|
Kerstmis 2010 (Lucas 10) (door ds. G.J. de Bruin) |
|
|
|
Kerstmis 2010 (Lucas 10)
Het zal je maar gebeuren. Je zit hier in de ‘paleiszaal’ en op een onverwacht moment word er aan je gevraagd wat je hier komt doen. Zo’n vraag kan iets hebben van een overval. Je zegt wellicht dat je iets over een geboorte wilt horen. Maar de geboorte van Jezus is toch echt iets van 2000 jaar geleden. Je zult misschien antwoorden: ik wil op verhaal komen, op het verhaal van dat bijzondere mensenkind. Wij zijn hier immers niet zozeer vanwege dat kindje in de voerderbak maar vanwege de mens die hij later worden zal. Lucas wil het bijzondere van Jezus al laten doorklinken als hij vertelt over de geboorte. Aan het einde van zijn evangelieverhaal gekomen, moet de evangelist hebben gedacht: ik vertel ook nog iets over het begin. Zo horen we: Maria baarde haar eerstgeborene. Ze wikkelt het hummeltje in een doek. Op iconen zie je dat het kind in bad wordt gedaan en vervolgens afgedroogd. Zo concreet moet die verbeelding zijn als de Eeuwige onder ons komt wonen. Zo concreet als maar mogelijk is.
Het heeft te maken met een oude joodse wijsheid die zegt: als een tweeling op straat loopt en je bent er nog ver vandaan dan kun je niet uitmaken wie Lies is en wie Mies; je kunt niet uitmaken wie Leo is en wie Theo. Zo is het ook met God en mens: dat is een tweeling. Als je ze uit de verte ziet, kun je ze met elkaar verwisselen. Over dat geheim heeft Lucas het. Maria wikkelt haar kind in een doek. Vanaf dat moment kan hij verwisseld worden met ieder ander mens. God laat ons vanochtend voor de tweeduizend zoveelste keer weten dat Hij van adres veranderd is. Hij woont voortaan bij de mensen.
Wie en wat verwacht u vanochtend? Een verhaal over een vorst, geboren temidden van pracht en praal? Een mens van koninklijke bloede? Een held? Ach nee, het verhaal dat we horen, gaat over een mensenkind waarvan we geloven dat het iets weet van een andere wereld. Het heeft te maken met het dwaze geloof in Israels God die de kant kiest van de meest kwetsbaren, van klein gehouden, aan de kant geschoven mensen.
Dat dwaze van Gods voorkeur is wel iets wat u en ik steeds weer aangezegd moeten krijgen. Dat God in de gestalte van een kind een hand naar ons uitsteekt, zouden wijzelf niet verzonnen hebben. Als de Eeuwige nu in storm en vuur verschijnt, dan zou je denken: ha, nu gaat er wat gebeuren. Maar Hij komt de wereld binnen met de wankele pasjes van een kind. Overdonderend machtsvertoon is blijkbaar niet zijn stijl. God is geen geweldenaar. De Eeuwige kruipt zo in onze huid dat hij haast onzichtbaar wordt: een kind in een doekje gewikkeld, straks een ventje dat op z'n tenen staat, dat l bijna bij de aanrecht kan maar nog net niet helemaal, één en al hulpeloosheid.
Alles moet tegenwoordig groots en bijzonder en spectaculair zijn. God moet zich wel op een heel bijzondere wijze laten zien. Het kerstevangelie spreekt dat vermoeden tegen. Het bijzondere gaat schuil in het gewone. Een kind, negen maanden in de moederschoot en dan geboren worden. Maar in de stal is er geen enkele herder die zegt wat wij misschien stiekem wel eens denken: is dit nu alles?
Lucas geeft de herders niet zomaar een rol van betekenis in zijn geboorteverhaal. Marginalen zijn ze, weinig geachte randfiguren, voor een rechtbank mogen ze niet getuigen. Maar uitgerekend zij zijn de eerste getuigen. Getuige van de geboorte van hem die later goede herder wordt genoemd. Immers, wij weten hoe het verder is gegaan met dit kind. Jezus gaat een unieke weg, is nauwelijks te volgen. Alle dolende schapen wil Jezus thuisbrengen. Wat het hem ook zou kosten. Met ontferming is hij bewogen als hij ziet hoe moe en afgemat mensen zijn. Bij hen kan je hem vinden, bij mensen in het donker, in zorgen of in de knoei. Eigen schuld of schuld van de omstandigheden… dat maakt voor Jezus niets uit. Dat is de boodschap die hij voluit leeft: je mag bestaan zoals je bent. Dat is wat hij op een dag in het zand schrijft. Goed dat je er bent.
