spacer.png, 0 kB
Home arrow Blog
A blog of all section with no images
Rond de dertig PDF Afdrukken E-mail
Rond de dertig
Sinds een aantal jaar komen mensen van rond de 30 jaar ongeveer eens in de vier weken op woensdagavond bijeen. In overleg vindt de bijeenkomst voor deze groep thuis plaats bij één van de deelnemers. Een gedeelte uit de Bijbel wordt gelezen en hier wordt vervolgens over gesproken: meningen, gevoelens, en toepasbaarheid in het hier en nu komen vrijelijk ter tafel.
De groep is samengesteld uit gemeenteleden vanuit de verschillende gemeentes in Amstelveen-Zuid.
Iedereen ‘rond de dertig’ is dan ook van harte uitgenodigd om in deze kring mee te doen.

Plaats Wisselt in overleg volgens afspraak.

Data Startdatum nader te bepalen, om de 4 weken
Tijd Aanvang 20.00 uur

Begeleiding Ds. Gert Jan de Bruin (onder voorbehoud)
Informatie en aanmelding Arjan Steur (020 – 441.17.59)
 
Kring voor ouderen PDF Afdrukken E-mail

Kring voor ouderen
Kring ‘onze dagen tellen’ (over ouder worden en spiritualiteit).
‘Onze dagen tellen’ zijn woorden uit psalm 90.
De titel van de kring heeft een dubbele betekenis. De eerste is dat het belangrijk is dat wij onze dagen ‘tellen’. Daarmee is niet bedoeld dat we op een bepaald getal uitkomen. Nee, tellen heeft in dit verband met vertellen te maken, oftewel: kunnen we leren zo over ons leven te vertellen, dat ons hart er wijs van wordt.

Je kunt de titel ook lezen als: ‘Je dagen téllen’. Oftewel ze doen er toe. Niet alleen de dagen van ooit, maar ook die van vandaag en morgen. Ze zijn van belang.
Er verdwijnen in je leven opdrachten, er verschijnen ook nieuwe taken. Kan het oud-zijn beaamd worden? Er is het besef van zegeningen, het weten van eigen tekort, een misschien wel belangelozer omgang met de wereld om je heen.
Voor menigeen is er afnemende gezondheid, gemis van belangrijke anderen, een bezig zijn met de dood. We proberen in ons spreken recht te doen aan de waarde van de ouderdom.

Een kring voor ouderen waarvan sommigen zich misschien helemaal niet oud voelen.

Er is eigenlijk te veel ‘stof’ voor drie ochtenden.

Graag opgave bij Ds. Gert Jan de Bruin.
Plaats Handwegkerk, de Achterkant
Data: Do 27 oktober 2011, Do 17 november 2011, Do 8 december 2011
Tijd: 10.15 - 11.45 uur
Begeleiding Ds. Gert Jan de Bruin (020 – 645.06.16)

 
Groep 20-ers en 30-ers PDF Afdrukken E-mail

Groep 20-ers en 30-ers
Waar maak ik tijd voor?
Hoe creëer ik rust in alles dat mijn aandacht vraagt?
En welke rol speelt mijn geloof daarbij?
Maandelijks komt in de Paaskerk een aantal twintigers en dertigers bij elkaar om in gesprek te gaan. We zijn er niet altijd allemaal, maar met zo’n vijftien betrokken mensen hebben we een doorgaand gesprek.
De avonden worden ingeleid door ds. Marianne Bogaard, met beeld of verhaal.
Dat kan een songtekst zijn, een filmpje, maar ook een Bijbelgedeelte. Daarna is het woord aan ons.

Heb je zin om mee te praten? Je bent van harte welkom!
De eerste avond na de zomer is op 22 september. De avonden duren van 20.00-22.00 uur.
N.B.: Door omstandigheden is deze eerste avond aan de Franciscus van Assisiëlaan 11

Plaats: Start Franciscus van Assisiëlaan 11; overige avonden in de Paaskerk, benedenhuis
Data: Start donderdag 22 september 2011, daarna maandelijks
Tijd: 20.00 – 22.00 uur
Begeleiding en informatie Ds. Marianne Bogaard (020 – 441.60.36)
Email: of via facebook

 
Kring literatuur PDF Afdrukken E-mail
Kring literatuur
Dorsvloer vol confetti van Franca Treur is een boek dat in 2009 en 2010 heel wat stof deed opwaaien. In zeven maanden tijd beleefde deze debuutroman maar liefst twaalf drukken!
De achterflap van het boek meldt: “Dorsvloer vol confetti is een sensitieve roman over de strijd van ieder mens om een eigen leven, en tegelijkertijd een liefdevol portret van een Zeeuwse orthodoxe boerengemeenschap met een geheel eigen vertelcultuur.”

