spacer.png, 0 kB
Home arrow Blog
A blog of all section with no images
Kerstdiner tweede kerstdag PDF Afdrukken E-mail


In de Zuidwester heeft u al kunnen lezen dat er ook dit jaar weer een kerstdiner wordt georganiseerd op tweede kerstdag. Vanaf 15.00 uur bent u van harte welkom in de Achterkant. Onder het genot van een (klein) hapje en drankje is er o.a. de mogelijkheid om met elkaar spelletjes te spelen. Om 18.00 uur zal u worden uitgenodigd voor het kerstdiner. Dit bestaat uit een buffet met warme en koude gerechten en een heerlijk dessert.

Voor deelname aan het kerstdiner wordt een eigen bijdrage van 15,- gevraagd.

Er is plaats voor maximaal 50 personen. Iedereen is van harte welkom. Als u niet op eigen gelegenheid naar de Achterkant kunt komen, is er de mogelijkheid dat u opgehaald kunt worden.

Wilt u deelnemen aan het kerstdiner, dan kunt u zich voor 20 december opgeven. Bij voorkeur door het strookje dat u in de Zuidwester vindt in te vullen en dit naar mij op te sturen of in de kerk aan mij af te geven. Achter in de kerk liggen ook nog een aantal uitnodigingen die u kunt gebruiken.

Ik hoop dat we met elkaar ook dit jaar weer een hele gezellige middag en avond hebben.

Met vriendelijke groet,

Arjan Steur

 
ADVENTPAKJESACTIE 2009 PDF Afdrukken E-mail

Op zondag 13 december a.s. wordt de jaarlijkse Adventpakjesactie gehouden. U doet toch ook weer mee? Vandaag wordt de flyer uitgedeeld met alle informatie. En wilt u een handje helpen?

Welkom op zondag 13 december om 11.45 uur in de Pauluskerk, daar wordt dit jaar alles uitgezocht en ingepakt.

De actie wordt georganiseerd door de PJR en het College van Diakenen. Informatie is te vinden op de websites van de wijkkerken en op www.pjramstelveen.nl

Of kijk hier.

Coördinatieadres: PJR – Inke Otting te. 6437596 of 6430362     
 
JEU DE BOULES (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
Niels en Erik zitten bij elkaar in de klas en spelen vaak samen. Op een middag, als de school uitgaat, zegt Niels: 'ik ga straks naar mijn opa, hij is jarig. Lekker taart eten. Dan krijg ik vast weer een euro van hem.' 'Wat? Krijg jíj geld als híj jarig', zegt Erik verbaasd. 'Ja, elke keer krijg ik wat van m’n opa.' 'Waarom heb ik geen opa, vraagt Erik zich hardop af. Niels schudt z’n hoofd: 'dat weet ik niet, maar je kunt in het huis van mijn opa wel een opa vinden. Daar wonen een heleboel opa’s en oma’s.'

Een paar dagen later gaat Erik met Niels mee naar dat grote huis. Boven de ingang staat de naam van het zorgcentrum: Huize Avondzon. Halverwege de lange gang staat een deur open. Aan een tafel zit een meneer in z’n eentje te kaarten. Niels maakt een gebaar naar Erik en zegt zachtjes: 'ga hier naar binnen.' Erik hoest een beetje en loopt dan de kamer in. 'Dag opa.' De oude meneer kijkt op en krabt zich achter z’n oren. 'Wat zeg je jongen, ben ik je opa?' 'Ja opa.' Erik moet er even om lachen. 'Eerder kon ik niet komen, opa.' Dan omhelst de oude meneer Erik. 'Dit is toch ook wat… Wat ben je groot geworden. Hoe oud ben je nu?' 'Acht opa.'  'Wie is dat' en hij wijst naar Niels. 'Dat is mijn vriendje, antwoordt Erik, hij heeft al een opa.'

 

Bijna elke week zijn de jongens in het grote huis. Als het mooi weer is, gaan ze met de opa van Erik naar het park. Als ze daar zijn, vertelt hij mooie verhalen over vroeger. En ze doen op het grasveld een spel met gekleurde ballen die je moet rollen naar een klein balletje. Opa wil altijd met de zilverkleurige ballen rollen. 'Toen oma nog leefde, deden we dit heel vaak, jongens. Zij was er heel goed in.'

 

In de zomervakantie is opa wat ziek. Nu kunnen ze niet naar het park. 'Misschien over een paar weken jongens', zegt opa, maar dat is niet zo. Na een paar weken ligt opa heel ziek op bed. Hij zegt heel weinig en als hij praat, kun je hem bijna niet verstaan.

