spacer.png, 0 kB
Home arrow Blog
A blog of all section with no images
2e zondag Veertigdagentijd. (door ds. P. Baane) PDF Afdrukken E-mail
2e zondag Veertigdagentijd. Lezingen: Ex. 24, 12-18,  1 Kon. 19, 1-8, Mattheus 17, 1-9
Wat is er toch dat zo aantrekt in een BERG ?   Op een berg krijg je andere gevoelens, op een berg is een mens anders dan in de vlakte. Je raakt vervreemd van alles wat je bindt aan de aardse werkelijkheid.De berg kan de plek zijn waar je wordt gezuiverd van al wat bijkomstig is. De berg kan de plaats worden waar een mens tot verinnerlijking komt, in gesprek met de Allerhoogste.
Ook in de BIJBEL wordt er heel wat geklauterd en afgedaald. We hebben er de TIEN GEBODEN en de BERGREDE aan overgehouden, en een aantal prachtige verhalen, zoals het VERHAAL over de VERHEERLIJKING van Jezus, waarin Mozes en Elia zo’n belangrijke rol spelen.
Een verhaal dat ons eraan herinnert, dat je het mysterie van Jezus’ leven niet bevatten kunt, als je ook niet inziet dat er allerlei LIJNEN lopen vanuit de Schriften NAAR DE OPSTANDING.  We staan in een GELOOFSTRADITIE.
Dat lezen we toch in dat vervolgverhaal van de Emmausgangers, als die grote Onbekende stuit op onbegrip en zegt: “ Sufferds, begrijpen jullie het nog niet ?” En dan beginnend bij MOZES EN DE PROFETEN legt hij uit hoe de Christus dit alles moest lijden om zijn heerlijkheid in te gaan.
Mozes en Elia, de exponenten van Wet en Profeten, en bovendien twee gestalten die aan hun levenseinde niet afdaalden in het graf, maar opklommen om in Gods hand te zijn. Beiden hebben ook geleden aan hun middelaarschap, hun plek tussen hamer en aanbeeld, hun missie om de stralend heldere God daarboven en dat troebele aardse volk beneden met elkaar verbonden te houden..
Ook Mozes verbleef veertig dagen en nachten op de Godsberg. Toen hij weer afdaalde, straalde zijn gezicht zo, dat hij zijn gelaat met een doek moest bedekken, omdat hij een TOPERVARING had gehad met de Eeuwige.
Maar Mozes is ons vooral toch bekend als WETGEVER.   Wie kent niet de afbeeldingen in de beeldhouw en schilderkunst waarin Mozes de stenen tafelen toont op de berg Sinai, waarop de Tien Geboden staan ?
 
Woorden die van grote INVLOED zijn geweest in de ETHIEK en die grote invloed hebben gehad op Jezus, die in de Bergrede deze woorden opnieuw interpreteerde.
En dan die andere Godsman: ELIA, vertrouwd met donder en bliksem, die na dat sensationele wonder op de KARMEL, het niet meer ziet zitten, en zegt: “God, neem mijn ziel maar weg, ik kan dit niet meer aan, laat mij maar sterven, het haalt toch allemaal niets uit !” Tot 2x toe wordt aangestoten door een engel die zegt: “Richt je op en eet”…        
En daarna is er die Godsverschijning, zo zacht en onweerstaanbaar, dat Elia NIEUWE KRACHTEN opdoet en terug kan gaan naar de mensen, terug naar Israël, om Jehu tot koning en Elisa als zijn opvolger te zalven.
ELIA is ons vooral bekend als de man, die het niet kon aanzien hoe de waarde van een mens vernietigd kan worden door mensenvretende afgoden, die de uitdaging aanging met de Baalsprofeten op de Karmel.

Mozes en Elia, beiden zijn BETROUWBARE GETUIGEN  van de mogelijkheid van leven DOOR  DE CRISIS HEEN… Zij weten van het LIJDEN EN OPSTANDING, zij vertegenwoordigen Gods onophoudelijke rechtvaardiging van de rechteloze. Zij weten dat God de vernederde en verdrukte mensen niet in de steek laat. Deze  beide getuigen staan naast JEZUS als hij ZIJN MESSIAANSE weg door lijden en dood zal gaan.  Zij zullen Hem inwijden in het diepste geheim van het leven: hoe je dwars door afbraak en lijden heen toch leven kunt vinden, dat de moeite waard is en dat bestand is tegen vergankelijkheid.
Alle drie evangelisten, die dit gebeuren op hun manier vertellen,willen ons  zeggen, dat de opstanding niet een bovenaards mysterieus gebeuren is, maar dat wij ook al vanuit de Schriften kunnen leren, dat God zijn mensen niet in de steek laat, maar ook, dat je eerst GESTORVEN MOET ZIJN OM OP TE STAAN… Er is en er zal GERECHTIGHEID zijn, DOOR DE CRISIS HEEN ! 
  
