spacer.png, 0 kB
Home
Pasen 2007: reflectie op een nacht van waken PDF Afdrukken E-mail

Een vurige persoonlijke wens krijgt dit jaar gestalte: een nacht van waken van de viering op Stille Zaterdagavond naar de ochtend van het Paasfeest.
Samen met Marco en Peter van Leeuwen en Margot Puhl waken we de nacht door. We doen dat aan de hand van zes vragen die ons van stonde naar stonde begeleiden. Verder is alles open en in afwachting van het wonder.
Deze reflectie is geschreven om u deelgenoot te maken van de tocht van nacht naar ochtend, van het duister van het middernachtelijk uur tot het uur van ontwaken van het eerste aarzelende ochtendlicht.

23.30 uur.
De viering van Stille Zaterdag zit erop. Een indrukwekkende dienst waarin Renger ons voorgaat; een viering die nauw aansluit op de Goede Vrijdagdienst. Een dienst waarin opnieuw het Paasmotet klinkt.

Hoe?
Lang de nacht
Hoe?
Ver de ochtend
Hoe?
IJdel hoop
Zo?
Diep de twijfel
(…)
En toch
(…)
Geopend graf
(…)
Litteken in de tijd
(…)

Wij mogen uit de dienst het Paasevangelie uit Lucas 24 meenemen; ook klinkt aan het eind van de dienst de belofte in volle omvang: ‘De steppe zal bloeien!’ Zo vertrekken wij de nacht in met de lichtjes van de gemeenteleden ontstoken aan de Paaskaars. Die lichtjes zijn precies voldoende om onze gids te zijn op onze tocht. Zo is de gemeente deelgenoot aan onze ervaring.

0.00 uur.
En toch: hoe donker kan het worden, wetend van de belofte? 

We komen uit de belofte, de aanzegging van de opstanding. De viering van Stille Zaterdag staat er bol van.
Het eerste uur staan we stil, waken we rond  het spanningsveld tussen aanvechting en belofte.
Allereerst klinkt het ‘Ubi Caritas’: waar vriendschap heerst en liefde, daar is God. Passender kan niet. 

Vier mensen, vier
Vier door de nacht
Het leven tegemoet
Aarzelend gaande en toch
Vier, vier vier!
Vier!

Pratend over het spanningsveld tussen aanvechting en belofte spreken we naar elkaar uit dat het maar is hoe je het bekijkt: analytisch, mystiek, spiritueel, realistisch.

Goed om hier te zijn,
goed om hier te delen,
Te bedenken
Dat de hemel kan vallen
Dat het water kan branden
Voor wie het wil zien
De zanger zingt
En zingt 

Klinken de woorden
Wie wil ik zijn
In deze nacht
De nacht van de nieuwe mens
Wat koester ik en neem ik mee
Wat laat ik achter
In deze nacht
Welke nieuwe dingen
Zal ik gaan ontdekken
In verwondering
In deze nacht 

De zanger zingt
En zingt
Op een dag verkoop ik alles
Verkoop ik alles wat ik heb
Niets om te verliezen
Dat is het ware geluk
Niets om te verliezen
Dan gaat er ook niets stuk. 

En als je mee wilt
Mag je mee

www.pastoralekroes.nl schrijft over de paasnacht:
Aan het gebeuren van de paasnacht, aan het begin van de derde dag, is eigenlijk het hele christelijke geloof ontsprongen – daar zit je dan met z’n vieren, grote genade -. In de paasnacht worden wij nieuwe mensen doordat de levende God overmachtig in het midden treedt – nb -. Hij wekt zijn Liefste, zijn Zoon, op uit de doden. Hij herstelt,van zich uit, en Hij alleen, de gemeenschap met de mensen en richt het leven op, opnieuw – 

en als ik dit schrijf
zingt de zanger
over een nieuwe dag
over een oud verhaal
dat opnieuw wordt geschreven
voor wie zich durft te geven –

Het is een viering waarin de menselijke stem als het ware overslaat omdat het geheim van de opstanding uit de doden zo overweldigend is en niet te bevatten.

en de zanger zingt
over een nieuwe dag
over nieuwe woorden
niets herhaalt zich
het is een open einde

Hoe licht het donker
Tenzij het zaad sterft
Onzichtbaar zien wij U
Vanuit de overwinning
Van de liefde …

Margot leest ons een gedicht voor.

Marco deelde met ons zijn woorden die hij schreef in het eerste uur:
Donker
Judas, ook aan tafel.
`Hij weet het` zegt Hij net.
`Iemand zal het doen`.
Ik ja, waarom?
Ik kan niet meer terug,
dat durf ik ook niet meer.
Ik wil niet,
ik kan niet meer terug.

