|
Gemeente,
Bent u wel eens bezorgd? Ik althans wel. Mijn vrouw rijdt elke dag heen en weer naar Amersfoort. Op zekere dag – ze zou half vijf thuis zijn – geen Nelleke; half 6: niets; half 7 nog steeds niets. En dat altijd als je je mobiel vergeten bent. Dat is abnormaal; ze zal toch geen ongeluk hebben gehad? En ik bel de politie; ja, serieus. Om half 8 kwam ze thuis. Ze had klem gezeten in de file; er was een vrachtwagen gekanteld en dat moest eerst opgeruimd. Ik maak mij vaak zorgen. Ik ben bijna 38 jaar predikant. In die tijd heb ik een geweldige ontwikkeling van de kerk meegemaakt. Goede ontwikkelingen, maar ook zorgen. In de 16 jaar die ik in Amstelveen ben, zijn er inmiddels 3 kerkgebouwen afgestoten. Voor 2010 staan er nog 2 op de nominatie. Dan zijn in goed 10 jaar 5 kerken gesloten, meer dan de 4 die er overblijven. Dat doet mij pijn. Zijn we op de goede weg? Ik maak mij zorgen, ja. Ik heb geen helder beeld hoe het met de kerk over een 10 jaar zal zijn. Wees niet bezorgd, lees ik dan bij Mateus. Is het feit dat ik mij zorgen maak dus onterecht? Een stukje ongeloof, althans klein geloof? Maar mensen denken toch na, zijn toch verantwoordelijk voor hun daden en keuzes? En dat betekent toch ook een stukje bezorgdheid? Ik kan mij dus wel een zekere wrevel voorstellen als men dit stukje Bergrede leest. Is het niet wat overdreven vroom? Vertrouw maar op de Heer en alles komt goed. Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw Maar is dat niet te gemakkelijk? Je blijft toch een nadenkend en verantwoordelijk mens? In de vertaling 1951 staat boven ons schriftgedeelte: “Bezorgdheid”. Maar in de NBV is dat weggelaten. Gaat het wel om bezorgdheid? Ik kijk nog eens naar de titel “Watermerk” die Gert jan Slump aan de liederencyclus van vanmorgen meegaf. Als je schrijft op papier met watermerk,zie je daar niets van. Je ziet het watermerk pas als je het tegen het licht houdt.
Maar als jij jezelf nu eens tegen het licht houdt, of als anderen ons tegen het licht houden, zien ze bij ons dan ook een watermerk? Ontdekken ze dan waar het mij ten diepste omgaat? Zien ze dan dat ik christen ben, dat ik mijzelf aan God heb toevertrouwd en dat dat de diepste, meest wezenlijke kern van mijn bestaan is? Dat is natuurlijk niet altijd zichtbaar. Als ik boodschappen bij AH doe, met Nelleke een wandeling door de parken maak, of op mijn fiets door Amstelveen rijdt, dan ben ik gewoon een mens als 1000 anderen waar niets bijzonders aan te zien is. Maar als je mij tegen het licht houdt, herken je mijn diepste zelf dan?
In Trouw van afgelopen week las ik dat in de afgelopen jaren de top van het bedrijfsleven procentueel 3 keer zoveel is gaan verdienen als modaal. En op TV zag ik de directeur van een groot bedrijf dat verdedigen. In het artikel sprak Trouw over: het grote graaien. Dat hoef je helemaal niet tegen het licht te houden, denk ik dan, om de kern te zien: verdienen, kapitaal vergaren, macht verwerven, belangrijk zijn. Na deze voorbeelden komen we denk ik aardig bij de kern van onze Bijbellezing. Dan blijkt het niet zozeer om bezorgdheid te gaan, maar om wezenlijker zaken. Niemand kan 2 heren dienen, zo begon de lezing, want hij zal de een liefhebben en de ander haten. De een zal hij serieus nemen en de ander komt pas op het 2e plan. Je kunt niet God dienen en de Mammon. En ons bijbelgedeelte sluit af met: Zoek eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid. Het gaat dus niet in 1e instantie om bezorgd of onbezorgd zijn, maar om de vraag waar het voor jou ten diepste omgaat? Wat komt eerst? Wat is voor jou het meest wezenlijke? In wiens dienst sta je? Is God voor jou de Heer? Bij Hem gaat het om wegschenkende liefde, om vertrouwen in de God, die als een Vader voor ons zorgt. Dan werk je aan Gods Koninkrijk, waar het om sjalom en gerechtigheid gaat, dat mensen tot hun bedoeling komen. Of is de Mammon je Heer? Dan ben je gericht op bezit en hebben. Dan verlies je de ander uit het oog, omdat je te druk met jezelf ben. Gericht- zijn op bezit is overigens een weg zonder einde. Want je hebt nooit genoeg. Een ton vraagt om een miljoen en dat vraagt om een plaatsje nog hoger op de lijst van rijke mensen. Die heer geeft dus alleen maar slavernij. Maar de Here God maakt je vrij, helpt je de mens te worden waartoe je bestemd bent, met oog voor de ander en werkend aan Gods Rijk.