Over welke crisis hebben we het dan ? De crisis van onze doodlopende wegen ? De crisis die je in de rug overvalt, waar je je machteloos bij voelt (Japan)? De crisis van onze welvaartsstaat ?
Wat PETRUS zegt is oermenselijk: Laten we DOEN ALSOF ER GEEN CRISIS IS ! Laten we iets doen om deze ontmoeting op de berg vast te houden, en niets meer riskeren. Laten we nu al toetreden tot de heerlijkheid, die wij zo goedkoop in handen hebben gekregen.  Laten we alsjeblieft die aangekondigde ellende en dood maar vergeten…. Laten we doen alsof het nu al Pasen is… Het is een diepgewortelde menselijke eigenschap om wat wij als goed en veilig ervaren te willen bestendigen. 

Alleen hebben we dan vaak niet in de gaten dat we andere belangrijke ontwikkelingen in de weg staan.
CALVIJN tekent bij deze woorden van Petrus aan: “Wat had het betekend om op die manier het Rijk van Christus in te sluiten in een ruimte van 20, 30 voet,     waar zou de verlossing der hele kerk, waar de gemeenschap van het eeuwig heil gebleven Zijn ?” Je kunt er aan toevoegen: Wat zou er van de wereld terecht gekomen zijn, als de belofte van de opstanding voorbij was  gegaan aan het lijden van al die miljoenen in onze wereld die nauwelijks aan leven toegekomen zijn ? Wat Petrus wil, dat willen wij allen. We willen nu al verlost zijn voor onszelf. Petrus blijft zich verzetten tegen het lijden en daarmee ook tegen de redding uit het lijden: de opstanding. Wat hij wil, dat is de verlossing van enkelen, van bevoorrechten.
Maar in de OPSTANDING gaat het om BEVRIJDING UIT DE CRISIS, uit de dood. Opstanding, dat is de erkenning van de gebrokenheid van deze aarde, van de diepte van onze zonde.;

De opstanding is het antwoord op het radicale neen, op het kruis. Het is Gods antwoord op ons onvermogen, op onze zonde. Daarom mogen de dicipelen niet spreken over de verheerlijking, voordat Jezus uit de doden is opgestaan.   Daarom wordt iedere genezene het zwijgen opgelegd.  Want de verheerlijking en ook alle wonderen, die geschieden, zijn tekenen van de komende gerechtigheid voor allen die in nood zijn.
De wereld kan niet gered worden zonder bekering, zonder crisis en zonder opstanding. Dat is wat Petrus en de zijnen, wat wij moeten LEREN. Dit gebeuren op de berg der verheerlijking is niet meer dan een teken van een gerechtigheid, die over ons allen zal worden geopenbaard, en waarin iedere bevoorrechting van de een over de ander zal zijn opgeheven.
Daarom: LUISTER NAAR HEM, en WEEST NIET BEVREESD, MAAR RICHT U OP...

Dan zien ze alleen Jezus. Ze zijn op Hem aangewezen.  Samen met Hem dalen ze de berg af om daar in de vlakte de nood van mensen tegemoet te treden, om de weg van de liefde en van de geboden te gaan. En je weet dat je gedragen wordt door die STEM die zegt  “Je bent mijn liefste de dochter, jij bent mijn liefste zoon”…..
Al is er op de wereld maar één mens die wij uit het land Egypte en de gehoorzaamheid aan Baal hebben weggevoerd, dan is de hemel ons heel nabij.......
 
Gemeenteberaad in maart PDF Afdrukken E-mail

Gemeenteberaad in maart

De ontwikkelingen rond eenwording van de kerk in Amstelveen-Zuid en de mogelijke bouw van een kerkelijk centrum in de Westwijk hebben momenteel de volle aandacht van de kerkenraad.

De kerkenraad wil de actuele stand van zaken aan u voorleggen en met u bespreken.

Voor dit gemeenteberaad zijn twee interactieve bijeenkomsten gepland en wel:

op maandagavond 21 maart a.s vanaf 20.00 uur in d’ Achterkant en

op vrijdagmiddag 25 maart van 13.30 tot 15.30 uur het wijksteunpunt Dignahof, Dignahoeve 174.

 
Een super PJR Theaterweekend 2011! PDF Afdrukken E-mail

Een super PJR Theaterweekend 2011!

Van vrijdagmiddag 4 maart  t/m zondagmorgen 6 maart hebben 22 tieners zich ingezet om het verhaal over Ruth in een theaterproductie om te zetten.

In vier studio’s in de Paaskerk werd hard gewerkt aan drama, muziek en dans. En in de decorstudio werden lakens omgetoverd tot een 10 mtr. lang decor.
Op zaterdagavond de generale repetitie. Toen werd alles ineens een prachtig geheel.

Na een gezellig discofeestje probeerden tieners en leiding wat te slapen om zondagmorgen heel vroeg weer aan de slag te kunnen gaan..
En het is hen weer gelukt! Het was super! Een topper!

In een volle kerk hebben alle mensen ademloos en ontroerd zitten kijken hoe tieners het bijbelboek Ruth,  op hun eigen manier, opnieuw lieten zien, horen en beleven.
Vanuit het heden terug in de tijd. Mensen, vreemdelingen nu en toen, op zoek naar liefde en geluk.

