spacer.png, 0 kB
Home arrow Blog
A blog of all section with no images
Liegen kan heel lief zijn (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
Liegen kan heel lief zijn

Wie van jullie of wie van de grote mensen zal zeggen: ik heb nog nooit van m'n leven gejokt. Niemand toch? Wie tegen ons zegt nog nooit gejokt te hebben, is zeker en vast een jokkebrok.
Ik sprak een tijdje geleden met jongeren over leugentjes. Ik herinner me nog een aantal uitspraken. Een meisje vertelde: toen ik ziek was, kreeg ik van een vriendinnetje een blad over paarden. O wat leuk zei ik, bedankt. Maar het was eigenlijk een leugentje. Ik houd helemaal niet van paarden. Ander voorbeeld. Geinige bril zeg, zei een meisje op de vraag hoe ze de bril van een vriendin vond, maar ze dacht eigenlijk: meid, je loopt voor gek. Heb je je handen gewassen?, vraagt je moeder als je aan tafel gaat. Je knikt vast wel eens ja, terwijl het eigenlijk nee is.
Het haar van je juf op school zit anders. Je ziet het direct als je de klas in komt. Leuk juf, zeg je maar je denkt: oh, wat heeft zij een gekke kop gekregen. Mooie dienst, zeggen mensen wellicht straks bij de deur tegen me maar stiekem denken ze: zo voorgaan is een fluitje van een cent, hij laat ons de hele dienst door steeds maar zingen, zelf doet tie bijna niks.

't Leven kent van die leugentjes. Je wilt een ander niet boos of verdrietig maken. Soms denk je, nou… dat kan ik maar beter niet vertellen.  
Moet je eigenlijk altijd de waarheid spreken? In een schoolklas begon een juf over de tweede wereldoorlog. Sommige mensen boden onderdak aan joodse mensen - die  verborgen ze in kelders, op zolders, in grote kasten. Als de Duitsers zouden komen vragen: 'Zijn hier joden?', dan wisten de mensen wat ze zeggen moesten. Nee en nog eens nee. Eén van de kinderen in de klas zei toen heel treffend: je liegt voor het leven van een ander. Mooi is dat, liegen voor het leven.

Rachab, een vrouw die voor de liefde betaald krijgt, verstopt in haar huis op de wallen van Jericho twee mannen. 'Rachab, wij komen voor die mannen.’ 'Ach, wat spijt me dat heren, zegt Rachab, vlak voor het sluiten van de stadspoort zijn de mannen vertrokken.' Daarmee liegt ze voor hun leven.
Sifra en Pua, twee vroedvrouwen die helpen bij de geboorte van kinderen, krijgen te horen: als een jongetje wordt geboren, moet je hem doden. Maar dat kan toch niet, dat kunnen die vrouwen toch niet doen die houden van het leven. Prachtig om te horen wat ze dan zeggen: de hebreeuwse vrouwen zijn zo sterk, voor we erbij zijn, hebben ze hun kind al gekregen. Zo redden ze niet zozeer zichzelf als wel die kinderen. Ze liegen voor het leven van die jongetjes. Twee moedige vrouwen die zich verzetten.

Ik zeg niet dat liegen altijd goed is, maar soms kan liegen heel lief zijn. Denk maar aan een tekening die je krijgt van je kleine zusje of broertje of van een zusje of broertje van een vriendje of vriendinnetje. Alsjeblieft Jeroen, zei Kirsten ongeveer twee jaar geleden, ik heb een krokodil voor je getekend. Je keek naar de krassen en vlekken op het papier en zei uit de grond van je hart: wat een prachtige krokodil. Als dat een leugentje is, dan vind ik dit liegen niet verkeerd maar heel lief.