 

Op een dag worden Erik en Niels op de gang tegengehouden door een mevrouw van het grote huis. 'Jongens, loop maar even met mij mee', zegt ze. Ze gaan naar een kamer met een groot bureau. 'Je moet niet schrikken Erik, maar je opa is vannacht overleden. 'Erik weet niet wat hij zeggen moet. De mevrouw loopt naar een kast. 'Kijk, dit moest ik jou geven Erik. Het zijn de jeu de boules ballen waarmee jullie vaak speelden in het park. Je opa heeft wel een paar keer tegen mij gezegd dat ze ooit voor jou zouden zijn. Zaterdag wordt hij begraven, er is een dienst in de kapel hier. Komen jullie dan ook?'

 

Die dag zitten Erik en Niels in een grote zaal. Een hun onbekende meneer in een soort jurk met een paarse das eroverheen  spreekt over Erik's opa. 'Hij was een vriendelijke man, hoort Erik hem zeggen. Hij maakte met iedereen een praatje. Hij was niet alleen in dit huis, al had hij geen familie.' Erik schudt z’n hoofd, gaat staan en steekt z’n vinger op. Iedereen kijkt naar hem. Even is het helemaal stil, dan zegt Erik: 'hij was mijn opa!'

 

Diezelfde middag gaan de jongens met de jeu de boules ballen naar het park. 'Laten we het vanmiddag anders doen, zegt Erik. Opa speelde toch altijd met de zilveren ballen. Jouw rode ballen, Niels en mijn blauwe moeten zo dicht mogelijk bij de zilveren komen. En als mijn bal dan tegen een zilveren aanrolt, zeg ik: bedankt opa, je was een fijne opa.'

                  

 

 
Laat uw wil gedaan worden... (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
(gelezen: Mattheüs 7: 21-27; Deuteronomium 30: 11-14; 19-20)

Wat bid je eigenlijk als je zegt: laat uw wil gedaan worden... Voor je het weet heb je die paar woorden uitgesproken, maar als je er nog eens over nadenkt, kan je door verlegenheid overvallen worden. Uw wil gedaan... dat levert al snel gefronste wenkbrauwen op. Als we er nu over zouden gaan spreken met elkaar, weet ik al hoe het terugkerend refrein tijdens het gesprek luidt: Gods wil, wat is dat moeilijk. Want het is wel zoeken geblazen naar Gods wil. Hoe komen we daar eigenlijk achter? De conclusie is snel getrokken: het is geen sinecure om Gods wil te verstaan op allerlei knooppunten in ons leven.

 

De klank van de bede heeft aanleiding gegeven tot veel berusting. Je vindt daar nog sporen van in allerlei zegswijzen: de mens wikt maar God beschikt. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Iemand raakt in ellende verzeild en meent het hoofd te moeten buigen. Op grond van die gebedwoorden zoals we ze vroeger zeiden : 'Uw wil geschiede'. En er wordt gemompeld: ik moet het maar aanvaarden. Alsof wat er in een mensenleven gebeurt, samenvalt met Gods wil. Rampspoed - het verstand staat erbij stil, maar het zal wel ergens goed voor zijn. Het zal wel ergens goed voor zijn...  Hebben we de profeten van het oude volk dat ooit horen zeggen? Hebben we dat Jezus ooit horen zeggen? Het zal wel ergens goed voor zijn, die uitspraak zou in Jezus' mond rammelen als een slecht passend kunstgebit. Het heeft er alle schijn van dat de bede 'uw wil geschiede' dan veranderd is in: 'uw gril geschiede'.

 

Terwijl ik 'laat uw wil gedaan worden' kan horen als een onrustige bede, als een woord van verzet. Niets geen onderwerping of berusting. Moge uw wil, o God, zich baanbreken in onze wereld die nog zo ver verwijderd is van wat U met onze wereld voorheeft. Al het kwaad en vuil en menselijk tekort moet nog worden weggebezemd, heel de wereld schoongespoeld. Maar over wat er vandaag allemaal gebeurt in de wereld, over wat we zien en horen - en horen en zien vergaan ons regelmatig - zal niemand toch zeggen dat dát de wil van God is. Wat we nogal eens zien is de wil, de eigenmachtigheid van mensen. Voor ons gevoel lijkt Gods wil vaak schuil te gaan achter een ondoordringbaar wolkendek. Gods heerschappij is nog zo ver weg. Dan valt het nog niet mee om te vragen, te zoeken naar Gods wil.

 

Zou het vroeger anders zijn geweest? Er was, denk ik, minder verlegenheid. De kerk wist meer, wist beter dan vandaag wat Gods wil was. Iets daarvan vind je vandaag nog terug in bepaalde kerkelijke uitspraken. De bisschoppen komen van tijd tot tijd met uitspraken over de seksuele moraal. Opzienbarend vind ik de uitspraken de laatste jaren van de bisschop van Rome over condoomgebruik. Ze zijn in drie woorden samen te vatten: het mag niet. Hoe is het mogelijk?. Als je als mondiale kerk geconfronteerd wordt met de ellende van vele duizenden die besmet zijn met het HIV-virus, hoe durf je, hoe kun je dan zoiets zeggen. Blijkbaar weten de bisschoppen wat mag en niet mag, vertel hen niks over Gods wil, die is hen heel vertrouwd. Is het gek dat de meeste gelovigen zich niet zo veel aantrekken van bisschoppelijke oekazes? Maar bisschoppen hebben geen monopolie op morele kennis en dat geldt uiteraard ook voor een protestantse synode

.