Dank aan alle vrijwilligers die zich samen met de tieners ingezet hebben om dit Theaterweekend tot een groot succes te maken.
PJR Inke Otting

Zie hier een kleine fotoimpressie:

 

 
Belijdenistekst Remonstr. Br.schap(door ds. H. Koetsveld PDF Afdrukken E-mail
Filipenzen 2:1-11, belijdenistekst Remonstrantse Broederschap Berlicum 9 juli 2006, Engelen 27 augustus 2006, Lith 22 april 2007, Dordrecht 26 augustus 2007, Hengelo Thabor 14 oktober 2007 Delden oktober 2010, Almelo en Dronten 20 februari 2011, Amstelveen 6 maart 2011

Afgelopen najaar sprak onze synode over de nota ’Spreken over God’. Een nota die het levenslicht zag n.a.v. een boekje van collega Klaas Hendrikse die een inzicht van eind 19e eeuw weer eens oppoetste, namelijk dat je niet meer kunt spreken over het bestaan van God, hooguit over God als een gebeuren, of God in het gebeuren. Nou ja, niemand is de kerk uit gegooid en da’s mooi, maar tegelijkertijd vind de voorzitter van de synode wel dat er grenzen zijn aan wat je wel en wat je niet kunt zeggen zonder dat het vervolgens duidelijk is wat die grenzen zijn. Dat kan ook nooit duidelijk worden, want wie heeft God gezien? En wat weten wij nu op de keper beschouwd van God. Het is hoe dan ook volstrekt duidelijk, eens te meer, dat tal van geloofsvoorstellingen aan het verschuiven zijn. (Overigens is deze nota nu als gespreksonderwerp in de gemeente te bestellen)
Wie durft, wie kan er nog woorden vinden om samen te vatten wat het christelijk geloof inhoudt, voorstelt, wat het zich verbeeldt?

Dat zoeken is geen bezigheid van de laatste tijd. Want zo lang als de kerk bestaat, zo lang zijn er de pogingen om het geloof – laat ik zeggen – op formule te brengen, samen te vatten, in de kern te verwoorden. We lazen net die bekende tekst die de apostel Paulus schreef aan de gemeente van Filippi en die beroemde passage over de gezindheid van Christus beëindigt hij dan met de woorden: ‘Jezus Christus is Heer’. Vermoedelijk hebben we hier met de oudste en kortste christelijke belijdenis te maken. Niet de keizer met al zijn macht en kracht is Kurios, is Heer, maar de gekruisigde, de man uit Nazareth, die geen enkele macht en geen enkel aanzien naar zich toetrok. De oudste christelijke belijdenis spreekt heel nadrukkelijk over Jezus en over hem zijn in iedere christelijke belijdenistekst woorden te vinden.
Want eigenlijk direct na Goede Vrijdag en Pasen begon het nadenken over zijn betekenis en zijn persoon.

Daar kwam nog bij dat het evangelie de vertaalslag moest maken van een intern joodse aangelegenheid naar de toenmalige internationale Grieks/Romeinse wereld. Wie was die Jezus? Wat betekent dat wonderlijke verhaal van zijn opstanding uit de dood? Waar was zijn dood met terugwerkende kracht dan goed voor? Hoe verhoudt hij zich tot God? Vragen te over. Antwoorden ook trouwens. En de apostelen en zij die na hen de leiding van de kerk overnamen hadden hun handen er vol aan om ‘de boel een beetje bij elkaar te houden’.

En om dat voor elkaar te krijgen, de snel uitdijende christelijke gemeenschap een beetje bij elkaar te houden, werden na eindeloze disputen, vergaderingen en concilies belijdenisteksten opgesteld die de christelijke waarheid in de kern zouden samenvatten. Handig voor intern gebruik: voor geloofsonderricht, om mensen wegwijs te maken in het geloof, om bij de hand te hebben in tijden van onzekerheid, om de grenzen te kunnen stellen ook: dit en dat zien wij als de waarheid, zo wil het christelijk geloof verstaan worden.

En natuurlijk ook voor extern gebruik: om andersdenkenden in kort bestek te kunnen vertellen waar het uiteindelijk om gaat, om de overheden te informeren over het hart van het geloof, om mensen die nog geen kennis van het christelijke geloof hebben een korte samenvatting te kunnen geven.
Belijdenissen als bakens, ijkpunten, begrenzingen van wat men op dat moment als waarheid zag. Ik zeg ‘op dat moment’. Dat klinkt nogal modern relativistisch, alsof het op een ander moment al weer anders zou zijn. Dat vind ik inderdaad, maar de schrijvers van de belijdenisteksten zagen dat anders. Het ging om niets minder dan de eeuwige waarheid en als het moest dan werd er alles teweer gesteld om die waarheid te verdedigen. Zo nodig te vuur en te zwaard. Er zijn een hoop doden gevallen in de kerkgeschiedenis ter wille van de waarheid. De zaken werden scherp gesteld.

Voorbeeld: de belijdenis van Athanasius, een van de drie algemene belijdenissen (redactie 6e eeuw n. C.) eindigt met de volgende woorden: ‘Dit is het katholieke geloof. Wie die niet getrouw en vast gelooft, kan niet behouden worden’. Einde citaat. Dan heb je toch een probleem als je in de tekst dingen tegenkomt die je inderdaad niet getrouw en vast gelooft. De tekst als scherprechter. Te vaak heeft de kerk het zo gebruikt. En voerde men het oordeel vast uit, het oordeel waarvan men zeker meende te weten dat dat ook Gods oordeel zou zijn.