Ds. Gert Jan de Bruin (Handwegkerk) en Els van Geel (Paaskerk) willen met een groep belangstellenden dit boek bespreken op donderdag 10 november 2011 in de Paaskerk.
Als u met ons mee wilt praten, vragen wij u wel vooraf het boek te lezen.
Op 12 januari en 15 maart 2012 willen we wederom een boek bespreken, de keuze daarvoor maken we gezamenlijk op 10 november. Mocht u maar een avond kunnen bent u uiteraard ook welkom.
Hopelijk kunnen we een groot aantal belangstellenden verwelkomen.

U kunt zich opgeven vóór 1 november bij mevrouw E.M. van Geel, of via de mail: , of via een briefje bij de koster.
Plaats Paaskerk, benedenhuis
Data • Do 10 november 2011, Do 12 januari 2012 en Do 15 maart 2012
Aanvang: 20.00 uur
Begeleiding Ds. Gert Jan de Bruin en Els van Geel

Informatie Els van Geel, Logger 298, 1186 RZ Amstelveen
Email:

 
Genesis 12: 1-8 (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
Genesis 12: 1-8 (en Hebreeen 11: 8-13)

Ik geef toe, om Abrams opbreken uit Ur in verband te brengen met ons opbreken uit dit huis… het is een wat curieuze vergelijking. Een wegtrekken uit je cultuur, je familie, je land is toch nog andere koffie dan de migratie van de ene kerkplek naar de andere kerkplek. Abrams stap lijkt me van een andere orde dan de opgave waarvoor wij ons gesteld zien. Maar we waren op verschillende zomerzondagen bezig met deze aartsvader, laten we nog even bij hem blijven. ’t Is misschien toch niet zo gek om nog eens bij het begin te beginnen. Ik zeg niet voor niets het begin. Het heeft er immers alle schijn van dat we in Genesis 12 met mensen van vlees en bloed te maken krijgen. Wat eraan vooraf gaat is prachtig door de rabbijnen gecomponeerd, die verhalen over ha ‘adam, de mens, over elke mens, over u en mij. Diepzinnige verhalen maar te rijk om ze te zien als de particuliere geschiedenis van een mensenkind. Na elf hoofdstukken waarbij de hele wereld in beeld is, zoemt de camera nu in op één familie. Als een filmmaker ons wil confronteren met een volksverhuizing of een oorlog of het leven in een bepaald land, dan komen er een paar mensen in beeld. In die paar mensen zijn al die andere mensen begrepen. Het oude volk vertelt over Sara en Abraham om de eigen geschiedenis een naam en een gezicht te geven. De wereldgeschiedenis komt tot ons in de vorm van een familieverhaal. Het gaat over oogst en misoogst, over kinderloosheid en kinderzegen, over haat en jaloezie, over reizen en trekken. Over alles wat des mensen is en over hun ervaringen met wie ze de Levende noemen of de Onzienlijke, de Onnoembare.

‘Door de wereld gaat een woord en het drijft de mensen voort…’ een regel uit het lied dat we zopas zongen. Het klinkt zo nuchter, zo alledaags wat Abram te horen krijgt: trek weg… Maar wat achter die woorden schuilgaat, is met geen pen te beschrijven. Voor Abram is het een definitieve breuk met de natuurreligie van Babylon. Hier gaan mensen door een woestijn trekken, naar een land dat hen geheel onbekend is. Wie staat er borg voor dat daar een toekomst voor hen ligt? Niet de maangod, want wie wegtrekt uit Haran kan op de maan niet meer rekenen. Ook niet de vruchtbaarheidsgoden. Abram zet zijn hele bestaan op de kaart van een naamloze God die niet aan de bodem noch aan tempels gebonden is, een beweeglijke God die blijkbaar met mensen mee kan trekken.

Wat een ongewis avontuur. Hier gaat niet een jongere met een rugzak op stap die net de periode van de middelbare school heeft afgesloten, om vervolgens in Nieuw Zeeland of Australië eens te bedenken welke opleiding het gaat worden. Abram zal er wel een paar nachtjes over geslapen hebben voor hij de haringen uit de grond trok. Hij zal er met Sara over gesproken hebben. ‘Moet je toch eens kijken in wat voor een wereld wij leven. De sterken onderdrukken de zwakken. Er wordt gebeden tot de zon en de maan. We krijgen alsmaar te horen: zoals het is, zo is het goed. En: je krijgt wat je verdient; je moet je schikken in je lot.’

