spacer.png, 0 kB
Home
Ontmoeting bij de bron. (door ds. M.M. Bogaard PDF Afdrukken E-mail

Gemeente van Christus,

Wat is nou een goede plaats om iemand te ontmoeten? Vroeger was de jongelingsvereniging daarvoor een geoorloofde plek. Ik durf te wedden dat er mensen zijn die elkaar daar ontmoet hebben........ in een later tijdperk kon je elkaar ook bij het uitgaan tegenkomen. Tegenwoordig is daar het internet nog aan toegevoegd. Net als ‘real life’ ontmoetingen kunnen virtuele ontmoetingen voor iemands verdere leven belangrijke  gevolgen hebben.

Ook het Oude Testament kent zo’n plek. In meerdere verhalen lijkt de bron favoriet om een ontmoeting tot stand te brengen: Abrahams knecht vond er een vrouw voor Izaäk, Rebecca. Jacob vond er Rachel, en Mozes kwam er in contact met Zippora. De verzamelplaats waar mensen kwamen om water te putten opent in die verhalen de mogelijkheid tot ontmoeting tussen de vrouwen uit de streek en vreemdelingen op doorreis.

De lezing van vandaag lijkt bij die traditie aan te sluiten. Bij een bron treffen wij twee mensen: een vrouw uit een naburige stad en een man die vreemd is in het gebied. Daarmee begint het verhaal met een zekere spanning: zal er wat gebeuren tussen deze twee?  Zal hier daadwerkelijk een ontmoeting plaatsvinden? Zullen zij geraakt worden door elkaars aanwezigheid?

Wat de spanning daarbij nog verhoogt is dat de vrouw een Samaritaanse is en de man een Jood. Vanaf de tijd van de ballingschap was er een conflict tussen deze twee bevolkingsgroepen. De Samaritanen, de nakomelingen van Joden die in het gebied gebleven waren enerzijds en kolonisten van buitenaf anderzijds, werden als bastaarden gezien. Bovendien hadden zij een eigen heiligdom, om niet naar de tempel in Jeruzalem te hoeven gaan. Vanwege dit conflict was het zeer ongebrui-kelijk voor een Jood om door Samaria te reizen. Meestal trok men er met een grote boog omheen.

Maar hier komen wij een Jood tegen, die geen omwegen maakt. Een Jood die bereid is om op zijn levensweg ieder te ontmoeten; man en vrouw, Jood en niet-Jood, mensen van naam en naamloze mensen, vromen en ongelovigen. Bij de Jacobsbron, middenin Samaritaans gebied, rust Jezus uit van de lange voetreis ernaartoe. En hij ontmoet er een vrouw.

Een vrouw uit Sichar komt om water te putten. Het is rond het middaguur, op het heetst van de dag. Dat is op zich al vreemd. Wie gaat er nu water putten als de zon op z’n hoogst staat? Het zou kunnen dat zij haar plaatsgenotes liever niet wil ontmoeten. Veel weten we niet over haar. Ze heeft niet eens een naam. Ze is het gezicht van vele vrouwen.

Later in het verhaal horen we echter wel dat er iets bijzonders met haar is: ze blijkt maar liefst vijf mannen te hebben gehad, en degene met wie ze nu leeft, is haar man niet...

Het zal dus wel een slechte vrouw zijn, is de conclusie die dan voor de hand ligt, mede gezien het feit dat een ontmoeting tussen een man en een vrouw bij een bron sowieso al een bepaalde sfeer opriep in die tijd. En zo is deze vrouw vaak al getekend vóór het verhaal goed en wel op gang is.

Toen ik echter eens met een groep senioren over dit verhaal sprak, kwamen er ook andere beelden boven. Eén van hen herinnerde zich zijn moeders moeder, die eveneens vier mannen had gehad. Vier goede mannen, die haar één voor één waren ontvallen. Zonder echtgenoot redde zij het niet in een tijd dat er nog niet zo’n uitgebreid sociaal vangnet was.

En er kwamen herinneringen boven aan andere oma’s die meerdere mannen overleefd hadden. Die beelden zetten de vrouw uit Johannes 4 in een ander licht:
Wat weten we eigenlijk van deze Samaritaanse vrouw? Van haar verdriet, van haar strijd, van de noodzaak tot overleven? Welke omstandigheden hebben haar bij deze mannen gebracht? Het kan bijvoorbeeld best zijn, dat zij vast heeft gezeten  in het leviraatshuwelijk. Dat komt vaker voor in de bijbel. Na de dood van een man moest zijn broer dan met diens vrouw trouwen, om kinderen te verwekken.

Eén ding komt wel uit het verhaal naar voren: het is een vrouw die het niet gemakkelijk heeft gehad. Een vrouw alleen was net als in de tijd van de grootmoeders van de senioren uitermate kwetsbaar. Bovendien was zij, door wat voor omstandigheden dan ook maar, officieel uiteindelijk alleen: met de man met wie zij samenleefde was zij niet verbonden door een huwelijksband.

Deze naamloze vrouw met een verleden ontmoet bij de Jacobsbron een Joodse vreemdeling. En tot haar verbazing vraagt Hij haar om water. Ze is op haar hoede, en spreekt haar verbazing uit. Maar Hij begint over lévend water, dat Hij haar kan geven.

Bij levend water denkt zij aan bronwater, borrelend en bruisend van leven. Hoe kan deze vreemdeling, zonder emmer, aan dat water komen? Het lijkt hier of Jezus en de vrouw langs elkaar heen praten. Beiden hebben een ander idee bij levend water. Zij ontmoeten elkaar nog niet echt.