De protestantse traditie is op dat spoor doorgegaan, met belijdenisteksten die ten opzichte van de vroegchristelijke flink waren uitgebreid. De grenzen moesten streng bewaakt tegenover zowel het rooms-katholicisme – menigeen heeft wellicht nog de tekst uit de Heidelbergse Catechismus over de verderfelijke paapse mis uit het hoofd moeten leren -, maar ook tegenover theologen die naar veel meer ruimte en denkvrijheid zochten. Waaronder met stip de Remonstranten, de vrijdenkers van wie we de recente belijdenistekst net gelezen hebben. Maar de Dordtse leerregels en de Nederlandse Geloofsbelijdenis stellen vlijmscherp: zulke mensen kunnen het heil vergeten.

Nu wordt de reformatorische soep doorgaans al lang niet meer zo heet gegeten als die toentertijd werd opgediend. Anekdote: toen ik mijn kerkelijk examen had gedaan moest ik als aankomend predikant met mijn handtekening instemming betuigen met de drie formulieren van enigheid, de drie protestantse belijdenisteksten die wemelen van de geloofsvoorstellingen waar een gelovige van nu veelal geen kant mee op kan. Voordat ik tekende heb ik tegen de aanwezige afgevaardigden van de classis gezegd dat ik mij inhoudelijk weinig of niets kon voorstellen bij wat ik ondertekende, maar dat ik het zou doen met hetzelfde dubbele gevoel waarmee de aanwezigen dat zelf vermoedelijk ook ooit gedaan hadden. Ik vroeg de scriba die opmerking in de notulen op te nemen. Meer dan wat ongemakkelijk gegniffel kwam er niet.

Onze kerk, de uit fusies samengestelde Protestantse Kerk in Nederland, onderschrijft formeel nog steeds die drie algemene belijdenissen, samen met de eerder genoemd drie protestantse belijdenissen uit de 16e  en 17e eeuw, en sinds de fusie aangevuld met een Lutherse belijdenis. Maar slechts een deel van de kerk, vooral  te vinden in de behoudende Gereformeerde Bond, ijkt het geloof nog min of meer op die belijdenisteksten. In de praktijk is onze kerk een pluralistische kruiwagen vol kikkers die lustig alle kanten op willen springen.
Bovendien leven we in een tijd van individualisme en postmodernisme (volgens sommigen in de nadagen daarvan): de grote verhalen, de grote lijnen, de grote tradities ook lijken aan hun einde te zijn gekomen; maken in elk geval een tijd van verval door. Het postmodernisme: alles is een beetje waar en een ieder googelt en zoekt zijn of haar waarheid bij elkaar. Een gegeven dat in menig godsdienstsociologisch onderzoek naar voren komt.

Dat gegeven van al die shoppende mensen die hun eigen waarheidjes bij elkaar sprokkelen roept tegelijkertijd ook de behoefte op aan een nieuwe duidelijkheid en dat is inmiddels overal voelbaar. Onze landelijke kerk kwam een aantal jaren geleden met een nota: ‘Leren leven van de verwondering’. Mooie titel, enthousiast onthaal in de synode met natuurlijk naar goed protestants gebruik de nodige kritische noten overal in den lande: te veel zus, te weinig zo. De synode haalde het dan ook niet in het hoofd om de tekst het karakter van een belijdenis mee te geven. Het zou zonder twijfel de prille fusie zwaar onder druk hebben gezet. Nee, het wordt een ‘uitgangspunt voor het beleid’ genoemd. Een beleid van de ene na de andere bezuiniging, maar inhoudelijk niet goed weten welke kant het op zou moeten gaan. Ja, we moeten vooral missionair worden, naar buiten gericht, maar waarmee? Daar zijn we grondig verdeeld over.

Wie schetst mijn verbazing en verrassing toen ik vlak daarna de nieuwe belijdenistekst van de Remonstrantse Broederschap onder ogen kreeg. Even ter opfrissing van uw kennis van de kerkgeschiedenis: de Remonstranten waren de mensen die in de loop van de 16e en 17e eeuw niet uit de voeten konden met de loodzware reformatorische leer van de dubbele uitverkiezing: God zou mensen vanaf de grondlegging van de wereld al in twee groepen hebben voorbestemd: zij die behouden zouden worden en zij die verloren zouden gaan. Mocht het probleem zich nu nog serieus voordoen, dan zouden wij met z’n allen terstond Remonstrants worden, vermoed ik. Maar dat terzijde. Terzijde 2: wat ontzettend jammer dat de Broederschap niet in het Samen-op-Weg proces betrokken is geworden.

Een nieuw belijdenisgeschrift dus, inderdaad geschreven met het oog op de post-moderne verwarring, want wat is nog waar? Wat kun je nog in hedendaags Nederlands over het geloof zeggen zonder er direct alles relativerend achteraan te roepen dat je ook maar wat zegt en voor jouw opvatting een betere?
De Remonstranten hebben het aangedurfd om een tekst te ontwerpen die richting geeft, en tegen alle verwarring en vaagheid en relativisme onder woorden brengt wat het christelijk geloof voor mensen van nu kan betekenen. Heel nadrukkelijk niet als begrenzing en beperking, maar als ruimte om verder te denken en te bezinnen.

