spacer.png, 0 kB
Home
Trouw-artikel over Marcel den Dulk PDF Afdrukken E-mail


Ik word het instrument van de tekst

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd.
Vandaag: Marcel den Dulk.

door Koert van der Velde

Wat hebt u meegemaakt?
„Ook ik heb wel dingen meegemaakt waarvan ik zeg: wat bijzonder, dat moet te maken hebben gehad met God. Het probleem met verhalen over het gevoel van een hand op de schouder of het zien van een licht, is dat veel mensen bij het horen ervan afhaken, inclusief ik zelf.
Een jaar geleden ben ik op een ander spoor terechtgekomen, dankzij de ’lekenpreekwedstrijd’, waarbij ik de publieksprijs heb gewonnen. Ik heb gemerkt dat je door in bijbelteksten te duiken, ontdekkingen kunt doen, en als je die in een preek vat, kunnen ze mij en andere mensen diep raken, helemaal in combinatie met muziek. 

Toen ik in onze gemeente preekte over hoe Petrus zijn moedige stap zet op het water, heb ik dat gecombineerd met piano-improvisaties op onder meer twee liederen uit mijn jeugd – ’Scheepken onder Jezus hoede’ en ’Ruwe stormen mogen woeden’. Improviseren is als het overbrengen van een boodschap, niet gehinderd door het zoeken naar dejuiste woorden. Je voelde het gesprek in de hoofden van de gemeenteleden. Het spel met donkere en lichte tonen waarmee ik een eigen vertaling van de preek zocht werkte heel direct. Je hebt het ook bij films: wat gevoelloos zouden veel scènes zijn zonder de bijbehorende filmmuziek.

Je kunt verrast worden door je eigen spel, helemaal als je improviseert. Wandelend over de toetsen geeft het instrument dingen terug waar je dan op doorgaat en waarbij je merkt dat er een vonk overspringt waardoor onbenoembare zaken voelbaar worden. Improvisaties zijn niet-herhaalbare ontdekkingen.

Ik heb me onlangs verdiept in Psalm 127 – ’Als pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen der jeugd’. De traditionele interpretatie luidt dat je op God moet vertrouwen, want zelfs het krijgen van kinderen is niet jouw verdienste. Ik denk echter dat die pijlen staan voor het kostbare van de jeugd: het opene, ontvankelijke dat met het ouder worden de neiging heeft om af te stompen, maar wat je levend moet zien te houden.

In een lied van Sweelinck over deze psalm, dat mijn koor op een bruiloft ten gehore bracht, ontdekte ik allerlei motiefjes die de tekst uitbeelden, zoals steeds snellere noten die omhoog gingen – de pijlen. Ik heb die heel energiek laten zingen, want gelukkig is de mens die het jeugdige levend houdt. Erna heb ik de muziek vloeiend, rond en romantisch laten uitvoeren, om uit te drukken dat je het jeugdige vol vertrouwen met je mag meenemen.

Vervolgens kun je jezelf erop aanspreken, kan de tekst je helpen jeugdig in het leven te staan.”

Wat is hier religieus aan?

Er zijn honderdduizend dingen die om me heen gebeuren waarbij ik me dit kan afvragen: is het een teken van God of niet? Ik ben er huiverig voor om in de goede dingen de hand van God te zien. Wat moeten we dan met de dingen waarmee we ongelukkig zijn? Ik geloof niet in een straffende God, misschien kan sommige narigheid als les bedoeld zijn, maar dat blijft moeilijk. Dit soort gedachten worden al gauw ongeloofwaardig en plat.

En toch kan ik met musiceren en preken het gevoel krijgen alsof ik door God op dit spoor ben gezet. Die richting ga ik steeds meer opdenken. Als je eenmaal een instrument hebt leren spelen, je jezelf een instrument kunt gaan voelen, helemaal bij zingen, waarbij je stem het instrument is. Maar ook op de piano heb je toonladders die je alleen kunt spelen als je er vooral niet bij nadenkt. Je denken houdt je motoriek onmogelijk bij, en kan dwarsliggen. Maar als je alles kunt loslaten, instrument wordt, ben je pas werkelijk in staat bij mensen binnen te komen.

Het kan ook zo werken bij preken. Een goede redenaar leest zijn tekst niet voor. Je hebt het stramien van je verhaal in je hoofd, en daarmee treed je naar buiten terwijl je je zoveel mogelijk richt op je publiek. Als het goed gaat, word je het instrument van de tekst die uit je mond komt, en hebben jij en je toehoorders pas werkelijk het gevoel contact te maken.”

Wordt u dan een instrument van God?

„Misschien soms een beetje.’’

Marcel den Dulk (51) is dirigent en organist-pianist.

 
spacer.png, 0 kB