|
Jezus weent. Een paar woordjes maar en toch raakt het mij diep. Jezus huilt als Hij de plaats ziet waar Lazarus begraven ligt. Een vriend die Hij liefheeft. Een vriend die te vroeg sterft. Jezus voelt de pijn, het verdriet. Zo hoort het niet: mensen die voor hun tijd sterven en Hij huilt. Het raakt mij. Jezus gevoel en emoties, Jezus die ontroerd wordt door de dood van zijn vriend en huilt. Ik ben opgevoed in de traditie van: mannen huilen niet, mannen moeten sterk zijn. Onzin. Het betekent dat je je gevoel moet wegstoppen, je emoties negeren. Gevolg, dat mensen soms niet meer bij hun eigen gevoel kunnen, omdat ze dat verdrongen hebben. Gelukkig denken wij tegenwoordig anders. Soms zijn er ervaringen van pijn en verdriet waarop wij geen ander antwoord dan tranen hebben. Dat is eerlijk en laat zien dat wij kwetsbaar zijn. Vaak staan wij bij bepaalde situaties met lege handen, zeker bij ziekte en dood. Ik kijk weer naar Jezus. Hij heeft bericht gekregen dat zijn vriend Lazarus ziek is. Beluister je er niet de vraag in: Heer, kom, gij kunt hem beter maken? Maar als Jezus na dagen (waarom talmt Hij zo?) bij zijn vrienden komt, is Lazarus al gestorven. Beide zusters van Lazarus spreken met Jezus. Martha zegt te geloven, dat als Jezus aanwezig was geweest haar broer niet gestorven zou zijn. Maar Maria barst in tranen uit als zij Jezus ontmoet. Dat doet meer met Jezus dan Martha’s woorden: het raakt Hem. De NBV zegt: als Jezus Maria en de anderen hoort weeklagen, ergert Hem dat. Rare vertaling. Letterlijk staat er: Jezus was diep bewogen in zijn geest. De tranen van Maria, de dood van zijn vriend, het treft Hem diep. Je kunt ook vertalen: Jezus toornde in zijn Geest. Kent u ze, mensen die bij de dood van een geliefde boos zijn? Niet verdriet voert de boventoon, maar boosheid, gekwetstheid. Zo hoort het toch niet, dat een mens in de kracht van zijn leven bij een ongeluk omkomt of dat z’n leven door kanker verwoest wordt? Jezus was diep bewogen in zijn geest; Hij heeft ook die boosheid gekend. Zo hoort het niet, zo heeft God het leven niet bedoeld. En als Jezus de tranen van Maria ziet en de plek waar zijn vriend is begraven, huilt Hij. Het wordt Hem teveel, de pijn van Maria, eigen boosheid en verdriet en even heeft Jezus geen ander antwoord dan zijn tranen. Jezus tranen zijn mij liever dan die vreemde troost: God zal er wel een bedoeling mee hebben. Vreselijk, dat meen je toch niet? Heeft God het dan zo gewild? Ik had altijd gedacht dat Hij een God van leven was? Soms zijn alle antwoorden ons uit handen geslagen en zeggen we opeens de meest rare dingen. Mensen zijn vaak slechte troosters. Vaak ook schiet je in verdriet niet op met mooie theologische uiteenzettingen. Je ziet het in het gesprek tussen Jezus en Martha. Als Jezus over de Opstanding spreekt en zichzelf bedoelt, maakt zij er theologie van: ik weet dat mijn broer zal opstaan bij de opstanding op de jongste dag. Ik ben de opstanding en het leven, zegt Jezus. Het gaat niet om algemene waarheden, maar om de bevrijdende ontmoeting met Jezus. Geloof je mij, vraagt Jezus. Ik denk dat ze er niet veel van begreep, want ze geeft antwoord op een heel andere vraag: Ik geloof dat Gij zijt de Christus, de zoon van God. Een vreemd gesprek. Bedrijf ook geen theologie bij een sterfbed. Luister naar het gevoel van mensen:tranen mogen, boosheid ook. Want dat is niet wat God bedoeld heeft toen Hij de wereld schiep. Deze week ontmoette ik een jonge vrouw, die al een paar jaar nauwelijks meer in de kerk kwam, op een enkele uitzondering na: Kerst. Een van haar redenen was dat ze vaak het gevoel had dat preken haar dagelijks bestaan nauwelijks raakten. En juist daar, in het leven van alle dag, met z’n vreugde, vragen en twijfels, zocht ze naar houvast, inspiratie en wegwijzing. Vaker en vaker kwam ze daarom teleurgesteld uit de kerk. Wat vond ze er eigenlijk? Ik trek mij die kritiek aan, natuurlijk, al had ze mij slechts 1 keer gehoord. Want ze heeft wel gelijk. Als het de kerk, predikanten niet lukt in gewone alledaagse woorden houvast aan te bieden, in te gaan op de vragen en zorgen van mensen ipv. een theologisch antwoord te geven op vragen die mensen niet stellen, dan is het logisch dat de kerkverlating verder vreet. Ons alledaagse leven. Misschien zijn de meest basale vragen wel de lastigste; vragen ook die wij het