En zo kom ik bij de tekst zelf. Ik moet uitkijken dat ik niet al te zeer in superlatieven over deze tekst ga spreken. Maar de aanhef vind ik magistraal en ontroerend tegelijk: ‘Wij beseffen en aanvaarden dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden, maar in verwondering over wat ons toevalt en geschonken wordt’ Voel je wel, wat een ruimte hier direct wordt gemaakt? Je vindt je rust niet in een geschrift, in een tekst die de waarheid zou moeten bevatten. Ook deze niet dus. Nee, het gaat onmiddellijk om het leven, over de verwondering over wat ons daarin geschonken  wordt. De rijkdom van het geloof wordt niet gevonden in formules van waarheid, maar in ervaringen van verwondering en genade.

Met drie van die formules waarin eerst wordt gezegd hoe het niet is, om vervolgens alle ruimte te maken voor hoe het geloof zich wel manifesteert, komen de opstellers bij de meer geloofsinhoudelijke thema’s. Tal van belijdenisteksten kennen de trinitarische opbouw van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het is een vondst van grote eenvoud en betekenis dat die volgorde in deze tekst is omgedraaid.

Het begint dus met de Geest. En het eerste wat van de Geest wordt gezegd is dat die al wat de mensen scheidt te boven gaat. Opnieuw, wat een ruimte. En wat worden hier tegelijkertijd harde noten gekraakt over al onze onderlinge begrenzingen van wij en zij. De Geest bezielt mensen tot wat heilig is en goed. Wat een perspectief wordt hier geboden. Wat een enorme visionaire kracht ligt in deze woorden verborgen, omdat dit geloofsbesef doet zoeken naar de wijze waarop de Geest ook in andere tradities dan de onze mensen bezielt en vooruitroept naar de toekomst.

Hier worden grenzen geslecht die eeuwenlang mensen uit elkaar hebben gehouden.
Ik hoor hier niet alleen de begrenzingen in tussen de christelijke kerken, maar alle begrenzingen komen onder kritiek te staan, en hoe actueel in deze tijd van groeiende spanningen tussen het ‘westerse’ christendom en de islam en tussen hindoeïsme en islam.

De tekst zet zo anders in: er is één werkelijkheid die al onze kleine en afgebakende  ‘werkelijkheidjes’ te boven gaat: het is de werkelijkheid van Gods Geest. Daar waar dit beleefd, gezien, ervaren, geloofd gaat worden, daar wordt het zaad van de vrede en het Koninkrijk ruimschoots gezaaid en het zal vruchtdragen.

En dan komt dat deel over Jezus, ik zei net al, in ieder christelijk belijdenisgeschrift een belangrijk onderdeel, omdat de kerk van den beginne heeft gezocht naar woorden en beelden die zijn verhouding tot God en de betekenis van zijn lijden en opstaan wilde beschrijven. ‘Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God die ons aanziet en verontrust’.

Hoe de relatie tussen Jezus en God te beschrijven? Probleem van de kerk vanaf het allereerste moment. Ik laat ter vergelijking even de belijdenis van Constaninopel-Nicea van 325 n C. aan het woord: ‘Wij geloven in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader, en door wie alles geworden is…’ Mooie taal, maar zo zouden we het nu nooit meer zeggen.

Maar de bedoeling is dezelfde: de intense band tussen God en Jezus beschrijven. De Remonstranten houden het zo eenvoudig mogelijk, met taal die ruimte laat voor verschillende invullingen: ‘een van Geest vervulde mens’. Is hij de enige, zijn er zo meer zoals hij? Maar de tekst gaat verder: ‘het gelaat van God die ons aanziet en verontrust’. Niemand heeft ooit God gezien. Maar in de mens Jezus herkennen wij de trekken van de Eeuwige. En als wij dat herkennen in Jezus, dan verontrust ons dat. Want dan zien we tegelijkertijd alles in ons eigen leven, in de mensen om ons heen en in de samenleving dichtbij en verder weg wat zo haaks staat op zijn woorden van liefde en recht.

De discussie, de moeizame discussie die zo onbevredigend is verlopen de laatste jaren over de opvattingen van theologen als Nico ter Linden en Cees den Heyer over de opstanding, -  je hoort in de zeldzame zorgvuldigheid van de hier gekozen woorden een mogelijkheid om de elkaar uitsluitende opvattingen te overbruggen: ‘Hij had de mensen lief en werd gekruisigd, maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij’.

Ten aanzien van deze geloofsuitspraak over Jezus ligt mijn belangrijkste punt van kritiek. Jezus komt mij te veel ‘uit de lucht vallen’. De apostolische geloofsbelijdenis zei nog: ‘geboren uit de maagd Maria’. Waarbij dan alle nadruk komt te liggen op de bijzondere geboorte. Ik mis de historische en theologische verbinding met Israël. En ik zou dat er als eerste bij gezegd willen hebben: wij geloven in Jezus, zoon van Israël, een van Geest vervulde mens enz.

God wordt niet de Vader, maar - overigens helemaal in de traditie van Israël - de Eeuwige genoemd. Ondoorgronde liefde, grond van het bestaan, waarmee het klassieke thema van de schepping in woorden van nu vertolkt en vertaald wordt.

