spacer.png, 0 kB
Home
Witte Donderdag 08 (door ds. P. de Bres) PDF Afdrukken E-mail

Laatst moest ik in de Binnenhof zijn. Juist toen ik de deur van het postkantoor binnen wilde gaan, kwam er een joelend groepje jongeren aan, die mij compleet opzij duwde. Vervolgens wrong zich een stevige dame tussen de jongeren en mij. Toen kon ik – als eerste bij de deur – naar binnen.
s’ Middags moest ik naar het Dienstencentrum van onze kerk in Utrecht. Achter mij een bumperklever en ik reed toch 120. Even later passeerde hij mij rechts, ging voor mij rijden en remde plotseling, om die oude sukkel eens een lesje te leren. 

Wij kennen allemaal zulke voorbeelden van irritaties. Het vertelt over de verruwing van onze samenleving. Is dat het gevolg van de individualisering, die alleen zichzelf ziet en geen oog heeft voor de ander? Of speelt mee dat begrippen als: letten op de ander, beleefdheid, anderen helpen, waarden zijn die wij kennelijk niet automatisch bezitten; ze moeten geleerd. Wat wij kennelijk van huis uit wel bezitten is: geldingsdrang, een stukje macht, eerst ik.

De reactie van Petrus begrijp ik dus wel. Jezus die dient, de Heer die de minste durft zijn? Nee, dat gooit alle normale situaties ondersteboven. De sfeer aan die maaltijd met Jezus (Joh. zegt het niet, maar het speelt tijdens de instelling van het Avondmaal) de sfeer is bijzonder als Jezus zich tot dienaar maakt en anders dan normaal in onze maatschappij. Ik denk dat het heel stil werd toen Jezus zijn colbertje uitdeed, een handdoek voorbond, water pakte en knielde om de voeten van zijn leerlingen te wassen. Kennelijk was dat nog niet gebeurd. Waarom? Had niemand het aangeboden? Wilde niemand dat slavenwerkje doen, de minste zijn? Dus knielt Jezus en – in doodse , een wat genante stilte – wast Hij de voeten van zijn leerlingen. Tot Hij bij Petrus komt. Nee, zegt deze, u zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid. Luister nu goed naar Jezus antwoord.
1. Wat ik doe, Petrus, begrijp je nu niet, later zul je het verstaan. M.a.w. het gaat niet om een hygiënische maatregel; het voeten wassen wordt tot teken van iets veel diepers. Zal Jezus, door te dienen, niet vooruitwijzen naar het kruis, naar die ultieme daad van dienen: Hij geeft zijn leven voor zijn vrienden?
Het 2e antwoord van Jezus: Als Ik je niet was, heb je geen deel aan mij. Daar gaat het dus om,
dat wij deel krijgen aan JEZUS. Door Jezus dienst te accepteren, daarin te delen, krijgen wij deel aan Jezus, worden we een met Hem. dat is sterker dan de vertaling van de Nieuwe Bijbel Vertaling, zo hoor je bij Jezus. De kerk heeft dit altijd van de doop verstaan. Worden door der doop onze zonden niet vergeven, afgewassen? Door de doop delen wij in Jezus. Hebben wij deel aan zijn leven, zijn sterven en opstanding, zegt Paulus en zo worden wij nieuwe mensen.
Als Ik je niet was, heb je geen deel aan mij. Hoe slecht Petrus het begrijpt, blijkt: dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en hoofd, Heer. Ik denk dat dat onbegrip, ook een stukje van Jezus lijden uitmaakte. Als mensen je diepste bedoeling niet begrijpen of niet willen zien, doet dat altijd pijn. 

Jezus is klaar, kleedt zich weer aan, gaat zitten en vraagt: Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?
Ik denk het niet, maar begrijpen wij het? Jezus dienen tot in de dood aan het kruis? Ach, wij willen een ander best helpen; we willen ook best wel eens de minste zijn. Maar dienen door je leven aan anderen te geven?
In mijn 1e gemeente zagen 2 ouders hoe hun kinderen, die in zee zwommen, in een mui terechtkwamen en naar de diepte werden gezogen. Zonder zich te bedenken sprongen zij in zee. De kinderen zijn gered, maar beide ouders verdronken. Wat een liefde moeten zij gekend hebben, want hoe kun je anders zoiets doen, heb ik in de afscheidsdienst gezegd. Liefde, dat moet ook Jezus gedreven hebben. Liefde, grenzeloos. Joh. zegt dat wel niet, maar d.i. ook niet nodig. In het begin van zijn Evangelie zei hij het al: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, eeuwig leven heeft. Zo heeft Jezus zich aan ons gegeven, ons gediend, zijn leven gegeven om ons te redden. Dat vieren wij als wij de matze (het ongezuurde brood) breken en uit de beker drinken. Maar het is vroeg om nu al Amen te zeggen en over te gaan tot de viering van de maaltijd. Want Jezus zegt: Ik heb jullie een voorbeeld gegeven, opdat ook jullie doen, zoals Ik gedaan heb. Op een gespreksgroep, vorige week, was het thema: Wat geloof je nu echt? Een open, diep en soms ontroerend gesprek van een 8-tal mensen, die hun diepste gevoelens durfden te verwoorden. Voel je jezelf door het geloof een completer/ander mens, vroeg iemand opeens? Ja, zei een ander en vertelde van eigen ervaring.
Kijkend en luisterend naar Jezus dienstwerk, naar de doop (straks in de Paasnacht) en naar het Avondmaal vanavond, waardoor wij deel krijgen aan Jezus, denk ik dat je zeggen mag: in het geloof in Jezus wordt je inderdaad een completer/ ander mens. Want het dienen waartoe Jezus ons oproept, is geen aangeboren gave.
Denk nog eens aan de voorbeelden waarmee ik begon.  Het zijn genade gaven, je ontvangt het van God. In het geloof blijken wij boven onszelf en onze egoïstische houding uit te kunnen groeien. In het geloof, door Gods liefde geraakt, kunnen we anderen liefhebben, dienen, er voor hen zijn. Wordt een echte gemeente niet aan die warmte herkend? Met een gedicht van Koos Posthumus, gelezen door onze lektor, sluiten wij af. 

Amen.
Witte Donderdag 08

 

 

 

 

 

 
spacer.png, 0 kB