spacer.png, 0 kB
Home arrow Kerkdiensten arrow Kerkruimte arrow Het huidige antependium
Het huidige antependium PDF Afdrukken E-mail

(over de antependia in het algemeen zie men: antependia)

Image

Het was rond het jaar 400 dat bisschop Epifanius van Salamis op Cyprus eigenhandig een antependium verscheurde. Tijdens een avondwandeling liep hij een kerk binnen en zag dat op het doek dat het priesterdeel van het schip scheidde, religieuze voorstellingen waren aangebracht. Hij scheurde het gordijn er af en gaf het de kerkbewaarder met de opdracht om het aan een arme te geven zodat die het als doodskleed zou kunnen gebruiken. Alleen daar was het, volgens Epifanius goed voor. Niet om opgehangen te worden in de kerk, want ‘afbeeldingen liegen’.

In zekere zin was de bisschop een voorloper van de  zogenaamde ‘iconoclasten’,
mensen die zich in de 8e en 9e eeuw verzetten tegen de verering van iconen. Deze groep heeft uiteindelijk het onderspit gedolven.

En dus worden op 1 september 2002 in de gereformeerde Handwegkerk, op wat zeer onliturgisch de ‘startzondag’ heet, nieuwe antependia gepresenteerd. De oude waren dan ook wel aan vernieuwing toe. Maar het verhaal van Epifanius mag ons er blijvend aan herinneren dat alles wat met beeld te maken heeft binnen de liturgie niet zondermeer vanzelfsprekend is. En de iconoclasme strijd mag ons er aan herinneren dat alles wat met beeld en afbeelden, wat met presentatie en representatie te maken heeft, buitengewoon ingewikkeld is.

Het groene doek (voor de zondagen tussen kersttijd en 40-dagen-tijd en de zomer- en herfsttijd)

Op de afbeelding zien we tegen de achtergrond van een vierkant kruis de voorstelling van vijf broden en twee vissen. Daarmee wordt het verhaal van de ‘wonderbare spijziging’ verbeeld. Dat verhaal vindt in de liturgie een voortzetting in het Avondmaal, ook daar is de afbeelding een herinnering aan. Het vierkante kruis heeft z’n oorsprong in het kruis van Jeruzalem.

Het doek wordt m.n. in de z.g. feestloze periode gebruikt, voor de z.g. gewone zondagen. De zondagen in de tijd van het ‘al-reeds volbrachte werk’ van Christus en het ‘nog-niet’ van de definitieve doorbraak van het Rijk van God. Die zondagen staan dicht bij het z.g. gewone leven.

Bij vroegere misdienaars in de RK-kerk heeft een spreekwoord bestaan: ‘Is de kleur groen, dan valt er in de kerk niets te doen’. Maar gewone zondagen bestaan niet, altijd trilt er iets in door van de daden van de Almogende omwille van zijn mensen en daarom tekent elke zondag de dagen van de week en daarom is het gewone leven zo gewoon niet. In zijn Tambacher rede van 1919 zei Karl Barth ‘In het gewone leven ligt een zegen’, en Miskotte noemde zijn commentaar op het boekje Ruth, een kleinood over leven door de dood heen, over de gave van de vruchten van het land en over liefde van mens tot mens, Miskotte noemde zijn commentaar ‘Het gewone leven’. Dat laat ons zien dat wij niet leven om naar de kerk te gaan of om liturgie te vieren, maar dat wij naar de kerk gaan en liturgie vieren om te leren leven in alle hoogte en diepte, in alle vreugde en in alle smart. Juist op de ‘groene’ zondagen zijn we daar dicht bij en terecht is de kleur groen is, de kleur van de hoop, van het gespannen vooruitzien naar een toekomst die nog uitstaat, de belofte van overvloed en leven voor velen.

 
spacer.png, 0 kB