 
Zondag Vredesweek (door ds. P. de Bres) PDF Afdrukken E-mail
INLEIDING
Vandaag is de afsluitende zondag van de Vredesweek.
Komende zondag is de traditionele Israël zondag.
Daarom heeft de PKN dit jaar deze 2 zondagen gecombineerd
en de Vredeszondag gezet in het kader
van bezinning op onze relatie met het Joodse volk en het Palestijnse volk.
Alle predikanten kregen daartoe een stevige brochure toegezonden.
Mijn 1e reactie was: ik ben geen gemeente predikant meer;
Ik hoef mij daar dus niet aan te houden.
Sprekend over deze onderwerpen :
vrede tussen Israël en de Palestijnen,
raak je al snel aan politiek en dat geeft bijna altijd onenigheid.
Refereer je niet aan politiek dan wordt het al snel
een bloedeloos verhaal waar je ook niets aan hebt.
Beter niet in je vingers snijden, dacht ik
en zocht een prachtige tekst over de lofprijzing van God.
Maar het zat mij niet erg lekker.
Niet erg dapper van mijzelf, vond ik.
Ik ben mijn hele leven met het Jodendom bezig geweest;
nog steeds ben ik voorzitter van de Werkgroep Kerk en Synagoge.
Ik ben, in het kader van ons gemeente contact met Ramallah
ook verschillende keren op de Westbank geweest.
Afgelopen week maakte ik een 2 daagse conferentie
aan de VU mee, over deze problematiek.
Ik besloot het mij aangereikte thema van onze PKN
toch aan de orde te stellen.
Al Gore schreef ooit een boek dat hij als titel:
Een ongemakkelijke waarheid, meegaf.
Ik wil van mijn hart geen moordkuil maken:
ik vind dit voor mijzelf een ongemakkelijke preek.
Ik probeer geen al te pertinente politieke uitspraken te doen.
Wij zijn hier in de kerk en niet in de 2e kamer.
Maar helemaal zonder gaat ook weer niet.
Mij gaat het in de 1e plaats om onze relatie met Jezus
en de keuze die dat voor ons inhoudt.
Maar wij luisteren eerst naar de Schriften.


Gemeente,

Lastige teksten.
Jezus: Ik ben gekomen om op aarde vuur te ontsteken.
Of denken jullie soms dat Ik gekomen ben om vrede te brengen?
Ja, eerlijk gezegd dacht ik dat wel.
Zo begint het Lk. Evangelie toch:
met Ere zij God in de hoge en vrede op aarde
voor mensen van zijn welbehagen?
Jezus gaat verder: dachten jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen?
Geenszins, Ik kom verdeeldheid brengen.
En Mt. Laat Jezus zeggen:
Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.
Lastige teksten.
Wel te begrijpen dat er zelden over gepreekt wordt.
Dat de meeste theologen er met een boog omheen lopen.
Zelden komen verklaringen verder dan:
diegenen die Jezus volgen zullen strijd ontmoeten.
Maar zelden wordt dat uitgewerkt.
En trouwens, ondervinden wij strijd vanwege ons geloof?

De trefwoorden zijn: vuur, het zwaard en verdeeldheid.
Ik begin met vuur,
want dat kwamen wij in het Evangelie al eerder tegen.
Johannes de Doper zegt, wijzend op de komende Messias:
Hij houdt de wan in zijn hand om de dorsvloer te reinigen;
het graan zal hij bijeen brengen in zijn schuur
en het kaf in onblusbaar vuur verbranden.
Jezus maakt scheiding tussen het goede graan en het kaf,
tussen wat goed is en leven geeft
en wat slecht is, het leven kapot maakt, het kwaad.
En het kwaad mag geen plaats hebben op aarde.
Het waardeloze kaf wordt met vuur verbrand.
Praten wij hier eigenlijk niet over het Koninkrijk van God?
Over het rijk van vrede en gerechtigheid?
Waar de aarde weer als de tuin van het begin zal zijn,
waar Gods bedoeling de wereld in het licht zet
en alle mensen tot hun bedoeling komen?
Zonder dat wij het Koninkrijk van God
als achtergrond van onze tekst zien:
Jezus die verdeeldheid en het zwaard brengt,
zullen we alles misverstaan.
Het koninkrijk van God;
luister naar Jezus eerste optreden in de synagoge van Nazareth.
    De Geest van de Heer rust op Mij,
om aan armen het goede nieuws te brengen
blinden het herstel van hun gezicht
om onderdrukten de vrijheid te geven
om een genadejaar van de Heer uit te roepen.
Daar hebt u het Koninkrijk van God.
Jezus kiest voor armen, gevangenen, blinden en onderdrukten.
Dat is het kader waarin al Jezus spreken staat.