De ruimte die ik net al noemde, de ruimte die de verbondenheid met de ander zoekt, komt in het laatste deel over de kerk nogmaals nadrukkelijk terug. We zijn geroepen, met Christus en allen die geloven verbonden, kerk te zijn in het teken van de hoop.

Eén kerk dus, misschien dan wel verdeeld in tal van kerkgenootschappen, maar wel één kerk. Elke aanspraak de ware kerk te zijn, of de voortzetting van de ware kerk te zijn kan wat de opstellers van deze tekst aangaat bij het gescheiden huisvuil. Het zoeken naar de waarheid mag gerecycled worden, om terug te keren als grondstof voor authentiek zoeken; maar de arrogantie en de hoogmoed: weg ermee.

En wat van Christus eerder werd gezegd, dat wordt nu ook van ons persoonlijk gezegd: dat ons leven verloopt in de tijd die God schenkt: tijd om te leven, te sterven en op te staan in het koninkrijk dat is en komen zal. We zijn mensen die geroepen worden. En dan komt het aan op horen, op verstaan. En daarom lazen we net de belijdenis van Israël, want in die traditie staan wij als christenen: ‘Hoor Israël, Sjema Jisraël, de Eeuwige, jouw God, de Eeuwige is één’. Hoor, geroepen worden, woord, verstaan. Ook nu, ook in onze tijd zal het daarop aankomen.

Het woord van Paulus dat God zal zijn alles in allen is mij uitermate dierbaar, om dezelfde redenen van ruimte en grensoverstijging die ik in het begin noemde. Menigmaal beëindig ik mijn preken er ook mee, want korter en mooier kan het niet gezegd worden. Deze belijdenistekst eindigt tot mijn grote vreugde ook met deze tekst van de apostel: God zal voor eeuwig zijn: alles in allen.

Ik ga afronden. Zonder overdrijving wil ik zeggen dat deze belijdenistekst op dit moment, in deze tijd, in ons taalgebied een zegen is voor alle kerken, en meer dan dat, voor heel onze samenleving. De Remonstrantse Broederschap kreeg in de hoofdstroom van het Nederlandse protestantisme niet de ruimte om te mogen geloven in vrijheid. Hen werd het oordeel aangezegd. Nu, zoveel eeuwen van verkettering en gescheidenheid later, reikt dit kleine kerkgenootschap ons over de grenzen van weleer een uitermate kostbare tekst aan die te denken geeft,
die richting geeft, die bruggen bouwt, en ontvouwt, die de verlammende relativering van alles is wel een beetje waar achter zich laat, en die ons boven alles opnieuw op het spoor zet van Jezus, zoon van Israël, die ons in alles is vooruitgegaan op weg naar Gods toekomst, inderdaad, als de Eeuwige zal zijn, alles in allen. Hij, het gelaat Gods, dat ons aanziet en verontrust.

Laat de afsluitende lofprijzing van de belijdenis, ook die van dit moment mogen zijn:
Aan God zij de lof en de eer, in tijd en eeuwigheid. Amen

 
Aswoensdag. PDF Afdrukken E-mail
Aswoensdag.
Komende woensdagavond is er als begin van de veertigdagentijd om 20.00 uur een dienst van Schrift en teken. Na de overweging is er de mogelijkheid om getekend te worden met as, het zogenaamde askruisje.

Maar de dienst heeft ook genoeg voor wie geen affiniteit heeft met dit ritueel. In de twee voorgaande jaren hadden we op Aswoensdag een oecumenische dienst in de St. Urbanus die momenteel gesloten is vanwege een restauratie. In de kerk hangt een kruisweg, 14 schilderingen van René Rosmolen.

Voorgangers in de dienst: de karmelietes Sanny Bruijns en Ds. Gert Jan de Bruin.

Vier mensen die zich opgaven, maken op deze avond een autodienst mogelijk: Toos van Mourik (t. 4417 354), Janny Saathof (t. 6416 967), Wim Coeveld (t. 6472 814) en Pieter Legerstee (t. 6407 858).

 
Matteüs 6: 24-34 (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
Matteüs 6: 24-34

We leven in een dwaze wereld. Jongeren en ouderen, hijgend en puffend, vaak aan het einde van hun Latijn. Het begint al bij kinderen op school die soms alle zeilen moeten bijzetten om niet uit de boot te vallen. Sommige kinderen moeten zich anders voordoen dan ze zijn, willen ze niet gepest worden. 's Middags komen ze uitgeput thuis, als je je op school groot moet houden, wil je thuis wel klein zijn. Wat vermoeiend om een el aan je lengte te moeten toevoegen. Er zijn nogal wat mensen die in het arbeidsproces op hun tenen lopen om bij te blijven. Door alle veranderingen in het werk voelen ze zich bij tijden overvraagd. Overdag rechten ze hun rug maar 's avonds zakken ze in elkaar en vallen voor de televisie in slaap. Het is ook haast niet vol te houden om almaar op je tenen te lopen, uit angst voor overplaatsing of ontslag. Wie overdag niet op beide voeten kan staan, heeft 's avonds kramp in de kuiten.

