Wim de Graaff (1931) is eens per maand organist in de Handwegkerk. Andere zondagen is hij vaak in het Zonnehuis te vinden. Wim is autodidact. Als 12-jarige jongen was hij al organist in zijn geboortedorp Ouddorp. Hij bereidt zich van te voren goed voor op het thema van de dienst en ziet het als uitdaging het gesproken woord in muzikale zinnen om te zetten. Zijn talent voor improvisatie komt hem daarbij goed van pas.
Muzikaal gezien rekent hij zichzelf tot de romantici, met een voorliefde voor componisten als Chopin en Schumann. Favoriet is toch Mozart. Toppers in het liedboek zijn voor hem ‘Heil hem, wien God zijn ontrouw heeft vergeven’ (Psalm 32 ) en ‘Wij moeten Gode zingen’ van Willem Vogel (Gezang 301), een loflied met een vleugje weemoed die zo eigen is aan joodse muziek.
Vanuit zijn romantisch hart kan hij beter overweg met de vleugel dan met het orgel. Toch spreekt hij met liefde over het orgel in de Handwegkerk: ‘Op een gegeven moment ga je ook van oude mensen houden’.
|