Abram en Sara geloven niet meer wat ze in Haran geloven. Langzaam zijn ze er naar toe gegroeid om te breken met die wereld. We moeten hier weg, zo kan het leven niet bedoeld zijn. Dat is niet niks wat Sara en Abram doen. Want je weet niet wat voor je ligt, je kunt op reis zomaar verdwalen, je kunt vastlopen… Wie weet de weg in onbekend gebied?
Abram en Sara wagen het. Achteraf zeggen ze erover: we konden niet anders, we voelden ons ertoe geroepen om op te breken. Alsof er een stem was die het ons ingaf. Breek je tent op, ga op reis. Het lied gaat verder: ‘wij zijn vervreemden door te luisteren naar uw stem.’ Zo ver kan het komen, dat je je niet meer thuis voelt op de plek waar je bent opgegroeid, dat je je een vreemde gaat voelen in een wereld die je toch zo vertrouwd was, dat je tegen zaken oploopt waarvan je denkt: dit is onbestaanbaar. Daarvan afstand nemen, ermee breken, weggaan, wordt dan een heilig moeten. Maar anderen vinden je dan wel vreemd. Wat halen Sara en Abram in hun hoofd door op trektocht te gaan?
Je zou het moeten filmen. In een film is er ongetwijfeld iemand die aan Abram zou vragen: waar is de reis naar toe, meneer Abram? En die zou dan wat afwerend reageren: daar vraagt u me wat, kunt u mij de weg naar Kanaan vertellen, meneer?
Je stapt niet zomaar het beloofde land binnen. Maar een wereld waar de economie allesbepalend is, waar het voortdurend om productie en winst en groei gaat en mensen steeds weer ondergeschikt worden gemaakt aan zogenaamd hogere belangen… met zo’n wereld weet Abram wel raad, daar zegt hij ‘nee’ tegen.

Er is een midrasj die ons vertelt over de vader van Abram die met vaste hand
‘godsbeelden’ maakt. Op een dag vraagt Terach aan zijn zoon om op de beelden te letten. Abram ziet hoe mensen als ze langlopen, knielen voor de beelden. Hij vindt het een vertoning. Zien de mensen dan niet dat ze een beeld aanbidden dat zijn vader nog niet zo lang geleden gemaakt heeft? Als er een vrouw komt met een schaal meel voor de godenbeelden, is voor Abram de maat vol. Met een bijl slaat hij alle beelden kapot, op één na, het grootste beeld; de bijl legt hij bij dat beeld. Als zijn vader thuis komt, is hij buitengewoon verontwaardigd. Waar is de boosdoener die dit gedaan heeft, schreeuwt hij. Vader, ziet u niet de bijl in de hand van het grootste beeld, reageert Abram. Er ontstond ruzie tussen de godenbeelden toen een vrouw een schaal meel kwam brengen. Het grootste beeld haalde een bijl en sloeg alle andere kapot. Drijf je soms de spot met mij, snauwt Terach. Je weet toch dat die beelden niet kunnen zien en horen en zich niet kunnen verplaatsen. Dat wilde ik van u horen, vader. Hoe kun je goden aanbidden die door mensenhand gevormd worden en door mensenhand vernield kunnen worden? Z’n vader kijkt hem verbijsterd aan, wat bezielt zijn zoon?  Abram is een andere God op het spoor gekomen. Goden zijn er in menigte, tot op vandaag, waar knielen we niet allemaal voor, maar Abrams God is in geen beeld te vangen, is een God die meetrekt door de tijd, een wolkkolom overdag, een vuurkolom ’s nachts.

Wat een vreemde stoet is het, die daar op weg gaat. Haast niet te filmen. Een handjevol rare kostgangers van onze lieve Heer, maar die mensen zijn de koplopers van een lange stoet, de voorhoede van een schare die niemand tellen kan. Met Abram is het begonnen. Een stoet van bevrijde mensen, de profeet Jesaja zegt niet voor niets: de Levende bevrijdde Abraham. Het oude volk vertelt ons bij herhaling dat die vrijheid een aangevochten zaak is, steeds opnieuw verliezen mensen hun vrijheid, gaat de vaart eruit, is er van stilstand sprake. Raken mensen verzeild in slavernij of in ballingschap, maar dat is goddank nooit het laatste woord en dan ontstaat er toch weer iets van beweging. Ga op weg zei een mens uit Nazaret tegen zijn vrienden. De beweging die begon met Abraham bereikte zelfs de lage landen.
Het hoort tot het wezen van de gemeente om in beweging te komen, steeds weer op te breken. Geloven is niet een ander woord voor blijven zitten waar je zit.  