Als we nog eens teruggaan in de tijd, dan zien we hoe tijdgebonden de kerkelijke moraal in allerlei zaken was. Dat ontdek je aan wat er werd gezegd over de man-vrouw verhouding, over het rollenpatroon, over de vrijetijdsbesteding. Dansen gaf geen pas; op mijn eerste werkplek heb ik nog verhalen gehoord wat een deining het gaf, toen er op een gegeven ogenblik dansavonden georganiseerd werden. Het dorp was in last. Sommige ouderen zullen zich wellicht nog herinneren dat het vroeger ongepast was om naar een film te gaan. Om over ongehuwd samenwonen maar niet te spreken.

 

Ik zeg dit niet om over zo'n stukje geschiedenis schamper te doen. Maar om duidelijk te maken dat wat onze grootouders voor Gods wil hielden, een jas is die ons vaak niet meer past. Dat besef noopt tot bescheidenheid vandaag. Er is voor ons trouwens weinig aanleiding om onze morele inzichten van de daken te schreeuwen. En we hebben het daarstraks gehoord: niet de 'Heer Heer zeggers' worden door Jezus gefeliciteerd. Niet de mensen die denken in zijn naam te hebben geprofeteerd, worden zalig geprezen. Je zit op de verkeerde weg als je denkt: als ik nu maar veel vrome dingen zeg, als ik nu maar vaak de naam van Jezus en God noem, dan is het wel goed. Dat herinnert me aan een juf op een basisschool. Die was zo allemachtig vroom, de kinderen in de klas kregen er gewoon de hik van. Rekenen, taal, aardrijkskunde, tekenen, steeds sleepte de juf het geloof erbij. 't Was zelfs zo erg dat toen ze vlak voor kerst tijdens de biologieles vroeg: “het is bruin, heeft een grote staart, springt van boom tot boom en het eet nootjes”, een kind z'n vinger opstak en antwoordde: “je zou denken aan een eekhoorntje, maar het zal wel het kindje Jezus zijn.”

 

Nee, niet ieder die 'Heer, Heer' zegt zal het Koninkrijk binnengaan. Ik hoor daar een aansporing in om zuinig te zijn met woorden. Geen grote woorden als het gaat om het aanwijzen van Gods wil. Het is eerder een oproep om bescheiden te zijn. Wat een onheil is er, de eeuwen door, aangericht bij het spreken over Gods wil. Oorlogen, kruistochten - ze werden uitgegeven voor zijn wil. Dit alles maakt duidelijk dat Gods wil niet rechtstreeks uit de hemel komt, maar een omweg maakt via mensen. Mensen die feilbaar zijn, die zich kunnen vergissen. Precies de mensen die wij zijn. Wat zal er over vijfentwintig of vijftig jaar over ons gezegd worden? Onze jas zal volgende generaties wel niet passen. Zij zullen onze kortzichtige keuzes en blinde vlekken ontdekken.

 

Dat we feilbare mensen zijn, wil niet zeggen dat we maar beter met de handen in onze schoot moeten blijven zitten. De boom wordt gekend aan de vruchten. Je hebt mijn woorden pas gehoord als je ze doet, benadrukt Jezus. Thy will be done, zeggen de Engelsen, als ze de bede op de lippen nemen. Uw wil worde niet ondergaan maar gedaan. Dat is de winst van de Nieuwe Bijbelvertaling, nu er vertaald is: laat uw wil gedaan worden. Maar daarvoor is beraad broodnodig: wat staat ons te doen? God wil wat goed is, maar wat is dan goed? Soms is dat zonneklaar maar een andere keer zit je met je handen in je haar. Zonder moreel beraad in een gemeente kunnen we niet. Je hoeft niet in je eentje te gaan zoeken naar wat goed is. Het gaat immers om woord en weerwoord, om stem en tegenstem? Samen kom je toch verder? Achtereenvolgende synodes hebben bij allerlei moeilijke ethische vragen de laatste jaren steeds meer gekozen voor de weg van het beraad. Niet meer: 'zo is het' maar laten we er met elkaar over spreken.

 

Dat gold bijvoorbeeld voor de vragen rond euthanasie. Gelukkig maar want aan een synodaal stoplicht zouden we niks hebben. Dan staat het licht op rood of op groen. En hoeven we zelf niets meer te doen. Maar het gaat om onze gemeenschappelijke zoektocht bij de dilemma's, waar we ons voor geplaatst zien, als we nadenken over de vragen rondom het levenseinde. Samen zoeken naar de wil van God voor ons leven. Gemakkelijke antwoorden zijn er niet. De bijbel is geen boek waar je al bladerend snelle oplossingen vindt voor lastige keuzes en dilemma's.