liefst wat wegstoppen. Vandaag worden wij bepaald met leven en ziekte, met lijden en dood. De dood van een geliefde; de voortijdige dood. Wat een pijn, verdriet, boosheid. Zo mag het niet, zo hoort het toch niet? Wat een vertwijfeling vaak. Want laat 1 ding duidelijk zijn, de dood slaat ons alle antwoorden uit handen. Daar staan we in al onze kwetsbaarheid. Vroeger hadden mensen uitzicht op het eeuwige leven, een leven dat hersteld is en in Gods liefde rust. Tegenwoordig geloven ook kerkmensen daar minder en minder in. Is het met de dood niet definitief uit? Daarom zoeken we fanatiek hier en nu naar een leven dat ons alle vreugde en plezier biedt. Is het bekende Zwitserleven gevoel geen geseculariseerde beleving van het Koninkrijk van God? De 3e leeftijd wordt een 2e jeugd en we genieten heerlijk in de zon in een ver vakantieland van alle geneugten van het leven. Maar je kunt wel doen alsof het leven niet stuk kan, maar je weet dat het niet meer dan een illusie is. Want als er 1 ding is dat alle mensen onverbiddelijk delen dan is het dat ons leven eindig is. Daarbij denk ik niet aan een vroegtijdige dood, maar aan wat de Schrift noemt: hij stierf oud en der dagen zat. Maar ook dan moet ik met een Paulus tekst zeggen: de dood is de laatste vijand. De dood is nooit gewoon, vanzelfsprekend. Hoe vaak zie je de dood zich al niet aankondigen bij het ouder worden, doordat mensen grote problemen met de gezondheid krijgen of door dementie hun geestelijke vermogens kwijtraken. Je komt toch nooit zonder een stukje pijn thuis van een bezoek aan het Zonnehuis? Zeker, ik weet het, soms zeggen we dat de dood een bevrijding was, omdat het leven geen leven meer was, vanwege het lijden. Maar ook dan blijft de dood de laatste vijand. Nee, de dood confronteert ons met onze kwetsbaarheid: wij kunnen niet alles en wij hebben niet overal een antwoord op, soms geen ander antwoord dan onze tranen. Misschien mag door onze tranen heen toch een antwoord oplichten. Een antwoord dat van de andere kant komt, van Gods kant, die trouw blijft en mensen ook in de dood niet loslaat. Opeens zit ik weer midden in het Lazarus verhaal. Weer treft mij die opmerking van Jezus: Ik ben de Opstanding en het leven. Opeens blijkt ons verhaal een opstandingsverhaal. Antwoord op vragen van leven en dood hebben wij niet in onszelf. Antwoord op die vragen vinden wij alleen bij Jezus die de Opstanding en het leven is. Nu valt het hele verhaal, alle stukjes, op zijn plaats. Waarom talmde Jezus in het begin van het verhaal? Tegen zijn leerlingen zegt Jezus: deze ziekte is niet ten dode, maar ter eer van God, opdat de Zoon van God verheerlijkt wordt. Ons verhaal gaat dus niet over Lazarus, maar over Jezus en zijn betekenis, staande bij de dood. Het klinkt wat cru, maar aan de dood van Lazarus wordt dat ons getoond. Dit verhaal bereid ons voor op Jezus Pasen, helpt ons begrijpen wat zijn opstanding voor ons betekent. Doet ons zien dat wij in zijn Pasen, in zijn Opstanding begrepen zijn. Zijn opstanding vertelt ook over onze opstanding, kijk naar Lazarus. Zijn leven is verweven geraakt met dat van ons. Of is het juist andersom? Ons leven is verweven geraakt met het zijne. De oude Heidelberger vraagt: wat is uw enige troost in leven en sterven? Om zelf als antwoord te geven: dat ik in leven en sterven eigendom ben van de Heer. Zo’n antwoord geeft houvast, grond onder de voeten. Niet dat ik nu opeens alles begrijp, geen tranen meer ken, allerminst. Maar ik vind een basis vertrouwen dat God mij vasthoudt, in leven en in dood. Dat wij ook in de dood niet uit Gods liefde zijn weggevallen. Dat de dood niet het bittere en absolute einde is. Ons leven heeft perspectief. Het perspectief van Jezus, die de Opstanding en het leven is, zoals wij met Pasen vieren. Zelf denk ik dat je met dat antwoord meer in handen hebt, dan met het wat afgezaagde en illusoire Zwitserleven gevoel. Of sterker nog, dat is een vlucht, een uitstel. Wij weten toch dat wij allemaal zullen sterven. Maar dat, dat ik in het geloof in Jezus, mag delen in zijn Pasen en dat ik - als Jezus – blijvend van Opstanding en Leven mag weten, dwars door alle vragen heen, zelfs door de dood heen, dat raakt mij en tilt mij boven mijn tranen uit; dat geeft mij rust en vrede. Ik ben niet bestemd voor het absolute niets, maar ik ben geborgen in Gods liefde. Amen.
|