Abram is niet blijven zitten waar hij zat. Ver van waar hij opgroeide, bouwt hij een altaar en roept de naam aan van die God, die zo anders is, in geen beeld te vangen.
Meer dan een eeuw geleden hebben mensen hier aan de Handweg een ‘altaar’ gebouwd. Halve en hele centen zijn bij elkaar gelegd, voor een toren was geen geld. Maar het huis was goed genoeg om de naam aan te roepen van hem, van haar die meegaat op onze wegen, een naam die voor ons door Jezus zelfs een gezicht heeft gekregen, een naam op wie we een beroep mogen doen in voor- en tegenspoed. Die godsnaam is aan geen plaats gebonden, dus kunnen we ook weer elders een altaar bouwen. Dat is de uitdaging waar we ons voor gesteld zien. Gemakkelijk is het niet, veranderingen doen pijn, verhuizingen geven stress. Misschien niet iets waar u voor zou kiezen, maar noodzakelijk is het wel. Het meest ingrijpend is het voor wie hier al jaar en dag kind aan huis zijn. Ik vraag u: kunt u met Abram voor ogen de komende ‘verhuizing’ niet alleen als moeite en verlies zien, maar ook als uitdaging en zegen? Dat is een vraag die ons de komende tijd vergezelt en waar we maar over in gesprek moeten zijn met elkaar.

Abram heeft geleefd met een geweldige belofte, ik zal jou tot een groot volk maken. Maar tegelijk moet je zeggen: wat heeft hij er weinig van gezien. Van de belofte heeft hij slechts een glimp gezien. In Kanaan wordt hij als ongewenst persoon beschouwd en krijgt de vreemdelingenpolitie achter zich aan. Een groot volk? Die belofte hangt met Isaak ook aan een zijden draad.
En toch, met Abram is het begonnen, een mens die een stem hoorde en toen zei: ja, hier ben ik. Of liever nog: zo is Israels God begonnen, met één mens. In die ene gaat het om ons allen. Via Abram komt de nodiging tot ons, telkens weer, om bij hem te horen en bij de God van Abram, om in deze wereld te leven als vreemdelingen en gasten. Hoe zouden we thuis kunnen komen, als we niet eerst op weg zijn gegaan?  






 
Slak en olifant (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
Slak en olifant

Ik weet niet of jullie weten dat deze kerk al heel oud is? Ik heb nog eens even goed gekeken, ik zag dat de kerk is gebouwd in 1899. Zo oud is deze kerk, dat we over enige tijd gaan verhuizen… Over een andere verhuizing wil ik jullie wat vertellen.

Op en dag in september komt de olifant de slak tegen die net bezig is uit haar huisje te kruipen. Goedemorgen slak, zegt de olifant. Wat ga je doen vandaag? Ik ga verhuizen, antwoordt de slak. En jij? Ik heb nog geen plannen, reageert de olifant. Als je wat hulp kunt gebruiken bij de verhuizing moet je het maar zeggen. Da’s lief van je olifant, maar het is niet nodig, ik red me wel. Jammer denkt de olifant, ik heb nog nooit een slak geholpen met verhuizen.

Tegen het middaguur komt olifant de slak weer tegen, net ver van de plaats waar hij haar ’s morgens vroeg had ontmoet. Ze draagt haar huisje op haar rug en ziet er moe uit. Dag slak zegt de olifant. Kun je echt geen hulp gebruiken? Nee hoor, hijgt de slak en veegt het zweet van haar voorhoofd. Ik kom er wel. Waar wil je dan komen, vraagt de olifant een beetje nieuwsgierig. Aan de voet van de holle boom, daar verderop. Maar ik ga gauw weer verder, anders kom ik er niet. Tot ziens, olifant.

Het wordt avond, de zon kleurt roder en roder, gaat bijna onder. De olifant zit aan de voet van de holle boom. De slak is er nog steeds niet. De olifant wordt wat ongerust en gaat eens kijken of hij de slak toch niet kan helpen. Even verderop ziet hij de slak aan de kant van de weg liggen. Haar huisje hangt scheef op haar rug. Slak, hoe is het met je? Nou, ik ben erg moe, ik kan eigenlijk niet meer. Wil je me helpen, olifant?

Natuurlijk slak! Olifant steekt zijn slurf uit en draagt de slak met huisje en al naar de voet van de holle boom. Ze zijn er binnen een minuut. Voorzichtig zet olifant de slak weer op de grond. Dank je wel, olifant, zegt de slak. Zonder jou was ik er niet gekomen. Graag gedaan antwoordt de olifant.

De slak begint langzaam in haar huisje te kruipen. Olifant, als je wat kleiner was geweest, had ik je graag even binnen gevraagd, voor een kopje thee, een glaasje fris of iets anders. Geen probleem zegt de olifant. Ik heb geen dorst. Als je weer eens gaat verhuizen, dan roep je me maar.

 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Resultaten 41 - 50 van 210
spacer.png, 0 kB