 

Hoe vaak moet ik bij mijn schoonmoeder op bezoek - je krijgt in het bijbels Verhaal geen direct antwoord. Wat moet je, als je die nieuwe baan ambieert, maar je weet dat het ten koste zal gaan van de tijd voor je huisgenoten? Wat moet je als het leven met je partner op dood spoor lijkt te zijn gekomen? Wat zeg je als ze je in het ziekenhuis de zoveelste behandeling aanbieden terwijl je eigenlijk vindt dat het wel genoeg is? Het leven kan onmogelijk ingewikkeld zijn. Kies dan het leven... Maar wat is in deze situatie het leven?

 

Niet dat het altijd zo ingewikkeld is. Soms weten we heel goed wat we moeten doen. Die ander die nú een beroep op mij doet. Ik mag me niet afzijdig houden. Maar het komt me niet goed uit. Ja, dan kan het handig zijn om het eenvoudige ingewikkeld te maken. Dan doe ik of de geboden in de hemel zijn, buiten mijn bereik. Dan heb ik opeens allerlei vragen. Dietrich Bonhoeffer merkte eens bits op: “blijf maar vragen, dan hoef je nog geen gehoor te geven.”

 

'Laat uw wil gedaan worden'. Woorden die Jezus zijn vrienden leert bidden. Temidden van alle vragen die ze hebben, zoeken ze naar een begaanbare weg. Samen met Jezus, die door hen uiteindelijk wordt beschouwd als de verpersoonlijking van Gods wil. Niet dat zijn leerlingen hem vanaf het eerste begin zo zien. Daarom is de uitnodiging van Jezus ook zo belangrijk: vrienden, hoe je de wil van God leert kennen? Kom achter me aan. Deel in mijn leven. Loop maar met mij op... Zo gaat dat toch, tot op vandaag. Met elkaar oplopen. Wat die ander graag wil, wat die ander nodig heeft, dat leer je toch gaandeweg? Dat is toch een heel proces? 

 

'Laat uw wil gedaan worden': naar mijn besef is dat ten diepste een bede waarbij je jezelf beschikbaar stelt. Dat op aarde zal gaan geschieden wat in de hemel, bij de Eeuwige al geschiedt. Je roept ten hemel: Eeuwige, ik probeer te leven met aandacht voor u, met mijn oor op de Schriften, met oog voor de schat van de traditie, met openheid voor wie mij vergezellen. Maar u hebt het ons niet gemakkelijk gemaakt. Uw wil, dat is voortdurend vragen, zoeken en tasten. Maar er is geen andere weg.

 

Op die weg kunnen we voor elkaar bidden wat Paulus heeft gebeden voor de gemeente in Filippi: ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt (Filippenzen 1:9). Om die liefde gaat het uiteindelijk. Liefde niet als afschaffing van de geboden maar als diepste vervulling. De Levende die op ons wacht, ons zegt: en toch is het te volbrengen, mens, er is jou gezegd wat goed is, kies voor het leven. Gezegend de Levende, gezegend de mensen die wij zijn om wat wij mogen doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Laat uw Naam geheiligd worden (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail


Overweging uit de dienst van 8 november 2009 (door ds. G.J. de Bruin)

Laat uw Naam geheiligd worden

lezen: Exodus 3: 7-14;
           Lucas 11: 1-4

Laat uw Naam geheiligd worden. We kunnen niet vaak genoeg tegen elkaar zeggen hoe belangrijk een naam in het bijbels klimaat is. Een naam is niet een willekeurige aanduiding in de trant van: het beestje moet een naampje hebben. Jozefien, Bob, ach 't maakt niet uit hoe je heet. In het bijbels Verhaal maakt het wel uit; een naam is niet zomaar iets. Een naam heeft in het bijbels Verhaal betekenis, daarom wordt die met zorg gegeven. Je naam heeft met je identiteit te maken, met je levenspatroon. Wie een ander mens wordt, kan niet meer leven met haar of zijn oude naam. Ik ken mensen die na een crisis in hun leven genoemd willen worden met een níeuwe naam. Dat spoort met het bijbels Verhaal. Jakob krijgt na een crisis, na zijn worsteling om zegen bij de Jabbok een nieuwe naam: Israël. Strijder met God. Saulus is na z'n Damaskuservaring een ánder mens met een ándere naam: Paulus. Mensen die het gevoel hebben in een vreemd lichaam te wonen en dan in een proces van jaren van geslacht veranderen, bevestigen die ingrijpende verandering uiteraard met een nieuwe naam. Je heet tenslotte niet zomaar wat.