De symbolische taal die Jezus gebruikt is niet altijd even gemakkelijk te begrijpen, ook voor ons niet. Wat bedoelt hij eigenlijk met levend water? Vaak zijn er dingen op geloofsgebied die we wel verstaan maar tegelijkertijd niet kunnen vatten. Woorden die we wel gebruiken, maar die tegelijkertijd hun geheim nooit volledig prijsgeven.

De vrouw vat Jezus’woorden anders op dan Hij ze bedoelt. Zij pakt nog niet op wat Hij wil zeggen. Maar haar gesprekspartner geeft het niet op. Hij blijft met haar in gesprek.

Misschien is dat ook wel zo met onze gesprekspartner, wanneer Hij in de bijbelse verhalen tot ons komt. Wij pakken ook niet altijd op wat Hij wil zeggen. Soms lopen we er zelfs voor weg. Maar Hij laat ons niet zomaar gaan. Hij blijft ons aanspreken.

Zo gaat het gesprek dat  moeizaam op gang komt verder. Tót het moment dat Jezus haar aanspreekt op haar persoonlijke situatie. Hij ziet wat anderen niet aan haar zien. Hij doorgrondt haar, en kent haar. Waar is haar man? Met deze opmerking raakt hij haar in haar pijn, in haar wanhoop, misschien ook in haar gevoel van schuld en schaamte, in haar kwetsbaarheid.

Geen woord van veroordeling klinkt hier. Enkel de constatering dat haar leven zo gegaan is.  Dat raakt haar zo diep dat ze Hem nu pas echt kan ontmoeten: wie haar zo kan benaderen, wie als het ware in haar ziel kan kijken moet een man Gods zijn, een profeet.
Aan deze man Gods durft ze de vragen voor te leggen die ze op godsdienstig gebied heeft. Hoe zit dat eigenlijk, met de plaats waar God aanbeden moet worden?  Haar leergierigheid geeft Jezus de ruimte verder met haar te spreken over het geloof. Het wordt een echt leergesprek en gaandeweg leert zij inzien wie hier werkelijk met haar praat. De Messias. Zo wordt een naamloze, Samari-taanse vrouw tot getuige, en zo wordt haar levensweg door deze ontmoeting tot een geloofsweg.

Jezus overschrijdt hier grenzen die in die tijd vanzelfsprekend waren. Enerzijds houdt Hij vast aan Zijn Joodse achtergrond, staat Hij zelfbewust in de Joodse traditie, maar anderzijds maakt Hij duidelijk dat God niet opgesloten kan worden in een traditie: noch in de tempel in Jeruzalem, noch op de berg Gerizim waar de Samaritanen aanbaden.  Als Messias laat Hij zien dat godsdienst, eredienst, niet iets is dat aan een bepaalde plaats gebonden is, maar dat het gaat om wat er in het innerlijk van een mens leeft.

Omdat de vrouw geraakt is, diep van binnen, door haar ontmoeting met Jezus, kan zij begrijpen wat Hij haar wil zeggen. Juist deze vrouw, die misschien wel altijd op de buitenkant beoordeeld is, is in staat om van binnenuit Zijn woorden te horen. Zo zal deze ontmoeting haar leven verregaand veranderen. Zij zal haar verdere levensweg met Jezus gaan, in geloof en vertrouwen. Levend water heeft zij ontvangen uit de bron van het leven: Water dat eeuwig leven geeft.
Hoe zouden wij gereageerd hebben als we in haar plaats bij de bron hadden gestaan. Hadden we Hem geloofd? Hadden we beseft wie hier tot ons sprak? Zouden we het levend water uit Zijn hand hebben aangenomen?

Die vraag is niet te beantwoorden. Wij kunnen niet terug achter alles wat ons over Jezus verteld is, in onze opvoeding, thuis, op school, op de zondagschool,op de jongelingsvereniging, in de kerk.... We kunnen Hem niet meer als vreemdeling benaderen. Maar we kunnen wel op een andere manier in de schoenen van de vrouw gaan staan.

Ook wij hebben ons verleden. We dragen allemaal gebeurtenissen of eigenschappen met ons mee, die voor een ander verborgen zijn. Dingen die ons gevormd hebben. Pijnlijke ervaringen. Keuzes waar we niet trots op zijn. Vaak laten we die niet aan elkaar zien, maar tonen onze sterke, onafhankelijke kant. Onze buitenkant.

Bij de bron des levens ontmoeten wij iemand, een vreemde bekende, of een bekende vreemdeling, die ons uitnodigt om bij Hem met dat verleden voor de dag te komen. Iemand die daar geen oordeel over uitspreekt, maar die ons neemt zoals wij zijn.  Die achter onze facade kijkt, en ons wil raken tot in het diepst van onze ziel.

Want aan wie zich wil laten raken, wie Zijn levensweg in Godsnaam onder ogen durft te zien en zich wil laten ontmoeten, daaraan kan Hij zich bekend maken. Aan Hem, of Haar, kan Hij levend water schenken.

Dat levende water, het symbool voor de Geest van God, voor zijn troost, zijn kracht, kan op verschillende manieren tot je komen: in het gebed, in de stilte, in de verhalen en de verbondenheid met wie de weg van het geloof gaan.

Water is het, dat diep in onszelf wil opwellen, in de vorm van geloof, hoop en vertrouwen. Water is het ook, dat wil blijven stromen. “Rivieren van levend water”, zegt Jezus ergens anders, “zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft”. De bronnen van het geloof, waaruit wij kracht putten, mogen wij met elkaar delen; ze mogen stromen van de één naar de ander.

Maar wie de bronnen volgt, stroomopwaarts, terug naar de oorsprong, zal zien dat ze allen ontspringen op dezelfde plaats: in de mens die ons ontmoeten wil, Jezus Messias.            Amen.

 

 
spacer.png, 0 kB