spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Preken arrow de Heer is waarlijk opgestaan. (door ds. M.J. Aalders)
de Heer is waarlijk opgestaan. (door ds. M.J. Aalders) PDF Afdrukken E-mail
Gemeente van de Heer Jezus Christus,

‘En jij, geloof jij dat dan allemaal wel?’ Mijn vrienden en vriendinnen op de sociëteit hadden me gevraagd iets over Paul Verhoeven te vertellen, de bekende filmregisseur. Die heeft een boek over Jezus van Nazareth geschreven, en van het traditionele Jezusbeeld blijft weinig over. Alles wat hij alleen maar kan filmen als hij gebruik maakt van trucs, behoort tot de christelijke spin, tot de vrome fantasie, soms tot de pia fraus, tot het vrome bedrog van de kerk. Dat Jezus over het water liep, of met de lichte wolkenwagen terugkeerde naar s vaders troon, dat zijn beelden waar hij niet mee uit de voeten kan.  Jezus wordt bij hem een opstandige jongere uit de jaren zestig, die uiteindelijk als een Che Guevara eindigt. ‘Maar jij, geloof jij dat dan allemaal wel?’ vroegen ze.

Na ja, en daar sta je dan, met je goede gedrag. Als je ja zegt, dan zie je ze denken: ‘die is niet goed bij zijn hoofd’, en zeg je nee, dan bekruipt je het gevoel dat je verraad pleegt aan het evangelie. Want het staat er dan toch maar, dat Jezus in een witte wolkenwagen naar de hemel werd gedragen. Niet dat dat leuk is, dat het er zo staat.  Want laten we maar eerlijk zijn: het is ook voor ons, min of meer trouwe kerkgangers, een wonderlijk verhaal. Ik wil het u niet aandoen en er naar vragen, maar ik heb het vermoeden dat er ook onder ons heel wat zijn die zo’n verhaal niet voor historisch houden. Toen ik een jaar of wat geleden voorstelde het kerstfeest maar af te schaffen, kreeg ik welgeteld een steunbetuiging, van Henk Wouters. Ik weet het nog precies. Maar de laatste keer dat ik met hemelvaart voorging in een kerkdienst waren er uit heel Amstelveen-Zuid 30 kerkgangers, inclusief de koster en de organist. Alsof we geen raad weten met dit hemelvaartsverhaal. Alsof we het eigenlijk wel geloven. En het dus helemaal niet geloven.

Maar ja, het staat wel in de bijbel, en vandaag lezen we het. Maar wat lezen we dan eigenlijk? En wat moeten we daar dan nog mee?

Opnieuw is Jezus met zijn leerlingen bijeen en houden ze samen de maaltijd. Zoals zovaak, vroeger, vóór de kruisiging. Wat hebben ze niet samen meegemaakt. Met geen pen te beschrijven, bijna. God zij dank hebben ze dat wel geprobeerd. En Bach heeft het op muziek gezet. Ook God zij dank. Een drama, dat hebben ze samen meegemaakt.

Nu zijn ze weer bij elkaar. Nog intensiever dan toen is het nu. Dat moet haast wel. Judas is er niet. De Heer is er. Hij wel. Kurios, zo noemen de leerlingen heb. Heer. De vorm waarin de godsnaam werd uitgesproken, zo wordt God in het Eerste Testament genoemd. Jezus heeft met God te maken, zo weten de leerlingen. Dat wisten ze altijd al. Maar nu helemaal.

En nog één keer legt Jezus het allemaal uit. Over het koninkrijk van God. Het Koninkrijk van God: dat wil zeggen dat God Koning is. Jullie dachten wel dat het afgelopen was. Jullie dachten wel dat God machteloos toezag hoe ze me gevangen namen en kruisigden. Maar de Heer regeert toch, vertelt hij. Ondanks de schijn van het tegendeel. Kijk maar, en als het gemoeten had, had hij aan Thomas nogmaals zijn beschadigde handen laten zijn. Kijk maar. De Heer regeert, ondanks de schijn van het tegendeel. Ik zelf ben het levende bewijs. Dat is waar het overgaat, tijdens die maaltijd. Over het koninkrijk van God, over God die Koning is.