Dat is donker

Petrus, buiten bij het vuur.
Waarom zeg ik dat nou?
Weer die vraag.
Geen tijd om te denken:
`nee, die ken ik niet`.
Ik zit vast, kan geen kant meer op
en dus nog maar eens.
O, waarom kon ik dat niet, was ik niet dapper?
De haan
en hij weende bitter. 

Dat is donker

Jezus, knielend in Getsemane.
Wachten op stikken of verdrinken.
Dat is het!
Doodsangst, banger kan niet,
als zweet bloed wordt. 

Wat donker leek is schemer.
Dit is donker,
zwarter dan zwart. 

PS:
Ik zou Judas kunnen zijn, of Petrus.
Ik zou (ook) mens zijn.

1.00 uur.
Hoe kiezen we te leven als we zijn dood gedenken?
We gaan verder de nacht door op weg naar de ochtend. We stellen onszelf een nieuwe vraag.
Het antwoord op deze vraag draagt dus de tekenen van, de betekenis van zijn dood en opstanding. De vraag is geïnspireerd op een korte drieregelige meditatie uit Iona, een klooster in Schotland. 

In het Engels klinkt het:
Remembering his death
How we choose to live
Will decide its meaning. 

Dat is het. Drie regels, niet meer en niet minder.

Niets voor niets
Niets tevergeefs
Niets zal ooit
Vergeten zijn 

We luisteren naar meditatieve muziek gebaseerd op een eeuwenoude tekst uit Malta. Margot nam de CD mee en maakt ons deelgenoot:

Motherheart
Whispering to us
From over the ages
Yearning for us
To know her

Returning to the mother
Of us all
Terug naar de basis
Van U is de toekomst
Licht dat niet dooft
Liefde die blijft 

Vijftig minuten lang zwerven we op de tonen van muziek langs stilte, inkeer en beelden van hoop. We zitten wat op het altaar en treffen elkaar in concentratie.

Een zaailing is
een ster is
een zaailing is
een ster

Logisch verklaarbaar? Soms is er de worsteling van het logisch verklaren. En dat lukt niet altijd. Soms kun je dingen slechts in gebroken zinnen tot uitdrukking brengen. Poëtisch of woorden tekort komend.

De dichter schrijft:
De kern van wat ik zie
Ligt besloten in de vraag

Die frase sluit wonderlijk mooi aan bij de vraag van dit uur.

Marco maakt ons deelgenoot van zijn woorden.
Hoe kunnen we leven als we zijn dood gedenken?

  • Langs de beelden van hoop (ik liep langs de posters van het kindernevendienstproject)
  • Houd je rug recht (dat deed ik toen ook)
  • 2 ideeën kwamen bij me op. Ten eerste het denken in een rechte lijn: doe zoals Hij en gewoon gaan. De tweede gedachte was een cirkel: doe zoals Hij, wat onmogelijks is en ik niet kan opbrengen. Die gedachte is verwerpelijk als je niet probeert, dat is fout. Fout doen is niet goed, ik moet goed doen en dus moet ik doen zoals Hij. Dat maakt de cirkel rond. Maar als `doen zoals Hij` niet lukt is er de trouw van God met vergeving en troost. Het is dus niet erg, maar doe wel gewoon je stinkende best !
  • Jezus is door het zwarts mogelijke moment heen gegaan, heeft het verdragen en overwonnen. Ik mag achter Hem aan gaan en hoef het moeilijkste niet (meer) te doen. Een hoopvolle gedachte.

Margot leest ons een gedicht voor van nog een andere dichter.

Deze dag
Wie moet in bedanken voor deze nieuwe dag?
Moet? Mag – als je wil. Ja, ik wil.
Bedanken wie? Dat ik ontwaakt ben.
Dat ik mezelf nog herken. Dat ik vannacht niet
in een monsterachtig ongedierte ben veranderd.
Ik wil U bedanken
wiens naam mij te binnen schiet telkens
als ik het licht en lichter zie worden.
God is uw naam in alle talen der mensen
en licht is uw pseudoniem.
Toen ik klein was dacht ik Hij ziet me.
Nog hoop ik dat Gij mij ziet.
Bedanken wil ik voor de liefde die ik in mij voel.
Ik wil mijn liefde louteren.
En voor de woorden, ik wil de woorden
Van alle mensentalen mooi uitspreken.
Waarheid spreken wil ik, maar geen pijn doen.
Dat kan niet? Maar dan zo min  mogelijk pijn
en in één adem troosten en tranen drogen.
Ik wil goed zijn, ik wil een leeuw en een lam zijn,
geen takje krenken, opgewassen
tegen windkracht tien, niet buiig, lachen
en huilen, en dat het mag als het moet.
Ik wil de vragen stellen die mij laat in de avond
wakker houden: van wie het licht is, het water,
dat duizenden in duisternis leven, miljoenen
vuil water drinken en sterven van dorst –
van wie is de aarde?
Zie ik nog wat ik zie, sinds Gij mij hebt gezien?
Ik zie meer ongelukkige mensen.
Ik zou vandaag gelukkig willen zijn
met de mensen die Gij om mij heen hebt geschapen.
Ik zou aan het eind van een lang leven
gelukkig willen zijn.