Dat kan een mens niet vaak genoeg horen. Wij met onze neurotische trekjes, minderwaardigheidscomplexen en wat niet al. En toch: je mag er zijn. Jezus vraagt van u niet dat u stralende ogen moet hebben of alleen maar vredelievende gedachten. Hij zegt ook niet dat u geen vuile handen mag hebben, dat u geen verdeeld, onrustig hart mag hebben. Hij bedoelt nu juist dat u dat wel mag hebben, dat u gewoon mag leven met wat u hebt en niet hebt, dat u tegen uzelf zegt: zo ben ik en zo mag ik er zijn.
Randfiguren, lieden die niet deugden in de ogen van de geslaagden, herders in de velden van Efrata krijgen van Jezus te horen: leef in Gods licht. Dat was Jezus' kracht maar als ik zeg: was, dan zeg ik het niet goed. Alsof het iets uit het verleden is. Maar het is niet enkel verleden tijd.
Het kan u en mij vandaag overkomen, geraakt te worden door zijn kracht. Dat we beseffen te mogen leven in God licht. Kerst is en blijft een Godswonder. De Eeuwige die komt wonen bij ons mensen. Die ons blijkbaar zo belangrijk vindt.
Ik begon daarstraks met de vraag: wat komt je hier in deze ‘paleiszaal’ doen? Met enige aarzeling mompel je dat je iets over een geboorte wil horen. Het mag inmiddels duidelijk zijn dat dát antwoord midden in de roos is. Inderdaad, met kerst 2010 gaat het om een geboorte. Niet langer de geboorte van Jezus maar die van ons. God die ons wil raken en bemoedigen, die in ons geboren wil worden. Als u vandaag nog een toast uitbrengt, doe het dan op deze, op uw geboorte.
|
|
|
Kerstzangavond 2010 Op woensdag 22 december 2010 zal er in de Handwegkerk een avond met kerstliederen zijn. Een cantorij zingt onder leiding van Marcel den Dulk zowel Nederlandse kerstliederen als Engelse carols en er worden bekende kerstliederen gezongen met alle aanwezigen. Een blokfluitkwartet verleent medewerking en er klinken enkele korte teksten. De kerstzangavond begint om 20.00 uur en duurt ruim een uur. Na afloop is iedereen welkom bij de koffie en thee in de Achterkant. |
|
|
de 2e Advent (door ds. P. de Bres) |
|
|
|
Gemeente,
Bent u wel eens in de woestijn geweest? Ik vind dat fascinerende landschappen. Bergen en rotsen, diepe dalen en grote zandvlakten. Kleuren van grijs, via geel tot steenrood. Ik houd er van. Maar in de Bijbel komt de woestijn niet voor vanwege het natuurschoon, maar om iets anders, iets dat moderne mensen veelal verloren hebben. In de woestijn woont niemand, zelfs geen dieren; ook geen begroeiing, op een kortstondige uitbarsting na, in het voorjaar, na een spaarzame regenbui. Woestijn betekent: Stilte; niets leidt je aandacht af. Stilte en rust; die helpen dat je gaat openstaan voor iets bijzonders, voor een stem van de andere kant. Alle grote openbaringen vinden in de woestijn plaats. Neem Abraham of Mozes bij de brandende braambos. De grootste openbaring vindt plaats op de Sinai, als Mozes naar God toe geklommen is. En eeuwen later ontmoet Elia God op diezelfde berg. Waar mensen even onthecht raken van het gewone leven, daar ontstaat een bijzondere gevoeligheid, een openheid voor, een luisteren naar, een horen van de stem van God. Voor Israel is de woestijn: kraamkamer van het geloof. Niet voor niets is Israel tot volk van God gegroeid tijdens de 40 jaar in de woestijn. Als direct aan het begin van ons verhaal over de Doper de