Wat een verhaal, vindt u niet? Wat een evangelie ligt hier niet in besloten,  in dit wonderlijke verhaal, wat een blijde boodschap. Voelt u het? Weet u het nog, van Farao die wilde dat alle joodse jongentjes in de Nijl vermoord moesten worden? En hoe het slavenvolk dat ten dode was gedoemd, toch tot leven zou komen? En weet u nog, hoe de stammen Israëls verjaagd werden van huis en haard, in Babylon bijna verdwaalden, maar terugkeerden, en leefden? En dát verhaal, over die trouw van God,  over de Heer over alles en allen, die sterker is dan de machten van de duisternis, dat wordt hier weer zichtbaar, in die Ene, de gekruisigde. Als dit ergens over gaat dan over Paasverhaal van het oude volk Israel dat telkens opnieuw vorm krijgt, en hoop brengt en leven!

Dat is wat er staat. Maar ja, dan is die tweede vraag ook niet meer zo moeilijk. Die vraag wat we er eigenlijk mee moeten. Wat moet je met die hemelvaart, ja, die vraag snappen we. Of: wat heb je aan dat Jezus over het water kan wandelen? Maar niemand zal de vraag stellen: wat heb je nu aan hoop? Niemand vraagt: Wat heb je daar  nu aan, dat het kwaad niet het laatste woord heeft? Wat heb je daar aan, dat Farao en zijn trawanten, en Nebukadnezer en Adolf Hitler en Pilatus en Herodes, wat heb je eraan dat de beulen aan het kortste eind trekken? Niemand zal die vraag stellen. Want dat is toch waar ons diepste verlangen naar uitgaat. Dat de armen gevoed worden, de treurenden getroost, en de gevangenen bevrijd. Dat is toch ons verlangen? Dat het goed komt met deze wereld. Dat de dingen nog eens op hun plek gezet worden. En dat het toch eens ophoudt met telkens nieuwe tirannen. Dat is toch waar we ten diepste naar verlangen, dat het met ons leven goed komt, en dat we geborgen zijn in tijd en eeuwigheid? Daarover gaat het dus, in Handelingen 1. Over de Heer God die regeert.

Terug naar het verhaal. Wat staat er nog meer?
Ze houden samen de  maaltijd, Jezus en zijn leerlingen. En opnieuw zijn ze op een berg, zoals zovaak, vroeger, voor de kruisiging. De berg, dat is het raakpunt tussen hemel en aarde. Ze zijn op de nota bene Olijfberg. En dan kan het haast niet anders, of ergens komen er allerlei beelden boven.  Beeld van een olijftakje in de mond van een duif, op weg naar Noach bijvoorbeeld. Er is weer leven mogelijk. En weer een ander herinnert zich die tekst uit de profeet Zacharia. Dat de Heer zal komen, en de strijd met de volkeren zal aanbinden. Hij zal zijn voeten op de olijfberg zetten, Hij zal intocht doen in Jeruzalem. Hij zal koning zijn over heel de aarde. Of ze denken terug aan dat visioen van Jesaja.  Dat visioen waarin de Eeuwige op zijn berg voor alle volken een maaltijd van vette spijzen zal aanrichten, en van belegen wijnen aankomen. En ach, dan, bij al die beelden, dan voel je het de vraag al aankomen.

Heer, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israel? Natuurlijk komt die vraag. Dat kan haast niet anders. Kijk dan naar de tekenen der tijden. Alles wijst erop. Zo was het toen, onder de leerlingen, zo zou het later zijn, tot op de dag van vandaag. Let op de tekenen der tijden. Zou de dag dan eindelijk nabij zijn? Maar hier ligt niet de taak van de kerk. In de speculatie, in het rekenen en puzzelen en pluizen. Dat is jullie zaak niet, zegt de Heer. Gij zult mijn getuigen zijn.
Voelt u wat een voorrecht het is dat dit verhaal tot je komt? Nee. De wereld blijft net zo raadselachtig. En we begrijpen nog steeds niet waarom het zo lang moet duren, de komst van dat koninkrijk. Maar er is wel iets heel anders wat ons geschonken wordt.