Dat is dus de vraag waar het in ons bijbelgedeelte omgaat: mens, wie ben jij ten diepste? Welk watermerk draag je? Dat van God of van de Mammon? En neem de waarschuwing van Jezus maar ter harte: je kunt geen 2 heren dienen, want ze vragen 2 heel verschillende levenshoudingen van je, die elkaar uitsluiten. Welk watermerk draag jij dus? Herkennen mensen, als zij ons tegen het licht houden, de God en Vader van Jezus achter ons bestaan? Nu we het wezenlijke punt gevonden hebben: waar gaat het in jouw leven om? Wie is jouw Heer? Kom ik terug op die bezorgdheid. Eten, drinken en kleding worden ter sprake gebracht. En: wie kan een el aan zijn levensduur toevoegen door bezorgd te zijn? Met een modern woord spreken wij hier over onze lifestyle. Onze zorgen… Hebben die ten diepste niet te maken met angst. Want wat zal morgen brengen; wie weet dat. Stel dat er een nog grotere financiële crisis komt? Nee, laten we maar goed verdienen, kapitaal vergaren, onszelf zeker stellen, voor houvast zorgen. Is het dat dus: angst uit onzekerheid? Proberen je eigen zekerheid zelf veilig te stellen?
Het geloof kent andere trefwoorden. Jullie hemelse Vader weet dat je dat alles - eten, drinken en kleding –nodig hebt. Na de verwijzing naar de vogels des hemels en de bloemen op het veld, worden wij nu naar onze hemelse Vader verwezen. Dat is geloof: niet de angst vanwege de onzekerheid van ons menselijke en wisselvallige bestaan, maar vertrouwen dat God als een zorgende Vader voor ons is, die ons kent, liefheeft en met ons meegaat. Dat vertrouwen haalt de angst weg uit de zorgen van het bestaan, want gezorgd moet er natuurlijk wel worden. Maar met het vertrouwen op God, vervliegt de angst en ontstaat een nieuwe zekerheid en rust. Daarom bidt het “Onze Vader”, dat aan onze bijbellezing vooraf gaat: Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Jezus bidt het ons voor en daarmee is Hij geheel in de lijn van het O.T. Neem het verhaal van Israël in de woestijn. Toen het voedsel dat zij uit Egypte hadden meegenomen op was, gaf God hen manna te eten. Maar ze mochten dat maar voor 1 dag verzamelen. En wie het niet vertrouwde en stiekem toch voor meer dagen verzamelde, ontdekte dat het de volgende dag stonk. Stinkt angst, de diepste bron van bezorgdheid, niet altijd? De God en Vader van Jezus, onze Heer is te vertrouwen, vertelt de Bijbel keer op keer. Hij zorgt als een liefhebbende Vader voor je. Luister naar dat prachtige gedeelte van Jesaja, dat God je nooit vergeet, nooit kan vergeten; immers: Ik heb je in mijn handpalmen gegrifd. Of neem Ps. 62: Alleen bij God vindt mijn ziel rust; van Hem komt mijn redding. En we zongen over God die voor ons een rots, een burcht, een schuilplaats is. Een vaste burcht is onze God, dichtte Luther naar aanleiding van deze psalm. Wat een veiligheid, bescherming, rust. Nee, als je God zo hebt leren kennen, dan kun je alle bezorgdheid best relativeren. Dan ga je zien dat het: je zorgen maken voor morgen, soms ziekmakend in onze samenleving aanwezig is. Hoeveel aan natuur en milieu offeren wij niet op aan de economie, of beter gezegd de Mammon?
Watermerk. Houd jezelf eens tegen het licht. Wat is voor jou werkelijk belangrijk? Waar richt jij ten diepste je leven op? Wat doet er voor jou werkelijk toe? Als je jezelf hebt toevertrouwd aan de God, die als een zorgende Vader er voor ons is, dan mag je vrolijk en blij, zonder angst en zorg leven. Amen.
|