
Stefanus was in zijn toespraak voor het Sanhedrin zó fanatiek, dat de leden van het Sanhedrin razend werden. En alsof het al niet genoeg was, deed Stefanus er nòg eens een schepje bovenop.
Hij zei niet: en deze Jezus, die jullie hebben vermoord is òpgestaan. Dat zou Petrus gezegd hebben. Maar Stefanus zei: Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods  rechterhand staat!
Hij gaat dus een stapje verder dan Petrus toen die voor het Sanhedrin stond. Wij zeggen in de Apostolische geloofsbelijdenis: Ten derden dage wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders.
Maar Stefanus ziet Christus niet aan de rechterhand van God zìtten; hij ziet Christus aan Gods rechterhand stáán. En als Christus gaat staan, dan doet Hij dat om terùg te komen. Stefanus heeft het niet meer over de kruiddood en de opstanding van Christus maar over zijn wéderkomst.
Als Stefanus de marteldood gaat sterven, dan móet Christus in de hemel wel in beweging komen. En zo roept Stefanus door zijn marteldood het einde van de hele heilsgeschiedenis dichterbij: vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Intussen zijn we al druk bezig met onze tekst:
Ik zie de hemel geopend en de Mensenzzon, die aan Gods rechterhand staat.....
En dáár ga ik vanmorgen een paar dingen over zeggen.

1. Door wat Stefanus zei word je d'r weer eens aan herinnerd, dat er een hémel is.
Dat zijn we bijna vergeten. Dat er een hel is, daar hebben we zoveel moeite mee, dat we dat liever niet meer geloven. Maar met het uit beeld verdwijnen van de hel is ook de hemel zo goed als uit het zicht geraakt.
Maar er is wèl een hemel.
Dat wil zeggen, dat er behalve de aarde waar we op wonen nog een àndere werkelijkheid is. Een land van alleen maar vreugde en licht.
Zo is de werkelijkheid waarvan wij vandaag deel uitmaken niet.
Niet dat alles hier beneden donker is. Niet dat er alleen maar narigheid is. Maar het mooiste wat wij hebben, ook het grootste geluk ....., bij wie loopt daar geen kras doorheen? Van pijn, van verdriet, van teleurstelling, van gemis. Om maar niet te spreken van die mensen voor wie die kras hun hele leven bederft. Er zijn mensen die omkomen van verdriet en ellende.
Zo is de wereld waarin wij leven.
En nou zegt het Evangelie dat er méér is.
Dat er behalve aardse narigheid hemelse heerlijkheid is.
Heus mensen, als u het nog niet of niet meer weet: er is goed nieuws: er is een hemel. De hemel is er óók!

2. Stefanus ziet dat de hemel open is.
Johannes zag op het eiland Patmos een open deur in de hemel.
Dat is hetzelfde. Maar die open deur maakt het nog duidelijker.
Er is een deur in de hemel, er is een toegang. En die deur staat open. Je kan er ìn!
De hemel is dus niet een fata morgana dat je wel kunt zien, maar waar je nooit aankomt.
Het alternatief voor de harde aardse werkelijkheid, de hemel, is bereikbaar.
Dat wisten we ook wel. Want er is al eens iemand van ons daar naar binnen gegaan.
Dat is Jezus. Een van ons. Een mens van vlees en bloed. Die is daar al. Iemand met een lijf en een leven als dat van ons.
Iemand die alles ervaren heeft van hoe het er op deze aarde aan toe gaat.
Toen Hij de hemel binnenging zullen ze Hem wel gevraagd hebben: hoe is het op de aarde? En toen heeft Hij gezegd: zie mijn handen en mijn voeten en steek uw hand in mijn zijde.
Zo heeft hij verslag gedaan van een mensenleven.
Heus, in de hemel weten ze er van. Van het lijden hier op deze aarde. En al onze vragen, al ons verdriet, als onze gebeden om verlossing, die komen komen boven aan en ....... ze worden gehoord.
Zo groot kan de vreugde in de hemel niet zijn, of ze weten er alles van.
Niet dat daardoor de hemel verandert, niet dat daardoor de hemel de hemel niet meer is. Het is niet zo dat ons lijden een grote wolk van treurnis over de hemel uitspreid. De hemel is en blijft het grootse en ongeschonden alternatief voor deze aarde.
En toch laat het lijden op aarde de hemel niet onbewogen.

3.  Toen Stefanus de open hemel ìnkeek zag hij de Zoon des mensen staande ter rechterhand Gods.
De staande Christus laat bij wijze van spreken zijn ene hand rusten op de rechter armleuning van de troon van God.
Toen Johannes op Patmos door de open deur de hemel ìn keek zag hij: in de hemel staat een tróón! Er staat een troon in de hemel!
Een troon: dat betekent dat er wordt geregeerd.
Dat betekent om te beginnen dat wat hier op aarde allemaal gebeurt, dat dat de hemel niet onberoerd laat.
Er wordt heus wat aan gedaan. Er wordt geregeerd.
Dus ons bestaan is geen zinloos lot. We zijn niet reddeloos overgelaten aan de machten en krachten van deze wereld. We zijn niet weerloos overgelaten aan ziekte, of aan de wisselvalligheid van de economie, of aan de luimen van machthebbers, of aan de onachtzaamheid van hen van wie wij afhankelijk zijn. We zijn geen speelbal. Ons leven is geen lot. Er wordt geregeerd!
En dat regeren, dat gebeurt vanuit de hemel.
De wereld wordt niet geregeerd vanaf een bergtop of een topconferentie. Maar vanuit de hemel.
Dat wil zeggen dat er wordt geregeerd volgens hemelse wetten.
Op het oog worden we geregeerd door de wetten van deze aarde. En dat zijn de wetten van halen, hebben en houden.
Maar wie de troon in de hemel ziet weet dat het in het echt aankomt op: brengen en delen en geven. De hemelse wetten, dat is het gebod van de liefde.
In de hemel staat een troon.