woestijn van Judea ter sprake komt, is dat net iets meer dan als wij zeggen: mijn zwager werkt bij een groot bedrijf in IJmuiden. Nee, het zet Johannes in de rij van geloofshelden, als Abraham en Mozes en Elia, die de stem van God hebben vernomen. Vooral op Elia lijkt de Doper; ook hij draagt een kameelharen mantel met een leren gordel. Voor het Jodendom – dat ons OT schreef – was Elia de grootste van de profeten. Als je dat een PKN-er zou vragen, was het antwoord waarschijnlijk: Jesaja. Ook in ons verhaal komt Jesaja ter sprake. Maar, zal een Jood zeggen: Jesaja is een schriftprofeet, terwijl Elia midden in het politieke leven van zijn dagen acteerde. In Mt. 11 vertelt Jezus zelf aan zijn leerlingen wie de Doper voor Hem was: Hij is Elia, die komen zou. In een paar zinnen, met een paar woorden wordt de Doper getypeerd als een groot profeet, als een van de mensen die uit eigen ervaring God leerden kennen. Wij noemen hem vaak een voorbereider. Dat lijkt mij teveel op de motoragenten, die - als de koningin in een stad op bezoek gaat – vooruit rijden om kruispunten en zo af te zetten. Al stelt Johannes zich bescheiden op: na mij komt Iemand die meer vermag dan ik, hij is meer dan zulke motoragenten; hij is een groot profeet, die ons Gods bedoeling ontvouwt. Het koninkrijk der hemelen is nabij. Dat is zijn boodschap en als Jezus zijn prediking begint, horen wij exact dezelfde boodschap. Het koninkrijk van God: de tijd dat God zelf weer als koning hier op onze wereld aan de slag gaat. Dat zijn bedoeling volop aanwezig zal zijn. Dat vrede de aarde zal kleuren en gerechtigheid het handelen van de volken. Dat mensen tot hun bedoeling komen en onze aarde weer iets krijgt van de tuin van het begin.
De kinderen van de Nevendienst, die de profeet Micha volgen, horen vandaag dat grootse visioen, dat ook Jesaja kent: dan zullen zij hun zwaarden tot snoeischaren omsmeden en de volken zullen de oorlog niet meer leren. In grote letters staat deze profetie op het gebouw van de VN in New York. Veel effect heeft het helaas nog niet gehad. Voor die vrede moeten we ook niet bij de VN zijn, maar bij de Schrift, bij de Doper en bij Jezus. Het gaat niet om ons koninkrijk, maar om dat van God. Gods bedoeling zal weer op aarde heersen: gerechtigheid en vrede. En het Bijbelse vrede, sjalom is groter dan: afwezigheid van oorlog. Natuurlijk is het ook dat, maar het is meer, groter. Mensen mogen tot hun bedoeling komen, worden tot de mens waartoe God ze heeft bestemd. Wat een onrecht en ruzie is er niet. Ik ben vrijwilliger bij Buurtbemiddeling. Hoeveel oorlog tussen buren maak ik niet mee, om niets. Kijk eens naar de rijdende Rechter. Ruzies binnen de familie; partners die uit elkaar groeien. kinderen aan hun lot overgelaten; mensen gemarginaliseerd. Hij was 47 toen het bedrijf, in de crisis van 3 jaar geleden, failliet ging. Hij kwam op straat te staan en begon te solliciteren. Maar hoeveel brieven hij ook schreef, niemand had hem nodig: te oud. Nu zit hij – zwaar depressief – thuis. Met mijn vrouw werk ik ook in het Gastenverblijf van de VU. Wat een verdrietige verhalen over ernstig zieke mensen. Sjalom: mensen mogen tot hun bedoeling komen, worden tot de mens die God heeft bedoeld. Een mens in vrede: vrede met God, met zijn medemensen en vooral: met zichzelf.