Ik hoorde een verhaal over Alexander de Grote. De naam 'Alexander' heeft te maken met weerbaarheid en moed. Op een goede dag wordt er een soldaat bij hem gebracht die zich nogal laf gedragen heeft. Hoe heet jij, vraagt Alexander de Grote aan de soldaat. Die fluistert: Alexander. Wat zeg je, roept de koning boos uit. Alexander... jij? Dat is onbestaanbaar. Je kunt kiezen: of je verandert je naam of je verandert jezelf. Wil je de naam 'Alexander' met ere dragen dan moet er wel wat met jou gebeuren...

Als het bij ons mensen zo nauw luistert hoe wij heten, zou dat dan niet gelden voor Israëls God? Daarmee zijn we bij het verhaal van Mozes en wat hij ontdekt over Israëls God, nu het er om spant in zijn leven. Je zou kunnen zeggen dat Mozes op een tweesprong staat. Ooit is hij als een prins opgegroeid aan het Egyptische hof; vervreemd van zijn eigen volksgenoten leeft hij in grote weelde. Maar op zekere dag vallen hem de schellen van de ogen, hij ziet hij de onderdrukking van zijn volk. Wat hij dan ziet, zal in lange jaren van ballingschap niet meer van zijn netvlies verdwijnen. Langzaam maar zeker groeit in Mozes dan het besef dat hij terug moet keren naar zijn volk. Dat heeft alles te maken met wat hij als zijn opdracht ziet, met zijn roeping. Maar roeping wordt altijd aangevochten.

Wie ben ik, denkt Mozes, wat verbeeld ik me eigenlijk, ben ik niet ten prooi aan een grootheidswaan... In de bres springen voor mijn volksgenoten, straks willen ze niks met me te maken hebben... Ze zullen me zien aankomen zeg... Zo zal het ons vaak vergaan op een tweesprong, bij een moeilijke keuze.  Verschillende stemmen die om voorrang strijden. Hier moet ik op ingaan, hier kan ik me niet aan onttrekken, zegt een stem in je. En tegelijk is er dat andere geluid: ik kijk gewoon de andere kant op, ik doe alsof ik niks gehoord heb. De ene stem in Mozes zegt: ga terug, je hoort bij dat volk van slaven; die andere stem fluistert: weet je dat wel heel zeker..?

Mozes is gegaan, de braamstruik van zijn leven staat in brand. Er leeft een heilig vuur in hem, hij voelt zich geroepen. Tegelijk is hij er onzeker over. En die onzekerheid heeft ten diepste niet met zijn volksgenoten te maken, maar met God. Hij is deels opgevoed met de God van Abraham, Izaäk en Jakob. De verhalen zijn hem aangereikt; prachtige, indrukwekkende verhalen. Wat kun je er als kind van genieten. Maar luisterend naar die verhalen is God een God van horen zeggen. Steeds is er de omweg via de verhalen. Je zou zo graag eens wat van God zelf willen opvangen. Niet via via, maar rechtstreeks. Wat zou Mozes graag met eigen oren iets van de God van zijn voorgeslacht willen vernemen.

Een meisje stelde haar oma allerlei vragen over God. Dat waren bepaald geen gemakkelijke vragen. Uiteindelijk zegt die oma: "God is iets heel groots, iets heel liefs, iets geweldigs, maar precies weet ik het nog niet, later misschien." "Maar oma, reageert haar kleindochter onmiddellijk, je bent al 77 en je weet het nog niet?" "Nee, nog niet helemaal..."
Dat is een oma die wij, denk ik, heel goed begrijpen. Ze is de tolk van wat er leeft in hele volksstammen. Precies weet ik het nog niet... Laten we wel wezen: het kan u en mij toch overkomen, terwijl we al jaren in de weer zijn met het bijbels Verhaal, luisteren naar profeten en apostelen - dat we op een dag overvallen worden door een vraag. Als mensen nu tegen mij zeggen: wie is die God in wie jij zegt te geloven - wat moet ik dan antwoorden? Die vraag kan ons zomaar in verlegenheid brengen.

Het is precies dié vraag waar Mozes tegen aanloopt. Als ik tegen de Israëlieten zeg: de God van jullie voorouders heeft mij gestuurd en zij vragen me dan: wat is de naam van die God? - wat moet ik hen dan in hemelsnaam antwoorden? Mozes kan het die oma zo nazeggen: precies weet ik het nog niet... Later misschien.
Maar door te vragen, hoopt Mozes wijs te worden. We kunnen niet anders dan vragenderwijs geloven. Daarom vraagt Mozes naar Gods naam. In die vraag klinkt voor mijn besef een heleboel mee. Mozes wil zo graag weten wat hij aan Israëls God heeft. Wat mag ik verwachten? Kan ik van u op aan? Wie zijt Gij ten diepste?