U en ik, we hebben een plaats in deze wereld, en een bestemming en een taak. ‘De zin van het leven’, daar kun je over filosoferen’. Ik heb ooit eens een boek gekocht daarover: ‘De zin van het leven’. Aan het eind was ik verder van huis dan aan het begin. De zin van het leven. Dat is heel wat. Maar dit is een heel ander verhaal.  U en ik, we hebben een taak in deze wereld. De Heer heeft ons nodig, om zijn getuige te zijn. Wonderlijk, dat Hij die de hemel en de aarde gemaakt heeft, ons mensen uitnodigt. Ons leven reikt over zijn eigen horizon heen, wij hebben een taak, een plaats, een roeping, een missie. Noem het maar zoals u wilt. Maar de Here God heeft u nodig. Hij is met deze wereld op weg naar de voltooiing van zijn schepping. En u en ik hebben daar een plaats in. We realiseren ons te weinig welk een rijkdom dat is. Zo komen we tot onze bestemming, als mens. Dat is zegen, dat is rijkdom. Dat is pas mens-zijn, als medearbeider van God.

Probeer nu eens, al is het maar een keer, probeer nu eens een keer per week te bidden: Heer, wil me laten zien hoe en waar ik van u kan getuigen? Dan moet u op letten wat er gebeurt. Voor hoeveel kansen en mogelijkheden je ogen dan open gaan. Wie je ook bent, en hoe je leven ook is.

Nog een keer terug naar het verhaal. Want dat getuigen zijn, dat begint met niets doen.  Kerk-zijn begint met niets doen. Met wachten en verwachten. Met het zich uitstrekken naar de kracht van om hoog. Met het wachten op het pinkstervuur. En toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Letterlijk: hij werd opgenomen, en een wolk onttrok hem aan hun ogen. De wolk die er was toen Jezus op de berg was, met Mozes en Elia. De wolk die er was, al die lange jaren in de woestijn. Zoals de wolk op talloze plaatsen teken was van Gods aanwezigheid en van zijn verborgenheid. Dat is, wat hier verteld wordt, verkondigd wordt, getuigd wordt: in deze Jezus komt de Eeuwige zelf ons nabij. Dat is wat ons hier wordt verteld.

En of ik dat allemaal geloof? In het gezelschap waar ik over Paul Verhoeven sprak, wilden ze dat natuurlijk vreselijk graag weten. Hetzij om me te ontmaskeren als iemand niet van deze wereld, hetzij om me toch een beetje in hun kamp te trekken. ‘Zie je wel, jij gelooft ook niet alles’. Nee. Ik geloof ook niet alles. Ik geloof niet alles zoals sommige fundamentalisten dat geloven. Van A tot Z is alles letterlijk gebeurd zoals het in onze vertaling beschreven staat. God laat niet zien dat hij kunstjes kan doen. God laat niet zien dat de wet van de zwaartekracht voor hem niet geldt, de bijbel is geen handboek voor de natuurkunde, en de biologische vergissingen in de bijbel. In deze oude verhalen komt de existentiële ervaring van het volk Israël vorm. Dat heeft Israël ervaren, dat hebben de leerlingen ervaren. En vragen onze tijdgenoten of wij al die fratsen geloven. De leerlingen vragen ons om die verhalen te ‘geloven’. Dat is: ons eraan toe te vertrouwen.

Weet u, het kwaad heeft niet het laatst woord. Dat woord is aan God, die wij in Jezus Christus leren kennen.
En weet u, u en ik, wij leven niet zo maar wat in het wilde weg. We mogen er zijn, we hebben zelfs een taak. Een roeping.
En u hoeft mij niet te vertellen dat zo’n reis door de woestijn soms niet meevalt. Maar ik weet wel dat onze weg ook langs oases voert.
Wie daaraan zich toevertrouwt zal weten dat de Heer waarlijk is opgestaan.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

M.J. Aalders
Amstelveen
15 mei 2009
 
spacer.png, 0 kB