Het koninkrijk van God is nabij. Ach, voor ons is die boodschap zulke gesneden koek, doet het ons nog iets? Neem een voorbeeld aan je kinderen en kleinkinderen. Vandaag is het niet alleen 2e Advent, maar ook Sinterklaas. “Vol verwachting klopt ons hart”, zingt een liedje. Kijk eens naar die kindergezichtjes. Je ziet hoe de verwachting eraf straalt. Zitten wij zo ook in de kerk, met Advent, nu? De ouderen onder ons, die de 2e wereldoorlog meemaakten, herinneren zich nog wel hoe via radio Oranje het bericht kwam dat de Engelsen en Amerikanen in Normandie waren geland. Dat gaf een kick. De Duitsers zijn op terugtocht. Goed, wij waren nog wel bezet, maar het gaf nieuwe hoop. Opeens gloorde er weer toekomst. Het gaf nieuwe moed om nog even vol te houden. Was de reactie op Johannes boodschap niet net zo? Het koninkrijk van God is nabij. Niet voor niets horen we dat overal uit het land mensen naar Johannes toe trekken. Zelfs de religieuze leiders: Farizeeërs en Sadduceeërs, waar de Doper duidelijk niet veel mee op heeft. Er staat iets te gebeuren, er tintelt iets in de lucht. Gods Rijk is nabij: gerechtigheid en vrede. Komt het dan werkelijk; is het meer dan vrome verbeelding? Wordt het dan toch nog wat met die geplaagde aarde? Kan het dat de mens weer echt menselijk wordt?
Brengen wij nog iets van dat enthousiasme op? voelen we nog iets van die spanning dat er grote dingen staan te gebeuren? Advent betekent verwachting. Maar hebben wij nog iets van die onschuld van kinderen, wier hart klopt van verwachting met Sinterklaas. Of moeten we eerst maar eens bij ons zelf te rade gaan en ons eigen hoofd en hart eens onderzoeken. Dat is tenminste wat de Doper tegen ons zegt: Bekeert u, komt tot inkeer, wend je om op je levensweg. Natuurlijk heeft de Doper gelijk. Hoe kun je delen in Gods vredesrijk als je oorlog met je buren hebt? Hoe kan iemand vrede maken die zegt: Moslims wantrouw ik, die willen we hier eigenlijk niet hebben. Bekeer je; kom tot inkeer. Dat betekent letterlijk: je levensweg een nieuwe wending geven. Je omkeren, opnieuw naar God toe: “maak de weg van de Heer gereed”, citeert de Doper Jesaja. Je opnieuw, in liefde, toewenden naar de mensen. Is het makkelijk om je levensweg een nieuwe wending te geven? Wie het – na ziekte of ontslag of een echtscheiding – geprobeerd heeft, weet hoe moeilijk dat is. Je hernieuwd op God richten en leven met Hem; een nieuwe relatie met mensen zoeken, meer aandacht, zorg, empathie en liefde. Nee, eenvoudig is dat niet. Zou je daarvoor geen ander mens moeten worden? Precies, zei Johannes, jij begrijpt het tenminste. Kom, belijdt je zonden, dan doop ik je in de Jordaan. Zeg maar concreet wat er mis is met jouw leven. Zeggen: ik ben een zondaar, vergeef mij, is te goedkoop, te gemakkelijk. Zonde is altijd concreet. Wat doe je verkeerd; hoe moet je leven anders? Wat mag voortaan van je verwacht worden? Wat ga je voortaan wel doen? Dat is je zonden belijden. En Johannes laat mensen door het water gaan. een symbolische handeling: kopje onder. Een symbolisch sterven aan die oude mens,. die egoïstisch zoveel verkeerd deed. Een opstaan tot een nieuw leven, een mens die de weg van God bereid, die op zijn paden gaat. Die dadelijk zomaar het koninkrijk van God binnenwandelt.
Ho even, zegt de Doper, loop nu niet te snel. Het gaat niet om mij, ik breng dat koninkrijk niet. Nee, degene die dat doet is veel groter dan ik. Hij komt, bereid je voor, verwacht hem; Hij komt.
Hier breekt ons verhaal af, want het is pas de 2e Advent, nog niet eens op de helft naar Kerstfeest. Want dan en daar gaan we het grote geheim zien het geheim van Gods koningschap, in die ene mens die namens God tot ons komt.