En dan maakt de Eeuwige zijn naam bekend: 'Ik ben die Ik ben' of in de nieuwe vertaling: 'Ik ben die er zal zijn'. Enerzijds een naam die geheimzinnig is, die je niet zomaar in je broekzak steekt, God is de Heilige. Tegelijkertijd een naam die een belofte inhoudt: Ik zal er zijn voor jullie, Ik zal jullie wegleiden uit het donker. Niet een statische naam die Gods wezen spelt, maar een dynamische naam. Deze naam wordt de kracht die het slavenvolk wegvoert uit onderdrukking. Of de Heilige ook zijn naam heiligt! Ik heb gezíen hoe ellendig mijn volk er aan toe is, Ik heb hun jammerklachten gehóórd, dwz. deze God heeft oog en oor voor mensen. Horen en zien vergaan Hem bij de confrontatie met het leed van zijn schepselen. Z'n ingewanden krimpen inéén. Hij, zij is een op mensen betrokken God. Gods naam heeft iets van een programma: Ik ben afgedaald om mijn volk te bevrijden - God is steeds in de weer met de heiliging van haar naam. We hebben een God die de kant kiest van zwakken en verdrukten.

Ik fietste vroeger met zekere regelmaat door Alphen aan de Rijn. Komend vanaf het station zag ik steeds weer een bord, bevestigd aan een lantaarnpaal, met de korte tekst: 'Vergeet God niet'. Luisterend naar wat Mozes te horen krijgt, denk ik samen met Henk Gemser: 'dat kan beter', die tekst kan echt beter, die wint aan kracht als je zegt: God vergeet niet, of: God vergeet jou niet. ‘Vergeet God niet’ is een opgestoken vinger, ‘God vergeet jou niet’ is een koesterende hand, is evangelie.

Laat uw naam geheiligd worden - die bede uit het 'Onze Vader' is voor mijn besef allereerst een roep om Israëls God: kom tevoorschijn! Zeg ons wie Gij zijt, onthul ons uw naam. De eerste die de naam heiligt is de Eeuwige zelf. Maar vervolgens zijn wij volop betrokken bij de heiliging in ons doen en laten, in ons getuige-zijn van de naam. 't Is geen sinecure als mensen ons vragen naar de naam van Israëls God in wie wij zeggen te geloven. Je zult maar antwoorden: Ik zal er zijn voor jou. Vraagt Gods naam niet om mensen die zijn naam leven? Die éne, onlosmakelijke beweging van God en mens lees ik in Exodus drie waar de Eeuwige zegt: Ik ben afgedaald om mijn volk te bevrijden, Mozes, Ik stuur jóu nu naar de farao.

Laat uw naam geheiligd worden - dat heeft in ons leven en in onze wereld ook altijd iets van een gevecht. Want die prachtige naam kan zomaar ijdel worden gebruikt. Gods naam kan op allerlei manier misbruikt worden. Dwaze menselijke projecten, religieus gesanctioneerd? Wat te denken van een religieuze leider die voorafgaande aan een oorlog de wapens zegent? Voor mensen er erg in hebben, wordt de God van onderdrukten hun God. Dan wordt het: God die aan onze kant staat, die het met ons eens is, die onze programma's van een goddelijk aureool voorziet...

Daarom gaan de profeten in het bijbels Verhaal ook zo tekeer wanneer de unieke betekenis van de naam dreigt te worden vergeten. Daarom herinneren we elkaar er telkens weer aan dat Gods naam allereerst ruimte betekent voor wie in het nauw zitten, bewogenheid voor wie in zorgen zijn.
Als we zo de betekenis van Gods naam spellen en erkennen in ons doen en laten, dan geven we gehoor aan de bede die Jezus zijn discipelen leert: laat uw naam geheiligd worden. Met dit verlangen staat Jezus voluit in de joodse traditie, grootgemaakt en geheiligd worde zijn naam, begint een gebed in de synagoge.

Hoe is uw naam, vroeg Mozes en wij zeggen hem dat na. Maak o God uw naam toch waar, aan Mozes gezegd, uw klinkende belofte: Ik zal er zijn voor jullie. En wees vuur in ons, kracht om die naam tot z'n recht te laten komen in ons leven, help ons uw naam te heiligen.

 
Onze Vader in de Hemel (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail


Overweging uit de dienst van 25 oktober 2009 (door ds. G.J. de Bruin)

Onze Vader in de hemel

Lezen: Mattheüs 6: 5-8 en 1 Koningen 8: 27-30

In het evangelie lees je regelmatig dat Jezus de berg opgaat, of uitwijkt naar een eenzame plaats. Na de drukte van een dag temidden van mensen, is er de rust van een afgelegen plek. Momenten van afzondering, van stilte. Het zijn momenten waarop Jezus als het ware. thuiskomt, kind aan huis bij wie hij zijn Vader noemt. Momenten die Jezus nodig blijkt te hebben om steeds weer te beseffen wat hem te doen staat, om trouw te blijven aan zijn roeping.