Maar waarom toch die kramphouding? Al die zorgen? Alleen al de zorg om onze zorgen te camoufleren. Hoe is het met u? O, uitstekend. Met u ook? Mij hoor je niet, zegt iemand die door tegenspoed getroffen is. Als ik me met anderen vergelijk, ben ik er nog goed vanaf gekomen. Is het niet vreemd om eigen leed zo te bagatelliseren; terwijl we toch weten dat het delen van zorg verlichting brengt.
Altijd maar dat gekmakende vergelijken. Heeft hij een nieuwe auto? 't Wordt tijd dat ik ook eens bij de dealer een kijkje ga nemen. Gaat zij op wintersportvakantie. Hoogste tijd voor mij om naar het reisbureau te gaan. Waarom willen we toch in allerlei zaken groter lijken dan we zijn? Een klein kind kan nog onbeschroomd zeggen: ik wil groot zijn. Maar als het dan later groot gegroeid is, volwassen is, blijft dat het motto van zijn leven: ik wil groot, ik wil groter zijn. In al ons jachten en jagen ontdekken we een vreemde onrust. Wie al maar op weg is naar groter en meer, zal pijnlijk ontdekken tijd te kort te komen. Maar wie kan een el aan zijn levensduur toevoegen door bezorgd te zijn?

Maak je geen zorgen, hoorden we zo-even. Dat is een woord dat blijft haken bij bezorgde mensen. Als ik met een bruidspaar hun trouwviering voorbereid, vraag ik uiteraard wat er in de dienst gelezen moet worden. Meer dan eens wordt er gekozen voor dit fragment uit de bergrede. Maak je niet bezorgd klinkt dan, als kortste samenvatting van dit gedeelte, uit de mond van bruid of bruidegom. 't Komt ergens uit het evangelie wordt er soms bijgezegd, in het vertrouwen dat ik wel weet waar het staat. Ik zeg het nooit hardop maar denk dan stilletjes: die woorden 'maak je geen zorgen' komen minder uit het evangelie als wel uit jullie fantasie. In het vervolg hoop ik u dat wat duidelijk te maken.

Nu denkt u wellicht: wat heeft het voor zin om tegen mensen die in zorgen zitten te zeggen: maak je geen zorgen. Is dat geen pastoraat van de koude grond? Er is iemand die in spanning wacht op de uitslag van een onderzoek. Wat nou: maak je geen zorgen? Een ander telt de weken tot aan het pensioen, een derde ervaart dat de eigen partner steeds meer een vreemde wordt. Maak je geen zorgen - die woorden besterven ons toch op de lippen? Kan iemand met een bijstandsuitkering met zulke woorden de gaten in het huishoudboekje dichten? Met die woorden kun je toch niet in het vliegtuig naar Tripoli stappen? Maak je geen zorgen - die woorden kunnen ons irriteren, is Jezus soms wereldvreemd, kent hij de zorgen van mensen dan niet? Geconfronteerd met zorgen kan je toch niet over vogels en bloemen beginnen? Hebt u nog een herinnering aan Pipo de clown die met Mammeloe in een woonwagen door de wereld trok? Elke keer hoorden we hem aan het einde van het programma weer zeggen: ‘dag vogels, dag bloemen’. Een aardige tekst voor een clown, maar is het niet wat vreemd als het over geloven gaat?

‘Geen zorgen’ doet het leuk op een wandtegeltje. Maar als mensen, net als bruidsparen, zeggen: maak je geen zorgen staat toch in de bijbel is er maar één reactie mogelijk: Nee, zo staat het niet in de bijbel! Jezus zegt niet voor niets: dáárom zeg ik jullie, maak je geen zorgen over jezelf. Door dat woordje 'daarom' moeten we luisteren naar wat hij daaraan voorafgaand heeft gezegd. We horen: jullie kunnen niet God dienen én de mammon. Dat is een uitspraak die je nooit als wandtekst tegenkomt. Abraham Kuyper heeft ongetwijfeld gelijk als hij ergens zegt: een christen houdt graag een klein kapelletje voor mammon aan. Niemand kan twee heren dienen zegt Jezus maar als ik naar anderen en mezelf kijk, denk ik: is het wel waar wat hij zegt, kan het echt niet?

Het vergriekste woord mammon is afgeleid van een hebreeuws werkwoord dat vaststaan, bevestigen betekent. Ons woord 'amen' in de liturgie komt van dezelfde woordstam. Dat wat waar is, wat vast staat, waar je pijl op kunt trekken. Mammon staat voor geld en bezit, voor alles wat je zekerheid geeft. Wie zich, zoals mammon doet, als een heer presenteert moet wel veel dienaren hebben. Voor we er erg in hebben worden we meegesleurd door de prioriteiten van de welvaartsmaatschappij. Het gaat altijd weer om de groei van de economie, de hoogte van de winsten, de procenten loonsverhoging. Onze wereld is geheel van de mammon vergeven, steeds klinkt: zorg dat je hebt, dan heb je geen zorg. De vertaling spreekt over de mammon dienen, het staat eigenlijk nog krachtiger: eraan verslaafd zijn. Door de mammon verlies je je vrijheid, het begint met zorgen om eten en drinken en dat gaat dan zo verder, je zwemt als een eend in de fuik van meer en meer, van groter en dikker. Je wordt opgejaagd, het leven wordt steeds meer door stress geplaagd, je hoopt vastigheid en zekerheid te vinden maar die krijg je nooit van de mammon, die kent het woord 'genoeg' niet.