4. En op die troon zit iemand.
Dat blijkt God zelf.
Christus staat ter rechterhand van Hem die op de troon zit.
Op de troon zit God.
God is het, die opmerkt hoe het hier op aarde is. En Hij heeft gezien hoe groot de kloof is geworden tussen de hemel en de aarde.
In den beginne schiep God de hemel en de aarde.
Dat wil zeggen dat de hemel en de aarde allebei uit één hand komen. En dat ze bij elkáár behoren. Want ze hebben één oorsprong en één bestemming. En God zag dat het goed was.
Maar door de manier waarop mensen leven en met elkaar omgaan is er een tegenstelling gekomen tussen de hemel en de aarde. En dat is niet goed.
Want daardoor raken de mensen het zicht op de hemel kwijt.
En toen heeft Hij in Christus zijn hand op deze wereld gelegd. Deze wereld met alle zonde, met alle schuld, met alle ellende en met alle verdriet.
Om op aarde weer vensters op de hemel te openen en zo uitzicht te geven. Om het leven op aarde weer perspectief te geven. Om op aarde weer iets van hemelse vreugde terug te brengen.
Zó heeft God de aarde weer met de hemel verbonden.
Heus mensen:
- er is een hemel;
- en die hemel is open;
- er wordt geregeerd; en er wordt geregeerd vanuit de hemel.
- want wie er regeert, dat is God zelf.

5. God regeert deze aarde door zijn Zoon Jezus Christus.
Dat Jezus Christus zit ter rechterhand Gods betekent, dat de Vader regeert door Hem.
Daarmee wordt de regering door God nog dieper ingekleurd dan alleen maar daardoor dat er geregeerd wordt vanuit de hemel.
Christus wordt door Stefanus 'Mensenzoon' genoemd. Hij is een der onzen. Met doorboorde handen en doorboorde voeten.
Wij worden van Godswege geregeerd door een Koning die aan den lijve heeft ondervonden wat wij meemaken.
Het is de gekruisigde Christus, die ons regeert. Johannes ziet een Lam, als geslacht.
Maar dan betekent het ook dat Christus regeert vanuit het perspectief van de verlossing en de verzoening.
Als Chrìstus de regering van ons leven ter hand neemt, dan wordt ons bestaan alleen al daardoor nu al in principe ontheven aan het kwaad, aan de macht van de zonde, aan alles wat uit is op onze ondergang.
Het gaat God er niet om, om door zijn regering de wereld als een tuinman aan te harken en wat in wanorde is geraakt weer keurig op een rijtje te zetten.
Zie, Hij maakt alles nieuw!
Deze wereld kan niet zo bedorven zijn en ons leven kan niet zo stuk zijn of God weet er raad mee.
Hij maakt in Jezus Christus een nieuw begin en geeft aan de wereld, dus ook aan ons, een nieuwe toekomst.

6. De moeilijkheid is dat dat naar onze waarneming maar niet op wil schieten.
Daarom maak ik tot slot nog drie korte opmerkingen.

a. In de eerste plaats dit:
Wij zouden ook weleens willen zien wat Stefanus zag. Of wat Johannes zag op het eiland Patmos.
Maar ik hoef u niet te zeggen dat een dergelijk doorkijkje in de hemel geen alledaagse kost is.
Van de week zei iemand met wie ik aan de praat raakte toen het ging over de vraag hoe het zal zijn in de hemel: ik zou soms wel eens om een hoekje willen kijken. Waarop een ander opmerkte, je mag het pas zien als je het hoekje om gáát.  Zo was het in ieder geval met Stefanus.

b. In de tweede plaats: we zullen het moeten doen met wat er ons over verteld is. Net zoals wij het moeten doen met verhalen over Jezus, zonder Hem in levende lijve ontmoet te hebben. Bedenk dan dat dat voor Stefanus ook gold. Die had de Here Jezus ook nooit in het echt gezien. Hij was een man van de tweede generatie, weet u nog wel. En ook Stefanus moest het hebben van de verhalen over Jezus, net als wij.
Maar bedenk dan óók, dat het verhaal over Jezus niet ophield toen Stefanus als martelaar stierf. Er stond al een nieuwe getuige gereed, een zekere Saulus, ook een Jood uit de diaspora. De dood van Stefanus leidde tot de bekering van Saulus.
Dat werd het begin van Paulus' zendingsactiviteiten en van de kerstening van Europa.

c. En ten slotte:
We zouden van de beloofde toekomst wel wat tastbaars in handen willen hebben.
Toen Jezus nog op aarde was, voor zijn hemelvaart, hàdden we iets tastbaars, de mens Jezus die we aan konden raken.
Maar Jezus is opgevaren, naar de hemel.
Maar opdat wij vast zouden geloven nam Jezus in de nacht waarin Hij verraden werd een brood, brak het, gaf het aan zijn discipelen en zei: dit is mijn lichaam. Neem, eet, gedenkt en gelooft.
Zo verkondigen wíj zijn dood.
Totdat Hij komt.

AMEN.

 
spacer.png, 0 kB