Zijn meest nabije vrienden weten van die momenten van gebed. Ze zien hoe Jezus zijn weg niet alleen met hen maar ook met de Eeuwige gaat, hoe Jezus de moeite en vreugde, de zorg en verrukking van het leven weet te delen met Israëls God. Dat wekt hun verlangen: wat zou het fijn zijn als hun eigen biddend leven aan inhoud won; tegelijk realiseren ze zich dat dát gemakkelijker gezegd dan gedaan is en zo komen ze bij Jezus aan met die ontroerende vraag: Leer ons bidden.

Er zal wel niemand onder ons zijn die díe vraag, leer ons bidden, niet herkent. Want bidden, dat is iets wat je steeds weer moet leren. Aan onszelf overgelaten zou het droevig gesteld zijn met het gebed. Als ik dat  zeg, parafraseer ik Paulus die tegen de christenen in Rome uitroept: wij weten niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen (Romeinen 8:26). Hij voegt er wel iets aan toe: maar de Geest pleit voor ons.
Heer, leer ons bidden, vragen de discipelen aan Jezus, kom onze zwakheid te hulp. En Jezus zegt: bid dan Onze Vader in de hemel...

Ik weet niet hoe dat bij u overkomt - dat het gebed des Heren met 'Vader' begint? Het kan zijn dat het u eigenlijk nooit zo is opgevallen; het kan zijn dat u zich met dat begin heel vertrouwd voelt, die eerste twee woorden: Onze Vader...
Iemand schreef een boek met als titel; 'Spreken over God als Vader'. De ondertitel luidt: hoe kan het anders. Dat is expres een dubbelzinnige uitroep. De één zegt: God 'Vader' noemen, dat is nogal logisch. Hoe kan het ook anders. God wordt toch regelmatig 'Vader' genoemd in het bijbels Verhaal. Terwijl een ander met een bedenkelijk gezicht opmerkt: spreken over God als Vader - zou dat alsjeblieft anders kunnen?  Er zijn zoveel ándere woorden en beelden die we voor Israëls God kunnen gebruiken. Wat de één vanzelfsprekend en aansprekend vindt, is voor een ander allerminst vanzelfsprekend, eerder problematisch.

Het zou zomaar kunnen dat die beide geluiden in ons midden leven, wie geen moeite heeft met het spreken over God als Vader, is wellicht geïnteresseerd waarom anderen afhaken als dat woord 'Vader' gebruikt wordt. Laat ik enkele bezwaren noemen die de ronde doen.

Er zijn er die vaderschap associëren met de wet, met gezag. Voor sommigen heeft het te maken met heerschappij of nog krasser: met dwingelandij. Vaders wil is wet. Het gaat hier natuurlijk om wat er leeft in mensen, om concrete ervaringen. Er zijn vaders in soorten en maten: de autoritaire baas, de betrokken ouder, de aardige man die weet dat moeders wil wet is en om nog een variant te noemen: de vaak afwezige vader, druk met de carrière, bijna nooit thuis en als hij thuis is, moeten de kinderen hem zo min mogelijk storen. "Sssst, pappie heeft belangrijke zaken aan z'n hoofd."
Mensen die niet uit de voeten kunnen met Gods vaderschap, hebben nogal eens minder goede ervaringen met aards vaderschap.

Schept de naam Vader ook niet een te mannelijk beeld van God? Daarmee raak ik aan de kritiek van vrouwen en mannen op de mannenmaatschappij. We kunnen toch niet beweren dat gelijkwaardigheid tussen vrouwen en mannen al gerealiseerd is in onze samenleving. Dat merken we bv. als een bedrijf een vrouwelijke directeur krijgt, als een vrouw voorzitter wordt van één of andere club of vereniging. Is het niet opmerkelijk dat ons land nog nooit een vrouwelijke premier heeft gehad? Alleen dat simpele feit laat al zien hoezeer vrouwen nog op achterstand staan. De eeuwen door hebben mannen de dienst uitgemaakt. Je kunt moeilijk zeggen dat het in de kerk beter was en ook vandaag vind ik dat er nog wel wat te doen is in de kerk, wil er van echte gelijkwaardigheid sprake zijn. Dan heb ik het niet alleen over de katholieke kerk die vrouwen maar niet kan geven waar ze recht op hebben. Pijnlijk gevolg is dat competente pastoraal werksters lijden aan hun kerk. Maar ik heb het ook over de protestantse kerken.