2.00 uur.
Heer, houd ons wakker! Hoe blijven wij wakker, ook voorbij Pasen? 

‘Bleibet hier, und wachet mit mir’ musiceren we in de traditie van Taizé. En we luisteren naar muziek van Lauridsen, niet geschreven voor de Paasnacht maar wel weer tot nadenken:

Where have all the actors gone?
The audience applauds
The curtain falls
The play was much to real
They played their parts too well. 

Opnieuw klinkt in andere toonzetting het ‘Ubi caritas’

Blijf alsjeblieft
Blijf alsjeblieft
Blijf in beweging
Dan dut je niet in
Houd elkaar wakker
Waak over de passie
Alles is in orde
Zo lijkt het
Maar is er meer
Dan de orde
Van het kerkhof? 

Tussen aanvechting en belofte.
Als moeheid ons overmant.

3.00 uur.
Wat is opstaan in het `licht` van Christus voor ons mensen?
Wat is opstaan?
Confucius schreef ooit:’Het gaat er niet om nooit te vallen. Het gaat erom dat je telkens weer opstaat!’ 

Opstaan
met Christus
opstaan
in vreugde
opstaan
tegen duisternis
opstaan
uit overtuiging
opstaan
voor de ander

Opstaan als nieuwe mens. Dat is het raadsel van vernieuwing door de nacht heen. Dat is het raadsel van vernieuwing door de tijd heen.
Het is al begonnen, merk je het niet?
Het wonder van het opstaan nog voor wij het licht kunnen onderscheiden.
Het wonder van het opstaan in het holst van de nacht.
In het allervroegste vroeg van de morgen voltrekt zich het wonder, het mysterie. 

De zanger zingt

Mijn hart stond op
mijn angst verdween 

En

Ik verlang naar een opstand
ik verlang naar bezieling
ik verlang naar het hart
van de storm
waar de stilte begint 

We luisteren in het allervroegste vroeg naar het Paasoratorium van Bach.
We delen oren, we delen woorden.
Het lichtend spoor van Christus is al getrokken voordat wij achter de opstanding kwamen. Nog voordat wij opstonden is Hij opgestaan! 

Je moet eerst sterven
Je moet eerst vallen
Om vervolgens
Op te kunnen staan 

De dichter schrijft het in menselijke maat:

Je kunt de dood
niet overwinnen
het grote einde
is almachtig 

Maar elke dag
opnieuw beginnen
maakt hem aardig
zenuwachtig 

Opstaan is dus datgene waar de dood een hekel aan heeft?

4.00 uur.
Aan welke kant van de weggerolde steen is het graf eigenlijk?
Een meditatie uit Horizon reikte ons deze vraag aan. Net als bij Elia en Mozes, die ooit ook in een spelonk ervoeren hoe God voorbij ging, gaat Hij als een lichtend spoor de vrouwen vooruit. Zij moeten door het graf van Jezus heen het leven ontdekken. 

Vanuit het geopende graf kunnen we verder. De overwinning in Christus is daar. God is groot, de mens mag schuilen en navolger zijn in de lichtstraal van de belofte.
Flarden Litanie doortrekken de kerk. Het refrein is een echt refrein: 

Denk niet meer aan vroeger
staar niet naar wat was
ik begin iets nieuws
kijk het spruit al uit. 

Een gedicht van een andere dichter bevat een soort omgekeerd Mariamotief.

Twee vrouwen zagen iemand verdrinken –
ze kwamen toevallig langs,
ze keken toevallig juist de kant op waar iemand
        verdronk – 

ze bleven staan, wat moesten ze doen,
ze keken naar de omhooggestoken armen,
luisterden naar het hulpgeroep
en dachten na,
ze fronsten hun voorhoofd
en dachten zo diep mogelijk na – 

toen wisten ze het,
we moesten ons schamen, zeiden ze,
ze knikten naar elkaar – 

het was een mooie dag, de zon scheen,
ze vlijden zich neer op het gras onder een wilg
aan de oever van de rivier,
waarin iemand nog één keer riep, nog één keer bovenkwam,
en toen verdronken was,
ze sloegen hun armen om elkaar heen en schaamden zich,
schaamden zich diep –
nooit schaamden twee vrouwen zich zo diep
als die twee vrouwen toen.