Na het 1e trefwoord, vuur, nu de trefwoorden zwaard en verdeeldheid.
Dat het niet om het zwaard van de oorlog gaat,
dat de tekst niet oproept tot een kruistocht,
niet in het verre verleden, maar ook niet vandaag,
tegen Moslims of terrorisme,
is binnen de Engelenzang bij Jezus geboorte
en bij het concept van het Rijk van God duidelijk.
Het zwaard. Ik denk aan de Heilige Martinus van Tours;
als militair, gezeten op zijn paard,
ontmoet hij een arme, die niets had
om zich te beschermen tegen de koude.
Martinus trekt zijn zwaard en deelt zijn grote soldatenmantel
zonder te aarzelen in tweeën
en geeft de ene helft aan die arme.
Zo gebruikt ook Jezus het zwaard.
Hij maakt scheiding, scheiding tussen goed en kwaad,
tussen wat Gods bedoeling is en wat kwaad, zonde is.
tussen wat het leven maakt en het kapot maakt.
Nog even terug naar Jezus preek in Nazareth,
waar hij kiest voor de armen, gevangen, blinden en onderdrukten.
In dat rijtje van maatschappelijk misdeelden
staan die blinden, een ziekte immers, wat vreemd.
M.i. gaat het ook niet om zieken.
Het gaat om mensen die niet meer zien wat goed en kwaad in deze wereld is.
Hun ogen moeten geopend. Vaak willen mensen niet zien;
meestal omdat zijzelf voordeel bij het onrecht hebben.
Neem de grote banken.
Die hebben nog steeds niet willen zien dat
de exorbitante beloningen die zij hun topmanagers geven
met onrechtvaardigheid te maken hebben.
Hoeveel politieke beslissingen hebben niet meer
met eigenbelang en voordeel te maken
dan met partij kiezen tegen onrecht?
Waarom wel kiezen tegen Kadaffi van Libië
en niet tegen Assad van Syrië. Ja, wel met woorden,
maar die helpen de mensen daar niet.
Nee, de ogen van mensen zitten vaak teveel vast
aan eigen belang en economisch gewin,
zodat ze gerechtigheid anders vertalen
dan de gerechtigheid van het Koninkrijk.
Hun ogen moeten geopend en tot zolang zijn het,
 in Bijbelse termen, arme stakkers.
Jezus maakt verdeling tussen goed en kwaad,
tussen Gods bedoeling en zonde,
wat het leven maakt en wat het bestaan corrumpeert.
Dat wordt niet altijd op prijs gesteld door diegenen
wier belangen daarbij op het spel staan.
Vandaar Lc.: Ik ben niet gekomen om vrede te brengen,
maar verdeeldheid.
U weet dat in bepaalde politieke kringen gesproken wordt
over een Islamitische Tsunami, die ons land overspoeld.
Een tsunami is een vreselijke natuurramp.
Een kleine tien jaar geleden kostte het in Z.O. Azië
aan tienduizenden mensen het leven.
Een Islamitische tsunami suggereert dus
dat de immigratie van Moslims naar ons land
buitengewoon gevaarlijk is,
het zal ons onze autochtone identiteit ontnemen,
mogelijk in de toekomst zelfs met geweld.
Wat mij nog steeds verbaasd
is hoe weinig en politiek en kerk gezegd hebben:
dat is een aperte leugen, die mensen diskwalificeert,
wij distantiëren ons daarvan.
Integendeel, de partij die zulke leugens verkondigt
mag vanuit de zijlijn meeregeren als gedoogpartij.
Prevaleert de zucht naar macht om te regeren
hier niet boven gerechtigheid?
Nogmaals zet ik het af tegen de vrede van de engelenzang met Kerst
en de vrede van Gods Koninkrijk.
Hier gaat het om de gemakkelijke vrede.
Mensen die maar liever hun mond houden.
We hebben toch vrijheid van meningsuiting, nou dan.
Kun je daarom niet zeggen: dat is een verkeerde politieke analyse?
Of wat krachtiger: dat is gewoon een leugen?
De vrijheid van meningsuiting geldt toch voor iedereen?
De makkelijke vrede doet je je mond houden,
krijg je ook geen ruzie.
De makkelijke vrede sust zichzelf in slaap: ik doe niet aan politiek.
Of, de makkelijke vrede weet wel dat het niet deugt,
maar ja, ik heb er persoonlijk wel voordeel van,
of economisch.
De makkelijke vrede zegt: joh, pas op, snijdt niet in je vingers.
Kies niet voor het thema van Vredeszondag,
preek liever mooi over de lofzang aan God.