In een mannenwereld van eeuwen was God al te vanzelfsprekend een 'Hij'. Helaas nam de nieuwe bijbelvertaling geen afscheid van de eenzijdige godsnaam 'Heer'. In het hebreeuws staat helemaal geen Heer, er staan vier onvertaalbare letters J H W H. Als God mannelijk wordt gezien, krijg je bijna automatisch dat mannelijk en goddelijk met elkaar verbonden worden. Het moet ons toch te denken geven dat veel mensen, gevraagd naar hun beeld van God, spreken over een oude mán. Ik heb nog nooit iemand gehoord die zei: een oude vrouw. Beide beelden vind ik trouwens eenzijdig. 
Er komt nog iets bij: in de relatie tot de hemelse Vader zijn de gelovigen vaak vastgelegd op afhankelijkheid en kinderlijkheid. Maar het bijbels Verhaal is veel rijker: afhankelijkheid is niet het enige, er is ook onze verantwoordelijkheid die we gekregen hebben als mondige, volwassen mensen. Het is goed joods om je te realiseren dat je aangesproken wordt op het doen van Gods wil. Bidden is niet het afschuiven van eigen verantwoordelijkheid. Bewaar en behoed  mijn aarde, zingt het lied van de schepping.

De bezwaren, ook als ze door u niet gedeeld worden of maar gedeeltelijk gedeeld, laten zien hoeveel er in het beeld van een vader samenkomt. Het kan uitdrukking zijn van macht, van onderdrukking, afstand maar ook uitdrukking van aandacht, betrokkenheid, behoedzame zorg. Wat bedoelde Jezus toch toen hij sprak: Onze Vader in de hemel? Door die toevoeging 'in de hemel' is in ieder geval duidelijk: deze Vader onttrekt zich aan elke menselijke greep, de Eeuwige gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Deze God is niet maar een vader zoals aardse vaders.

Bij de inwijding van de tempel spreekt koning Salomo een gebed uit. Staande bij het nieuwe onderkomen vraagt Salomo zich af: zou God werkelijk op aarde kunnen wonen? Zelfs de hoogste hemel kan u niet bevatten, laat staan dit huis dat ik voor u gebouwd heb (1 Koningen 8:27). De Eeuwige gaat ons begrip te boven. Aardse vaders zijn dus niet een voorbeeld voor God maar het is andersom: God is echt Vader en zo een voorbeeld voor ons.

Op niet mis te verstane wijze zijn de aardse vaders door Jezus van hun troon gehaald. Noem niemand op aarde vader want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Dat is het dynamiet van de christelijke traditie, de kritiek op menselijke heerszucht, op wie zich verheven achten boven anderen, kritiek op rangen en standen, op hoog en laag. Het dynamiet van de traditie dat onschadelijk gemaakt wordt als wij geïmponeerd zijn door de 'mannetjes' van onze eeuw, in welke gestalte die ook verschijnen, als wij buigen voor de baasjes, strak in het pak, die hun weetjes weten. Laat het zó niet zijn onder u. En projecteer dit soort 'bazigheid' ook niet op Israëls God die Jezus zo heel anders schetst.
Ik herinner u aan de vader van de verloren zoon, met behulp van die gelijkenis maakte Jezus duidelijk: mijn Vader is geen potentaat, niet een autoritaire figuur die z'n schepselen hun vrijheid misgunt. Integendeel. "Jongen, als jij van huis wilt gaan, jouw wil geschiede!" Maar hoezeer bleef die vader, toen die jongste zoon wegging, in gedachten met hem bezig. U herinnert zich nog wel hoe het verder is gegaan met die jongen en zijn vader. Het gaat mis met die jongen. Maar als hij schuldbewust op zijn schreden terugkeert, staat zijn vader op de uitkijk, hij is al die tijd met hart en ziel verbonden gebleven met zijn kind. Wat een warme, betrokken vader.

God als Vader. Voor de één de kortste samenvatting van het evangelie, onopgeefbaar; voor de ander is het toch een minder inspirerende metafoor. Een boek bij mij thuis in de kast heeft als titel: 'God heeft wel honderd namen'. Zo is het maar net. En daarom vraag ik in kringen en groepen soms: als je God aanroept, welke naam gebruik je dan? Misschien enkel 'Gij' zal iemand antwoorden. Anderen zullen antwoorden: God is voor mij als licht, als water of als een herder. God is de Barmhartige, de eeuwig Trouwe. Voor weer anderen is God de Onnoembare, de Onzienlijke. Ach, zoveel namen... Welk woord gebruikt u? Vader, bent u geneigd te antwoorden. Moeder zegt iemand naast u, met een beroep op de profeet Jesaja. Ik hoop dat u elkaar verstaat. Zelf gebruik ik graag de Levende, de Eeuwige of de Barmhartige als godsnaam, maar ik besef dat de namen die je zelf kiest voor anderen van minder betekenis kunnen zijn.

God als vader, God als moeder? U hoeft zich die keuze niet te laten opdringen. Bij mij dringt zich beeld van een ouder op, gebogen over een ziek kind dat alleen nog maar fluisteren kan; een ouder die haar of zijn oor vlak bij de mond van het kind legt om maar geen woord te missen. Die moeder of vader, die óuder als een afspiegeling van God die op ons betrokken is, die één en al oor is om te horen wat er in ons omgaat. Halleluja.

 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Resultaten 61 - 70 van 304
spacer.png, 0 kB