spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow Vakantie (door ds. G.J. de Bruin)
Vakantie (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail

Voor kleine (en grotere) oren: vakantie

 

Jullie hebben een tijdje geleden vakantie gehad, die dagen rond koninginnedag. Ik krijg nu vakantie, vanaf morgen. Vakantie vieren vind ik  iets vreemd hebben. Veel mensen verlangen in de winter naar de warmte, naar de zon. Als de zon dan eindelijk schijnt en het mooi weer is, zijn ze niet thuis maar zijn ze op vakantie gegaan. Ik kan morgen lekker in mijn tuin gaan zitten, maar nou ben ik weg. Raar hè?

 

Thuis deden wij vroeger niet aan vakantie. Dat vond mijn moeder nergens voor nodig. We hadden een grote tuin; achter in die tuin was een grote zandbak en ook een klein badje - dat was nog eens vakantie! Hoogstens gingen we een paar dagen naar tante Grietje. Die had een nog grotere tuin… die ging ook nooit op vakantie. Ze wilde haar bloemen en planten niet in de steek laten. Toen ik een jaar of acht was, is het misgegaan. Dat kwam door oom Gijs. Mijn vader had een jongere broer, oom Gijs.  Het was een wat vreemde oom, hij ging ieder jaar op vakantie. Wij wisten dat hij een grote tent had. Op een gegeven moment kocht oom Gijs een nieuwe tent; toen kon mijn vader voor een paar tientjes die oude tent overnemen. Dat had mijn vader nooit moeten doen.

 

We gingen  twee weken naar een camping bij Castricum. Daar had je zo'n mooi strand volgens mijn vader. Zelf woonden we in Scheveningen, we begrepen niet helemaal wat hij zag in het strand van Castricum. Sindsdien klinkt in de familie regelmatig de gevleugelde uitdrukking: Het zand bij de buren is altijd geler. Wij dus naar Castricum, met de oude tent van oom Gijs. Het kostte een half dag voordat die tent eindelijk stond. Wat een gedoe met de stokken en de haringen. En wat ook zo vervelend was: de bedden moesten worden opgeblazen. Bij het ledikant waar ik thuis in sliep, hoefde dat nooit. En mijn bed in die tent had de misselijke gewoonte om midden in de nacht leeg te lopen. Daar lag ik dan op de harde grond… Dat moest ik dan blijkbaar leuk vinden, zoiets hoort bij kamperen, weet je wel… Mijn moeder was niet echt een keukenprinses, ze kookte altijd heel eenvoudig, aardappels, groente en een heel klein stukje vlees. Maar nu had ze maar één brandertje, een primus noemde ze dat pitje. Mijn keuken thuis is heel wat beter, zei ze steeds. Ze zou de maaltijden wat simpel houden, verzekerde ze ons. Zo aten wij twee weken soep met brood.

 

Je snapt dat die twee weken niet echt het hoogtepunt in mijn leven zijn geworden. De laatste drie dagen regende het aan één stuk door. Alles was op het laatst nat. Wat waren we blij dat we na twee weken weer op huis aan gingen. M'n moeder had haar keuken terug, m'n vader z'n bureau en ik m'n ledikant dat niet leegliep.

O ja, mijn vader is die tent van oom Gijs weer terug gaan brengen. Hij was het eigenlijk wel met m'n moeder eens toen zij, thuisgekomen, de conclusie trok: 'Dit was eens maar nooit meer!' Dat malle kamperen hebben we nooit meer gedaan. Misschien kun je eens aan je moeder of vader vragen of jullie straks tijdens de zomervakantie wel op vakantie moeten gaan… of het niet beter is om gewoon heel fijn thuis te zijn…

 

 

 

 
spacer.png, 0 kB