Amen.
|
|
|
Bezoek in India naar 3 kindertehuizen |
|
|
|
Op 27 december a.s. vertrekken Arjan Steur, Marjo Valkier, Selma en Dick van Ee weer naar India om daar de 3 kindertehuizen van de SDWH te bezoeken. SDWH staat voor Stichting Derde Wereld Hulp. Deze stichting zet zich in voor kinderen in Vijayawada een stad in één van de armste gebieden in India: de deelstaat Andrha Pradesh in het zuidoosten van India. Kinderen uit de allerarmste gezinnen: straat- en weeskinderen, kinderen met een geestelijke en/of lichamelijke beperking en hiv-positieve of met aids besmette kinderen. Naast het feit dat we het heel leuk vinden om “onze kinderen” weer te zien hopen we daar ook weer veel te kunnen doen met en voor de kinderen. De gebouwen hebben onderhoud nodig, daar is geld voor nodig. We willen de kinderen graag een feestelijke jaarwisseling bezorgen en misschien kunnen we een keer een dagje met ze uitgaan. Ook is de stichting op zoek naar een klein busje om een aantal kinderen die nu naar de middelbare school gaan naar school te brengen. Deze school is te ver weg om de kinderen te laten fietsen. Op 5 december a.s. is de diaconie collecte bestemt voor de Stichting Derde Wereld Hulp. Helpt u ons helpen? Ieder kind dat we zo een betere toekomst kunnen geven telt. Wilt u meer weten over de stichting surf dan naar www.sdwh.nl Arjan, Marjo, Selma en Dick
|
|
Muziekproject Exodus: van binnen uit
In oktober 2011 zal er tijdens de eredienst een muziekproject worden uitgevoerd. Het muziekproject zal bestaan uit een aantal liederen geschreven op basis van teksten van gemeenteleden. Uitgangspunt voor het project vormen de teksten uit Exodus 1-3. De geboorte en roeping van Mozes om uit zijn schulp te kruipen en op te komen voor onrecht ver weg en dichtbij.
De teksten zullen in bijbelkringen van Gert Jan de Bruin worden gelezen en besproken.
Ook is er op 11 januari een speciale lees- en schrijfavond georganiseerd onder leiding van Gert Jan Slump.
Tijdens de voorbereidingen willen we dieper in verhaal duiken en onszelf ook afvragen waar dit verhaal ons aan doet denken. Zo willen we de verbinding met het nu leggen.
De teksten van het muziekstuk worden in februari en maart geschreven op basis van het materiaal uit de Bijbelkringen en schrijfavond. De muziek wordt daarna nog voor de zomer geschreven waarna we met wie dat wil de Exodus gaan repeteren in september. Op 2 oktober 2011 wordt dit muziekproject uitgevoerd in de ochtenddienst van de Handwegkerk.
Opgeven voor de bijbelkringen kan bij Gert Jan de Bruin (6450616) |
|
|
Muziekproject Exodus: van binnen uit
In oktober 2011 zal er tijdens de eredienst een muziekproject worden uitgevoerd. Het muziekpropject zal bestaan uit een aantal liederen geschreven op basis van teksten van gemeenteleden. Uitgangspunt voor het project vormen de teksten uit Exodus 1-3. De geboorte en roeping van Mozes om uit zijn schulp te kruipen en op te komen voor onrecht ver weg en dichtbij.

Marc Chagall – Exodus (1952-1966)
De teksten zullen in bijbelkringen van Gert Jan de Bruin worden gelezen en besproken.
Ook is er op 11 januari een speciale lees- en schrijfavond georganiseerd onder leiding van Gert Jan Slump.
Tijdens de voorbereidingen willen we dieper in verhaal duiken en onszelf ook afvragen waar dit verhaal ons aan doet denken. Zo willen we de verbinding met het nu leggen.
De teksten van het muziekstuk worden in februari en maart geschreven op basis van het materiaal uit de Bijbelkringen en schrijfavond. De muziek wordt daarna nog voor de zomer geschreven waarna we met wie dat wil de Exodus gaan repeteren in september. Op 2 oktober 2011 wordt dit muziekproject uitgevoerd in de ochtenddienst van de Handwegkerk.
Opgeven voor de bijbelkringen kan bij Gert Jan de Bruin (6450616) |
|
|