Voor die vrede kiest Jezus niet.
Hij kiest voor de vrede van het koninkrijk
en voor de armen, gevangenen en onderdrukten.
Pas als hen gerechtigheid is gedaan kan het echt vrede worden.
Dan pas zal Gods bedoeling de aarde in het licht van zijn goedheid zetten.
Dat is wat mij motiveert.
Daarom werk ik mee in de werkgroep van Amnesty Int.,
omdat die gevangenen mij ter harte gaan.
Daarom bemoedig ik mijn Palestijnse broeders en zusters,
omdat ik gezien heb, met eigen ogen, hoe zij onderdrukt worden:
hun land wordt afgepakt, hun olijfgaarden verwoest.
Kolonisten bedreigen hen. Hun  waterputten geannexeerd.
De ellende bij de cheque points
En wie protesteert eindigt in een Israëlisch gevangenis.
Daarom wil ik u 1 verhaal vertellen,
van de boer Daoud Nasser.
Ik heb het verhaal van hem persoonlijk gehoord.
Hij woont vlak ten noorden van Bethlehem.
Omdat daar, op Palestijns grondgebied,
grote Joodse nederzettingen werden gebouwd,
wilde de staat Israël zijn land afpakken:
zijn eigendomspapieren, die meer dan 100 jaar oud waren,
zouden niet kloppen.
Na jarenlang procederen en € 140.000 armer,
werden zijn papieren eindelijk erkend.
Maar nu krijgt hij geen elektra, geen water,
en hij mag niet op zijn land bouwen.
Maar bij de toegangsweg van zijn land staat een groot bord:
Ik weiger mij tot vijand (van Israël) te laten maken.
Dat geldt ook voor mij.
Ik wijs de politiek van de huidige Israëlische regering af,
die (ik heb het met eigen ogen gezien)
de Palestijnen onderdrukt. Hen moet recht gedaan.
Maar ik ben geen vijand van het joodse volk.
Zij zijn mij lief, zoals Palestijnen dat zijn.

Ik ga afsluiten en laat alle politiek achter mij.
Ik luister en kijk naar Jezus.
Ik vind dit ongemakkelijke teksten. Ik ben geen held.
Ook ik onttrek mij soms –
hoewel ik weet dat het niet deugt – aan mijn verantwoordelijkheid.
Ook ik kies soms voor de makkelijke vrede:
niets zeggen, niets zien, bemoei je met je eigen zaken.
Maar luisterend naar Jezus, mijn voorganger -
hoe Hij scheiding maakt tussen goed en kwaad,
hoe Hij vanuit het koninkrijk van God
kiest voor de armen, gevangenen en verdrukten -
vind ik het moeilijk Hem daarin niet te volgen,
dat voelt als Hem verloochenen.
Ik begon met het trefwoord vuur en verwees
daarbij naar Johannes de Doper.
Maar den Doper verwijst 2 maal naar vuur.
Naast het vuur waarmee het kaf wordt verbrand,
zegt hij ook, wijzend op Jezus:
    Ik doop u met water, maar Hij met de Heilige Geest en vuur.
En ik bid dat het vuur van de Geest ook mij raakt,
doopt en kracht geeft telkens opnieuw te kiezen
voor dat Koninkrijk van God, onze enige hoop.
Het Rijk van God is midden onder u, zei Jezus.
Ik bid dat ik de kracht ontvang te kiezen
voor armen, gevangenen en onderdrukten.
Dat zij mij niet koud laten.
Want dat is teken dat ik nog niet deel in het Godsrijk.
Maar dat zij mij ter harte gaan.
Ik bid dat het vuur van de Geest mij raakt,
zodat ik Jezus volg naar zijn Koninkrijk.
Dat de blijdschap van het behoren bij deze God
 van goedheid, vrede en recht
het wint van de ervaring dat de keuze voor Hem
soms ook iets ongemakkelijks heeft.
Amen.

25/09/11, Ds. Piet de Bres











 
Twee kerkplekken in de wereld van Amstelveen – Zuid. PDF Afdrukken E-mail
Twee kerkplekken in de wereld van Amstelveen – Zuid.

Op de gemeentezondag wapperde de vlag van de Protestantse Kerk op de monumentale voorgevel van de Handwegkerk.