Niemand kan twee heren dienen. Op eerste horen wellicht een wat vreemde uitspraak, maar er waren in Jezus' dagen slaven die twee heren hadden, slaven die bijvoorbeeld door een erfkwestie eigendom waren geworden van twee broers. Dan kwam het voor dat de slaaf door de ene heer geroepen werd voor een klus en even later door de andere heer. Een onmogelijke spagaat. Jullie kunnen niet God dienen en de mammon zegt Jezus. Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf. Met andere woorden: Jezus spreekt hier niet als een wonderlijke asceet die geen oog heeft voor wat wij nodig hebben, voor reële zorgen. Maar hij heeft kijk op onze nood, veroorzaakt door de mammon. De mammon houdt ons in zorgen gevangen, zegt dat we schatten moeten verzamelen, brengt ons terug in een land van slavernij. Maar je kaarten op de mammon zetten is geen natuurnoodzakelijkheid. Daarmee zijn wij niet verlost van alle zorgen, maar er zijn zorgen die Jezus ons niet gunt.

Kijk eens naar de lelies, hoe ze groeien. We krijgen aanschouwelijk onderwijs van Jezus. Lelies die groeien - gelijk kan een nieuwe zorg in ons wakker worden: groeien wij wel? Zit er wel voldoende groei in uw en mijn leven? Maar we mogen ons spiegelen aan een lelie in het veld, een bloem uit een veldboeket. Zie hoe ze groeien! Wat doen ze daarvoor, volgen ze allerlei groeicursussen? Welnee, ze werken niet, zegt Jezus. Maar door zon en wind en regen groeien ze. Als de lelies zich zouden afvragen: wat zullen de mensen wel van ons denken, raken ze snel verwelkt. Maar ze staan fier in het veld. Bloemen kijken niet in de spiegel; dat laten ze aan ons over. Bloemen kijken omhoog, naar de hemel. Daarin gaan ze ons voor. Wij kunnen in de spiegel een bezorgd gezicht zien en moeten soms uitkijken dat we niet uit het veld geslagen raken door rimpels en grijze haren. Geen lelie vraagt zich af: waarom ben ik niet iets heel bijzonders, een edelweiss op een Zwitserse berghelling of een prachtige orchidee. Maar voor we er erg in hebben, gaan wij onszelf met anderen vergelijken. Waarom durven we niet gewoon onszelf te zijn? Een mens kan zich zorgen maken, gevoed door angst om in de ogen van anderen niet mee te tellen. U hebt misschien maar een beetje geloof in huis en er zijn er in uw omgeving die geweldig over hun geloof kunnen spreken… Maar waarom dat vergelijken? Klopt de vraag: 'wat zullen ze van me vinden?' regelmatig als een specht aan uw gehoorbeen? Maar u valt toch niet samen met het oordeel dat anderen over u hebben. Als de Eeuwige groot over u denkt, hoeft u zich voor mensen niet klein te houden. Maar moeten we ons dan niet waar maken, het gaat er toch om dat u en ik wat presteren?

Ach, zegt Jezus, kijk naar de vogels in de lucht, ze zaaien niet, oogsten niet en leggen geen voorraden aan. Zie die vogels, hoe zij fluitend een nieuwe dag inluiden op hoop van zegen. Niet dat zij de hele dag stil zitten maar voor de vogels geldt: eerst fluiten en zingen, dan aan de slag. Ze laten zien dat het leven allereerst een geschenk is en dan pas een opdracht. Zo leren we dat het er niet allereerst omgaat wat onze handen vinden om te doen, maar dat we ons uit handen mogen geven, dat de God van Israël een zorgende God is. Jezelf uit handen geven: dat valt niet mee en nu zeg ik het nog heel zuinig. Het past totaal niet bij onze cultuur die ons van jongsaf aan inprent dat je initiatief moet nemen, het heft in eigen hand moet nemen. Zorg voor zekerheid, vastigheid. Maar Jezus zegt ons dat op die weg de zorgen zich vermenigvuldigen. Ontdek aan de vogels en de bloemen een andere kwaliteit van leven, een diepte in het bestaan die geen voorraadschuur je bieden kan. Al die zorgen van God voor bloemen en vogels, hoeveel te meer dan voor ons… Hoe groot is je geluk als je daar oog voor krijgt.

't Is God of de mammon. Twee heren dienen is een onmogelijke mogelijkheid. Een blik op de vogels in de lucht of de lelies in het veld zou ons al genezen. Vogels en bloemen zijn een gelijkenis van meer dan aards geheimenis, luidt een prachtige regel van dichter Jan Wit. Een gelijkenis van meer dan aards geheimenis. Vogels en bloemen zijn signalen van de Eeuwige, knipoogjes. Wat een zorgen kunnen van ons afvallen, wanneer ons oog valt op Gods zorg voor vogels en bloemen. In Gezang 479 dat we straks als slotlied zingen, heet het:
Gij, God hebt de bloemen op de velden met koninklijke pracht bekleed.
De zorgeloze vogels melden dat Gij uw schepping niet vergeet.

Kan die geborgenheid in God ons niet iets geven van de vrijheid van vogels in de lucht?    

 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Resultaten 71 - 80 van 210
spacer.png, 0 kB