|
Kennismaking (door Gert Jan de Bruin) |
|
|
|
Kennismaking Op mijn bureau staat een bak met kaartjes. Op die kaartjes allemaal namen… Gelukkig krijgen meer en meer namen een gezicht door de bezoeken die ik breng. Idealiter bent u voor mij, als ik binnenkom, een onbeschreven blad. Uiteraard leeft in mij de verwachting dat u dát blad tijdens onze ontmoeting wilt gaan beschrijven. Ik wil van mijn kant een poging wagen het eigen levensblad wat in te kleuren.
'Den Haag met je mooie paleizen, Den Haag waar de westenwind waait', zong Paul van Vliet die er opgroeide. Ook ik groeide in Den Haag op, bewaar goede herinneringen aan mijn schooltijd. Er waren allerlei buitenschoolse activiteiten; we gingen met de klas verschillende keren kamperen, hadden vormingsweekends. Leuk was het meedoen in het leerlingenbestuur. Veel tijd om huiswerk te maken was er niet; ik sportte graag en veel. Met de hakken over de sloot haalde ik het HBS-examen. Wat nu: gaan werken? Gaan studeren? Ik solliciteerde bij een Haagse krant. Kon er komen voor 20 uur per week. De journalistiek leek me wel wat. Toch zette ik niet door. Mijn ouders zagen graag dat ik ging studeren. Ik dacht na over Nederlandse taal- en letterkunde. Het werd psychologie, een interessante studie. Wat me op de middelbare school niet goed afging, lukte nu wel: om te studeren. Daarnaast was er het studentenleven met een sportclub, een gezelligheidsvereniging en een dispuut. Na bijna drie jaar studeren had ik op een haar na mijn kandidaats psychologie. Tijd om een hoofdvak te kiezen. Klinische psychologie lag het meest voor de hand. Ik miste wel de aandacht voor levensbeschouwing in de psychologie van die dagen. Allerlei geloofsvragen vroegen om verheldering. Uit interesse las ik in die dagen allerlei theologische boeken.
Na drie jaar studie zwaaide ik om: het werd theologie. Het betekende dat ik als simpele HBS'er moest geloven aan het Grieks en Latijn. Daarbij kwam in het eerste jaar ook nog Hebreeuws. Moest dit alles nu theologie heten of was het meer een studie 'oude talen'? Niet alles was aan mij besteed. Ik herinner me dat de hoogleraar Oude Testament het presteerde om een vol uur te spreken over één woordje (en wel ons woordje 'en'). Gaapverwekkend. Aan de scheiding tussen staat en kerk werd m.i. nogal krampachtig de hand gehouden. Na de eerste jaren was ik blij met enkele 'praktische' vakken. Boeiende colleges ethiek van Verdonk, kanseloefeningen met Van Gennep. Intensief betrokken was ik bij de Leidse studentenecclesia, een mentale gemeente van jong (studenten) en ouder (mensen uit de regio), van katholieke en protestantse huize. Iedere zondag was er een oecumenische dienst van Schrift en Tafel, de toenmalige bisschop Simonis ten spijt. Ik voelde me er bijzonder thuis en vond het liturgisch en ook anderszins verrijkend.
In de zomer van 1982 deed ik kerkelijk examen. Ik werd geattendeerd op een kleine gemeente in het Groene Hart: Nieuwveen. Er werd gezocht naar een kerkelijk werker. Ik kreeg een deeltijdaanstelling en begon te werken. Een verademing na al die jaren van studie. Ik poogde het werk te combineren met een hoofdvak praktische theologie. Nogal eens ging het werk voor… Ik verhuisde naar Nieuwveen en woonde voor het eerst van mijn leven in een dorp. Ik kon niet bevroeden dat ik er uiteindelijk vijf jaar zou blijven. Oegstgeest betekende een volgende fase in leven en werken. Pastoraal mocht ik bezig zijn in een nieuwbouwwijk, zeg maar een soort Westwijk, die gerealiseerd werd op een steenworp afstand van een prachtig historisch kerkje. De kerkmuziek was stevig verankerd in het gemeenteleven. Cantorij, jeugdcantorij, een muzikaal ensemble, een blokfluitgroep, een kamerkoor, met voornamelijk leden uit de gemeente…
Na twaalf jaar waagde ik me 'over de grens' en belandde in Noord Brabant. Her en der rond 's-Hertogenbosch bescheiden protestantse gemeenten in een katholieke omgeving. Niemand had het nog over hervormd of gereformeerd, het Samen-op-Weg proces was al lang en breed gerealiseerd. Alles was kleinschalig en het kerkelijk leven kreeg iets van de Brabantse gemoedelijkheid mee. We genoten gezamenlijk van de vrijheid, de kerkorde bleef, zoals het hoort, hoegenaamd altijd in de kast. Toen ik in september afscheid nam in Sint-Michielsgestel werd me eens te meer duidelijk wat een verbondenheid er gegroeid was in ruim zeveneneenhalf jaar. En nu dan Amstelveen. Een veelheid aan indrukken in die eerste zes weken, na een warm welkom op zondag 12 oktober. Nog even en ik spreek achteloos over 'onze gemeente' en heb het dan over Amstelveen Zuid.
Gert Jan de Bruin.
|