Geloof geeft beweging, hoop doet leven en liefde moet je doen. Liefde was het centrale thema van die zondag in de eredienst en aansluitend in het programma met workshops. De samenkomst werd afgesloten met een luisterrijke lunch. Wat werd er enorm veel lekkers ingebracht door de gemeenteleden. En wat werd er gezamenlijk gegeten!

Een workshop ging de mist in. Die van speeddate jong en oud over liefde. De jongeren zaten klaar, maar de ouderen kwamen niet opdagen bij deze workshop. Dus die gaan we binnenkort inhalen! Er liepen jeugdigen rond met camera en microfoon. Ik kreeg terwijl de camera liep de vraag voorgelegd: heeft u iets met liefde? Wat ik heb gezegd en hoe ik erbij keek, geen idee. Afijn, het is opgenomen….

Inmiddels kwam de kerkenraad van de Handwegkerkgemeente bijeen. De directe toekomst stond op de agenda. Moeten we wachten tot Sint Juttemis op de integratie/oprichting van de Protestantse Kerk in Amstelveen-Zuid? Daarop sprak de kerkenraad zich unaniem uit in een woord: Nee! Dus gaan we de komende dagen, weken en maanden aan de slag om de facto en
de jure de eenheid in Zuid te realiseren. Om te beginnen al zoveel mogelijk samenvoegen en samen doen. Niet alles 2 x doen dus. En tegelijktertijd visie ontwikkelen op de twee kerkplekken van straks: kerkplek Paaskerk en kerkplek Westwijk.
En die twee plekken binnen het verband houden van de Protestantse Kerk in Amstelveen-Buitenveldert.

Kerkplek Paaskerk gaat in 2012 even dicht om de nodige aanpassingen aan te brengen.
Daarna gaat de gemeente van de Handwegkerk de overstap maken naar kerkplek Paaskerk.
Kerkplek Westwijk komt Deo Volente 2013 beschikbaar.

Laat duizend, honderduizend kerkplekken bloeien in Amstelveen – Buitenveldert.
U, lezers van Present, weet hoe dat kan en moet.

Wanneer gaat de Handwegkerk dan dicht? Per 2013 of zoveel eerder als mogelijk.
Vooralsnog wil de burgerlijke overheid de voorgevel van de Handwegkerk als monument
nog even laten staan.

Gerben Drost

 
Muzikaal project: Exodus PDF Afdrukken E-mail
Muzikaal project: Exodus

Gert Jan Slump en Gert Jan de Bruin schreven een zestal liedjes in de kantlijn van de eerste drie hoofdstukken van Exodus. In diverse groepen en kringen zijn de verhalen over Mozes, over zijn geboorte, vlucht, herderschap en roeping aanvankelijk gelezen. De ontstane liedteksten zijn op muziek gezet door Marcel den Dulk.

Op zondag 2 oktober worden de liederen tijdens de dienst in de Handwegkerk gezongen en luisteren we naar korte fragmenten uit Exodus 1 t/m 3 en enkele vertellingen.
Een klein ensemble zingt enkele vierstemmige gedeelten uit het muziekproject.

De eenstemmige gedeelten van het project worden in één keer ingestudeerd en wel op zaterdag 1 oktober, van 10.00 tot 11.15 uur in de Handwegkerk.

Iedereen die van zingen houdt, is van harte welkom om mee te doen!
 
Lucas 7: 36-50 (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
Lucas 7: 36-50

Het evangeliefragment heeft iets van een dubbelportret. We zien een vrouw van wie we de naam niet horen en een farizeeër die bij name genoemd wordt: Simon. Misschien zou die vrouw haar leven nog wel eens over willen doen. Nog eens bij het begin beginnen, sommige keuzes anders maken. Anders naar zichzelf kijken. Nu rekent die vrouw zich waarschijnlijk onder de verliezers in de wereld; dat is in ieder geval het oordeel dat anderen over haar uitspreken.
Ik weet wel zeker dat Simon een heel ander zelfbeeld heeft. Hij een verliezer… Kom nou, daar is geen sprake van! Hij is iemand die van dag tot dag met de thora leeft, hij kent de weg in de Schrift, hij weet het één en ander over de weg door het leven, hij heeft een idee hoe een mens zich hoort te gedragen, hoe een mens heeft te zijn. Hij is zelf zo iemand. Hij rekent zich ongetwijfeld tot de winnaars in het leven. Op die vrouw wordt neergekeken, maar naar hem wordt opgekeken. Hij is een mens om respect voor te hebben.