5.00 uur.
Bless our awakening, een zegen voor de opgewekte mens? 

Een uur scheidt ons van het gloren van de ochtend. Een vraag die ons het laatste uur voor het meditatieve moment van 6.00 uur bezig houdt is hoe bewust we ons zijn van die zegening bij het ontwaken. De zegening die op deze paasochtend wordt overglansd door de opstanding van Christus. Ook die zegening gaat ons bewustzijn vooruit. Die zegening is al gegeven en zal en mag steeds weer hernieuwd worden zodra mensen zich daarvan bewust worden. Daar houden we ons dit uur aan vast.

Marco deelt woorden met ons aan het eind van dit laatste uur van de nacht.

Wat is opstaan?
Opstaan kan pas als je dood bent,
is dus terug naar het leven.
Is dat te benijden?
En trouwens, daarna ga je toch weer dood. 

Opstaan is de dood overwinnen
is bewijzen dat je sterker bent
is dat je opnieuw kan en mag leven
dat je opnieuw mag beginnen
dat je nieuw bent. 

Opstaan is je verheffen
je stem verheffen
je laten horen
roepen. 

Opstaan is niet blijven liggen
is knokken tegen wat je neerslaat
is niet opgeven
volhouden. 

Dat deed Jezus.
Hij heeft volgehouden en
is opgestaan om nooit meer te vallen,
de Opgestane, de Verhevene, is God gelijk (geworden). 

`Dat kunnen wij nooit`  ben je geneigd te zeggen.
Dat is waar maar,
toch blijven proberen, volhouden.
Dat is opstaan!

Opstaan is….dat waar de dood bang voor is.
(bij: Het grafschrift, door Stef Bos)

6.00 uur.
Meditatief moment
Een meditatief moment aan het begin van een nieuwe dag. Wie zouden er komen om met ons te delen? Of moeten wij er zelf op uit om mensen deelgenoot te maken van onze ervaringen deze nacht?

We stappen de kerk uit en staren in stilte naar de lucht, de hemel. Daar geeft de eerste duisternis zich gewonnen aan het licht van de nieuwe dag.

We beginnen deze Paasochtend in alle eenvoud met het opnieuw lezen van Lucas 24, als een echo uit de nacht, als een estafettestokje naar de Paasviering van deze ochtend, nog vier uur van hier. We lezen de verwondering van de vrouwen, we lezen dat de discipelen alles maar ‘kletspraat’ vinden. Maar we lezen bovenal dat Christus niet gezocht moet worden onder de doden maar onder de levenden.

Marco leest zijn woorden bij het ontwaken:

Dan is het waken en wachten voorbij.
De nieuwe dag dient zich aan. 

De nacht rolt weg van de kust
en de vloed van het licht overspoelt ons
de kaarsen doven.
Het is zover
De Heer is waarlijk opgestaan.

Wij groeten elkaar met de Paasgroet. Ik blijf volledig vrijwillig achter en leg mijn vermoeide hoofd even neer op de harde kerkbanken. Ik wil zo graag het estafettestokje kwijt aan de eerste van de paasochtend.
De kaarsjes branden nog. De eerste uren van reflectie dringen zich aan mij op. Koffie en de gedachte aan andere aardse zaken zoals een paasontbijt met mijn geliefden houden me op de been. 

Eerste gedachten.
Is het het allemaal waard geweest? Die vraag hadden we ons vooraf niet gesteld. Ik bedenk me dat die vraag in het licht van Pasen ook een overbodige vraag is.
Langzaam doven de laatste lichtjes die we meegenomen hebben uit de Paaswake en die ons vergezelden naar het grote licht van de ochtend. Langzaam doven ze, een voor een. Langzaam maar zeker neemt het ochtendlicht de Handwegkerk in bezit.
Bevrijdend licht!

Laatste gedachte van de eerste uren.

We zijn erbij geweest, we wilden erbij zijn als het wonder zich zou voltrekken maar het wonder voltrok zich voor wij er erg in hadden. Wonderen voltrekken zich in een oogwenk. Misschien zijn er ‘andere’, nieuwe ogen voor nodig om te zien dat ze de wereld niet uit zijn. Die spiritualiteit van de nieuwe ogen wensen wij u toe!

PS:
8.40 uur. Hans Bajema, dank dat je kwam voor het estafettestokje! 

Namens de wakenden in de Paasnacht 2007,
Gert Jan Slump 

Bronvermelding:
Met dank aan zanger en dichter Stef Bos (‘Zien’ (CD) en ‘Gebroken zinnen’), dichter Toon Tellegen (‘Daar zijn woorden voor’) en Huub Oosterhuis (‘Een maal zeventig’).

 
spacer.png, 0 kB