Simon heeft Jezus aan tafel genodigd. Het gerucht gaat dat er een groot profeet is opgestaan… Daar wil Simon meer van weten. Graag komt hij met die rabbi in gesprek. Is een maaltijd niet een prima gelegenheid voor een gedachtewisseling? Simon wil wel eens weten wat die man uit Nazaret bezield. Alleen, dat is nou toch jammer, het gesprek is nog nauwelijks op gang gekomen of een vrouw doorbreekt het protocol. Zij verstoort die ontmoeting van mannen onder elkaar. Zij stapt pardoes de herensociëteit binnen. Wat een lef heeft die vrouw zeiden we tegen elkaar tijdens een voorbereidingsgesprek, wat toont ze een doorzettingsvermogen. En ze schaamt zich blijkbaar nergens voor. Want wat ze doet is toch te gek voor woorden? Zie haar eens, met haar tranen, haar liefkozingen, haar geurige olie. Waarom laat Jezus haar begaan, denkt Simon, waarom stuurt hij haar niet weg, weet hij dan niet wie ze is? Ze hoort immers tot de verliezers in Simons uiterst overzichtelijke wereld. Met zo iemand laat je je toch niet in?

De vrouw staat in de stad bekend als zondares. Wat zijn uw eerste associaties als u dat hoort? Om u even op weg te helpen: u loopt door Amsterdam en ziet op de gevel van een bioscoop met grote letters staan: 'Zij die van de zonde leven'. Waar zou die film over gaan? Denkt u aan een rolprent over mannen die aan het stropen zijn in de bossen, heeft het wellicht te maken met Colombiaanse drugsbaronnen. Gaat de film over de raad van bestuur van een groot internationaal bedrijf of een bank, zit er een toespeling in op handel in aandelen met voorkennis? Of gaan uw gedachten bij die geveltekst 'Zij die van de zonde leven' een heel andere kant op? Is ze een vrouw van lichte zeden? Voor we er erg in hebben, is er weer die vermaledijde link tussen seksualiteit en zonde. Dan is de seksualiteit een kwade macht die je maar hebt te vrezen, het spel van aantrekking en afstoting een gevaarlijk spel en de lust suspect. Zij die van de zonde leven? De meeste kerkgangers weten wel waar het om gaat, maar de evangelist zegt niks over de vermeende schuld van de vrouw.                                      

Met fijne penseelstreken schildert Lucas de farizeeër, die zit zich aan tafel op te winden. Terwijl de ergernis van z'n gezicht te lezen is, wendt Jezus zich tot hem met een verhaal over twee schuldenaars, aan beiden wordt een schuld kwijtgescholden, de één 500, de ander 50 euro, om zo te zeggen. Wie van die twee mensen zal het meest in z'n nopjes zijn, Simon? De vraag is niet moeilijk te beantwoorden maar waar wil Jezus nu toch heen? Wie het meest kwijtgescholden kreeg, zal het meest dankbaar zijn, antwoordt Simon met een zuinig mondje.

En dan klinkt er nog een vraag: Simon, zie je deze vrouw? Wat moet hij daar nou op antwoorden, natuurlijk heeft hij haar gezien… hoe zij ongenood het vertrek binnenkwam en vervolgens met haar rare fratsen de maaltijd verstoorde. Wat een genante vertoning. Simon snapt niets van Jezus' vraag. Heeft hij haar eigenlijk wel gezien?
Simon, zie je deze vrouw? Voor mijn besef scharniert het evangelie rond deze vraag. Als er zo'n vraag oplicht in een bijbelfragment, dan kun je er niet omheen. We lezen al op de eerste bladzij van het bijbels Verhaal; Adam, waar ben je? En even verderop: Kaïn, waar is je broer? Mensen op weg naar Emmaüs, waar lopen jullie toch over te praten? Ik noem er maar een paar, het zijn geen vragen die feitelijke informatie bedoelen in te winnen. Het zijn vragen die er op uit zijn ons bij onszelf te brengen, bij wat er in ons leeft. Zo beluister ik ook die vraag van Jezus. Simon, doe nu eens echt je ogen open, zie die vrouw nu toch eens, vergeet wat er over haar gezegd wordt in de stad, besef wat er zich zopas heeft afgespeeld. Jezus speelt niet mooi weer, hij gaat het gesprek met Simon aan. Jezus wil wat hij gezien heeft bespreekbaar maken. Bij hem is het dus niet: ik houd m'n mond maar omwille van de lieve vrede. Terwijl Simon en ook zijn tafelgenoten van alles vinden, hun oordeel klaar hebben maar dat niet uitspreken.

Simon, zie je… Mevrouw ‘Veldhuijzen van Zanten’, ziet u deze man met zijn persoonsgebonden budget? Meneer Wilders, ziet u deze moslima? Beminde gelovige, zie je die gelovige die zo anders is? Altijd dreigt het gevaar dat u en ik slechts zien wat we willen zien. Wat niet in onze kraam te pas komt, zien we al gauw over het hoofd. Dat Simon die vrouw niet ziet, kan Jezus niet aanzien. Simons boze blikken aan tafel moet hij ontmaskeren als een groot vooroordeel, als een niet - willen - zien. Simon ziet slechts een vrouw met een bedenkelijke reputatie, maar Jezus ziet haar als iemand die veel liefde betoont en dat maakt een wereld van verschil. Hebben vrome mensen er bij tijden geen handje van om grenzen te trekken en dan te denken dat God die grenzen sanctioneert. Maar de naamloze vrouw durft te hopen dat deze rabbi anders is.

Fascinerend vind ik het dat zij naar Jezus toegaat, als was het door een dichte deur. Hoe komt het toch dat Jezus als een magneet mensen aantrekt die tot de verliezers in de wereld gerekend worden, de outcasts. Wat vinden ze bij hem? Is het niet de eerbied, is het niet uitermate bevrijdend dat ze eindelijk met eerbied worden aangekeken? Ze doen bij Jezus de ervaring op: wij mogen er zijn, want we worden door hem gezien!
Simon en die vrouw zijn twee mensen die in volstrekt gescheiden werelden leven, maar Jezus betrekt ze op elkaar. Een telkens terugkerend thema in bijbels Verhaal en ons leven: waar een ander in het spel komt, daar wordt de waarheid of de leugen over uw en mijn bestaan openbaar. Zie ik die vrouw, die man, die mens in haar of zijn eigenheid of ben ik ziende blind? Hoe genezend kan een blik van een ander zijn. Maar het omgekeerde kan ook ons deel worden: wat kunnen blikken ons soms diep verwonden.
                                                                                                                
Er zijn nogal wat mensen die zich niet gezien weten in de kerk. We kunnen niet genoeg naar hun verhalen luisteren… Zoveel mensen die zich afvragen: waarom word ik niet gezien, niet opgemerkt, is er nou niemand met een oor voor mijn verhaal? Er is een vrouw met een relatie waar alle leven uit weggelopen is, een mantelzorger die opbrandt door de combinatie van werk en zorg, een echtpaar dat vergeefs verlangde naar een kind, een gezin waar één van de kinderen uit huis dreigt te worden geplaatst.

Simon, zie je deze vrouw? Zo weerbarstig is de werkelijkheid van elke dag. Die in het donker, die ziet men niet, wist Berthold Brecht.
Vandaag de jaarlijkse gemeentezondag. Hoe prachtig weet Paulus te spreken over de gemeente als één groot lichaam waar we op elkaar aangewezen zijn en niemand gemist kan worden. In dat grote lichaam zijn er geen Joden of Grieken meer, geen slaven of vrijen, mannen of vrouwen, we zijn allen één in Christus Jezus. We zijn het uiteraard niet eens over allerlei zaken, maar we zijn wel één. Zo'n gemeenschap kent een ruimte voor iedereen, een ruimte waar niet de angst maar de liefde de toon aangeeft, waar wij aan elkaar de ervaring opdoen: wij mogen er zijn want we zijn gezien.
Bestaat die gemeente? Zijn wij zo'n gemeente? Ik denk dat je moet zeggen: zo'n gemeente bestaat niet, die óntstaat… die ontstaat op het moment dat u en ik, dat wij ons door Jezus laten storen, door te luisteren naar zijn onthullende vraag: Simon,  Maaike, Willem, Eva en vul uw eigen naam maar in - zie je de mens die jouw pad kruist? Zie je dat mensenkind dat jou vraagt: zie mij, ken mij, want ik ben op jouw eerbiediging aangewezen.

In het prachtige verhaal 'De kleine prins' van Antoine de Saint-Exupéry zegt de vos bij het afscheid tegen de kleine prins: 'Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar. Ik denk dat die woorden raken aan het geheim van Jezus: hoe hij keek met z'n hart. Hoe genezend zag hij mensen aan. Bij herhaling horen we dat Jezus met ontferming bewogen raakte bij de aanblik van mensen die zijn weg kruisten.

Ook dit evangeliefragment houdt ons een spiegel voor. Een verhaal over haar van wie ze zeiden: ken je haar… weet je dat ze…. Is het heus? Oh, oh, wat verschrikkelijk. En Jezus… het interesseerde hem niet, hij scheen het niet eens te weten. Straks gaat zij het rondbazuinen, met een blos op haar gezicht: 'Door de liefde in zijn ogen, weet ik mij een kind van het licht.' Als we niet uitkijken, gaan wij nog woorden van gelijke strekking rondbazuinen… ‘We worden gezien, in zijn ogen zijn we mensen van het licht.’ Geloofd zij Jezus Christus!




 
Uil en konijn (door ds. G.J. de Bruin) PDF Afdrukken E-mail
Uil en konijn

Het is donker, Uil droomt. Een fijne droom, hij glimlacht in zijn slaap. Dan wordt Uil wakker. Wat jammer, denkt hij, dat mijn droom over een konijn maar een droom is.
Maar in de verte ziet hij iets bewegen. Iets bruins. Nou wordt tie mooi, denkt Uil.
Daar loopt een konijn! Alsof het zo is weggelopen uit zijn droom.
'Konijn!' roept Uil. 'Konijn, jij bent mijn droom. Zou ik jou misschien mogen hebben?'
Verbaasd draait Konijn zich om. 'Wat wil je hebben?' vraagt ze. 'Jou' zegt Uil.
'Gekke Uil!' zegt Konijn. 'Je kunt me niet hebben! Want ik ben al van iemand anders.'
'O ja?'. 'Van wie dan?' 'Ik ben van mijzelf,' zegt Konijn. En ze loopt verder.
Uil loopt met haar mee. 'Vreemd is dat,' zegt hij. 'Ik ben namelijk van niemand.'
'Jij bent een sufferd,' zegt Konijn. 'Daarom wil niemand je hebben.'

Maar Uil geeft het niet zo makkelijk op. 'Ik ben misschien niet zo slim,' zei hij. 'Maar als ik nou elke dag zorg voor verse muizen, blijf je dán bij me?' 'Hè bah!' reageert Konijn. 'Wacht!' roept Uil. 'Ik kan ook prachtig zingen! Als je dat hoort, wil je vast wel bij me blijven!' Uil begint te zingen. Hij vind het zelf héél mooi. Maar Marcel den Dulk zou watjes in z’n oren hebben gestopt, als hij dat moest aanhoren.
Gelukkig begint het te regenen. 'Uil stopt direct met zingen en mompelt: 'Dat gebeurt me nou altijd…' Snel gaat hij achter Konijn aan. Bijna is hij haar uit het oog verloren!
'Het regent,' zegt Uil. 'Mag ik naast je zitten?' 'Als je je mond maar houdt,' zei Konijn.

Stilletjes zitten Uil en Konijn te kijken naar de regen. Konijn bibbert een beetje; haar vacht is nat geworden. Daarom slaat Uil zijn vleugel om haar heen en fluistert: 'Dit is precies wat ik had gedroomd…’ Na enige tijd houdt de regen op. 'Nou' zegt Uil, 'ik ga maar eens. Ik ga weer terug naar mijn plekje in een muur.

'Ho, ho, nog niet gaan, zegt Konijn. Ze kijkt Uil diep in zijn ogen. 'Uil, zou ik jou niet mogen hebben?' 'Jij wil mij hebben…?' vraagt Uil. 'Maar waarom?'
'Je hebt van die warme vleugels', antwoordt Konijn. 'Is dat zo', zegt Uil. 'Weet je wat? We ruilen. Jij krijgt mij en ik krijg jou.' 'Je bent toch slimmer dan ik dacht', zegt Konijn.
Je kunt wel raden hoe het verder is gegaan. De volgende dag al kwam Uil met twee ringen bij Konijn aangevlogen...

(naar een verhaal van Daan Remmerts de Vries)

 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Resultaten 31 - 40 van 210
spacer.png, 0 kB